|
Antarctica en zijn Beschaving
Antarctica's enorme
omvang beslaat een oppervlakte die groter is dan die van de zuidelijkste
48 staten van de Verenigde Staten. Het merendeel van de zoetwatervoorraad
van onze planeet zit opgesloten in Antarctica's ijskap. Deze
uitgestrekte ijslaag verbergt een raadsel en biedt tegelijkertijd
een aanwijzing voor de omwentelingen die bij tijd en wijle de
aarde tot in haar grondvesten doen schudden.
Geografen maken onderscheid tussel 1"Klein-" en "Groot-Antaretica"


Kaart 1Oa en 10b: Het tegenwoordige
klimaat biedt geen verklaring voor de vorm van de antarctische
ijslaag. Klein- Antarctica heeft het minste ijs, maar de grootste
jaarlijkse sneeuwval, terwijl Groot-Antarctica het meeste ijs
bevat, maar de minste sneeuwval heeft.
Klein-Antarctica, de "staart" die in de richting van
Zuid-A-nerika wijst, wordt gekenmerkt door zijn gebergten, zijn
dunne ijslaag en zijn zware sneeuwval. Groot-Antarctica, de "romp"
van het continent, bevat het merendeel van het ijs op de wereld,
ook al is het tegenwoordig een poolwoestijn. Deze ijslaag is
meer dan 3 km dik, maar toch valt er jaarlijks nauwelijks enige
sneeuw. Deze ongelijkheid tussen de huidige hoeveelheid sneeuw
die er jaarlijks valt en de dikte van de ijslagen toont aan dat
Antarctica's klimaat in het verleden radicaal anders moet zijn
geweest. (Zie kaart 10a en 10b.)
De noordpool is de antipode van de zuidpool. Engeland en Nieuw-Zeeland
zijn elkaars tegenvoeters. Noord-Amerika en het zuidelijk deel
van de Indische Oceaan liggen aan tegenovergestelde kanten van
de aarde. Groenland, dat bedekt is met de grootste ijslaag van
het noordelijk halfrond, ligt vrijwel aan de tegenovergestelde
kant van de aardbol van de grote ijskap op Groot-Antarctica.
De oppervlakte van het dikste ijs op Groenland komt overeen met
die van het dikste ijs op Antarctica. In elk van deze gevallen
krijgen de punten die elkaars antipode zijn jaarlijks evenveel
zon en hebben dus eendere temperaturen.

Voor 91.600 v.Chr. was de korst zo gesitueerd dat het Canadese
Yukon Territory bij de noordpool lag. De noordpoolcirkel omvatte
destijds het grootste deel van de noordwestelijke helft van NoordAmerika,
alsmede heel Alaska, Betingia en een groot deel van, zij het
niet heel, Noordoost-Siberie
Deze ligging van de korst vormt de verklaring voor de Cordillera-ijskap.
Gedurende die tijd was de overtocht van Azie naar Amerika volledig
geblokkeerd. Europa was warmer dan tegenwoordig en Groenland
was zonder ijs.
Kaart 14: Voor 91.600 v.Chr. had de noordpoolcirkel zijn middelpunt
in de noordwest-hoek van Noord-Amerika. In het zuiden lag het
deel van Groot- Antarctica dat in de richting van Zuid- Afrika
ligt onder het iis. Een groot deel van Klein-Antarctica was ijsvrij.

Een aardkorstverschuiving in 91.600
v.Chr. verplaatste de korst zo
dat Europa binnen de noordpoolcirkel viel.
Van 91.600 v.Clir. tot 50.600 v.Chr. lagen Europa en Groenland
bedolven onder het ijs. In het zuiden bleef een groot deel van
Groot-Antarctica in ijs ingekapseld. De overtocht van Azie, naar
Amerika, via Beringia, was op cen zeker moment mogelijk nadat
de oude ijskap boven Alaska gesmolten was. Dit betekent dat mensen
uit Azie v66r 50.600 v.Chr. in Amerika gearriveerd zouden kunnen
zijn, een idee dat onlangs archeologische steun heeft gekregen.

Kaart 15: Tussen 91.600 en 50.600 v.Chr. omvatte de noordpoolcirkel
een groot deel van Europa en heel Groenland. De weg van Azi6
naar Amerika was vrij. Noordoost-Siberib, Beringia en Alaska
hadden een zacht klimaat. In het zuiden was het deel van Groot-Antarctica
dat in de richting van Nieuw-Zeeland wijst, met ijs bedekt.
Popular Science berichtte Ray Nelson over een belangrijke archeologische
vondst in New Mexico. Samen met zijn team van de kndover Fotindation
for Archaeological Research had dr. Richard S. MacNeish een vindplaats
opgegraven bij Pendejo Cave in het zuidwesten van New Mexico.
Hier vonden zij, in een grot die ca. 100 m boven de woestijn
lag, elf menselijke haren, die op grond van de daarop uitgevoerde
koolstofdatering 55.000 jaar oud moesten zijn.
Kaart 16: Tussen 50.600 en 9600 v.Chr. was Noord-Amerika in
de greep van de noordpoolcirkel. In die tijd ontstond de reusachtige
Labrador-iiskap. Siberi6, Beringia en Alaska daarentegen waren
ijsvrij op het hooggebergte na, evenals Klein-Antarctica in het
zuiden. Het is heel goed mogelijk dat er in deze tijd Aziaten
in de Nieuwe Wereld zijn gearriveerd, en ze kunnen zelfs naar
een ijsvrij Klein- Antarctica zijn doorgestoten.
In 50.600 v.Chr. vond een nieuwe aardkorstverschuiving plaats,
waarbij ditmaal Noord-Amerika binnen de poolgordel kwam te liggen.
(Zie kaart 16.)
De noordpoolcirkel lag nu over de Hudsonbaai in plaats van over
de Noordelijke ljszee. Mensen en dieren uit Siberie zouden via
Beringia Alaska hebben kunnen binnentrekken en dan in oostelijke
(en niet in zuidelijke) richting langs de kust van de Grote Oceaan
helemaal tot Californiehebben kunnen doorgaan. Deze waterweg
naar Amerika via de Grote Oceaan was open en aantrekkelijk.12
Het zou voor zeevaarders mogelijk zijn geweest langs de kusten
van Alaska en British Columbia naar Washington te reizen zonder
hun leven van jagen en verzamelen ingrijpend te hoeven veranderen.
En toen ze eenmaal in Noord-Amerika waren aangeland, zouden ze
ook in Zuid-Amerika hebben kunnen komen en vervolgens een ijsvrij
Klein -Antarctica hebben kunnen bereiken. Als dat het geval was,
zouden er mensen op Klein-Antarctica hebben kunnen wonen, in
de gebieden aan de tegenovergestelde kant van de aardbol van
arctisch Noorwegen, het noorden van Alaska, Beringia en Siberie.

Kaart 17: Met eike aardkorstverschuiving veranderen de richtingen.
Voor de laatste catastrofe was de Grote-Oceaankust van Noord-Amerika
in feite de zuidkust, terwijl de noordpoolcirkel over de Hudsonbaai
heen lag. Vanuit dit perspectief gezien zou de trek van volkeren
uit Siberid, door Beringia en langs de kust van de Grote Oceaan
een beweging van west naar oost zijn.
Ze zouden daar ergens hebben kunnen wonen van 50.600 v.Chr. tot
9600 v.Chr. (of langer). (Zie kaart 17.) Maar na de aardkorstverschuiving
van 9600 v.Chr. zou de bevolking van Klein-Antarctica (Atlantis)
haar vaderland hebben moeten ontvluchten toen de zuidpoolcirkel
het hele eiland inkapselde (zie kaart 18). Na de verschuiving
van 9600 v.Chr. begon de ijskap boven de Hudsonbaai te smelten.
Beringia kwam onder water te liggen
Kaart 18: Een aardkorstverschuiving 11.600 jaar geleden verlegde
de noord- en de zuidpoolcirkel naar de plaats waar ze nu liggen.
Siberi6, Alaska en het noorden van Noorwegen zijn dan geen herbergzame
oorden meer. Klein- Antarctica, de plaats van Atlantis, werd
niet alleen door aardbevingen en overstromingen verwoest, maar
ook door een barre winter, die de verworvenheden van een verdwenen
beschaving volledig onder een laag ijs begroef.
|