Atlantis - Egypthe


De naam Vissen gaat terug naar de tijd dat men in het paradijs Aha-Men-Ptah leefde en was vooral bestemd in alle geesten de zeer verfijnde realitelt van de goddelijke inbreng van de schepper naar zijn schepselen, levend te houden.

Inderdaad, in de geschiedenis van Aha-Men-Ptah (heel wat later door Solon en daarna Plato, Atlantis genoemd) en van zijn ultverkoren volk, was de laatste koning Geb, die een j'onge prinses: Noet, tot vrouw zou krijgen. Door hen en dankzij hen zou er weer een menigte mensen geboren worden in een tweede vaderland, een 'Tweedc Hart': Ath-Ka-Ptah, Egypte dus. Hetgeen ook volgens de profetieen gebeurde. Maar prinses Noet schond, de dag voor haar huwelijk met Geb, weloverwogen een fundamentele godsdienstige regel van het land: nl. dat een bepaalde plaats in de koninklijke tuin, de Nahi, of heilige omheinde ruimte, slechts door de koning, de dienaar gods of zijn echtgenote betreden mocht worden. Noet evenwel, was dat nog niet, daar haar huwelijk pas de volgende dag voltrokken zou worden. En in deze Nahi werd Noet door God bevrucht toen ze onder de heilige sycomoor rustte, maar ze bleef daarbij maagd. Zo werd Osiris, zoon van Ptah, verwekt.



De vrouwelijke figuur is onbetaistbaar koningin Noet, uitgebeeld als beschermvrouw van de menigte en als hemelse Vrouwe. Uit haar voortplantingsorganen komen stralen voort die tegelijkertijd Geb, haar aardse echtgenoot en de drie kinderen die hij haar schonk, verpersoonlijken. Daaronder is Isis in het medailIon uitgebeeld, zij die nog onder de oude hemel van voordat Aha-Men-Ptah in de golven verdween, geboren werd.
De hieroglief ervan: is tegenovergesteld aan de nieuwe.
In deze symboliek is de tekening van de sycomoor op de linkerbovenkant van deze voormalige hemel heel belangrijk. I-Ej toont aan dat Osiris die met Isis trouwde, even zeer de verwekker is van de menigte als Seth. Noet, uitgebeeld met gestrekte armen en benen, al werd vervolgens gestyliseerd in de hiero-
glief die 'hemel beduidde en die omgekeerd behouden werd na de grote ramp. Zo werd de oude hemel: de nieuwe:

Aan het hoofd van de uitgeputte overlevenden bevonden zich aan de ene zijde de drie die, heel wat later, de goddelijke Drieeenheid zullen vormen: Osiris, Isis en hun zoon Horus; aan de andere kant Seth met ziin aanhangers die de ramp overleefd hadden, en die, later, de onreinen zouden worden. Zo werden zij geboren die de geschiedenis van Ath-Ka-Ptah schreven en de herinnering met zich meedroegen aan dat wat ze verloren hadden in Aha-Men-Ptah. Met z'n allen vormden ze de menigte en ze stichtten twee broederstammen waarvan de een de familienaam van: Volgelingen of Dienaren van Horus droeg en de ander: Zonaanbidders. Gedurende zesdulzend jaren stonden ze elkaar naar het leven.




Noet, moeder van hen allen, wordt hier afgebeeld met een lichaam bezaaid met sterren om goed te laten zien dat ze de band vormt tussen alle leden van haar nageslacht. Zij vormt een brug van wederzijds begrip tussen allen, zoals ze ook de brug is tussen de westelijke en oostelijke hemel. Zij is de vrouwe, godin van de hemel, op de een of andere manier, de Melkweg in wiens schoot de woede van Ptah ontkiemde, oorzaak van het wegzaken van het eerste paradijselijke hart.

Aan de onstuimige zee met al zijn ontketende krachten (de dikke punten, getekend tot boven aan de bark Mandjit) waren alleen zij die door God waren aangewezen, ontsnapt. Zij konden zonder al te veel moeite de woedende golven het hoofd bieden dankzij boten die niet konden zinken. Op het hoofd van Isis prijkt de struisvogelveer, de hi6roglief voor de ziel en op dat van Horus staat de nieuwe zon (in heldergeel op de originele gravure). Meer op de achtergrond staat een naamloze figuur op wiens hoofd de achterhand van de Leeuw is uitgebeeld, wat natuurlijk het verlorengaan van alle goddelozen en verblinden betekent die voor eeuwig in slaap werden gebracht in het verzwol-
gen land dat in gewijd schrift Aha-Men-Ptah heet, fonetisch samengetrokken tot Amenta. Bij specialisten is het zeer bekend als het Koninkrijk der Doden, maar het is meer in het bijzonder het 'Land der Gelukzaligen in het hiernamaals van het aardse leven', daar waar de vrede van Ptah heerst.


Men-Ptah of het verloren paradijs dat nooit teruggevonden kan worden in Ath-Ka-Ptah! Zo zou de heilige geschiedenis geschreven kunnen worden over de nakomelingen van de overlevenden uit dit voor eeuwig verzwolgen aardse paradijs. Vandaar ook, heel waarschijnlijk de herkomst van de legende over de giftige slang, waar de mensen voor vluchten.

Aan de ene kant hebben we dankzij de teksten van Edfoe, Esne en Dendera gezien, dat de 'dierehuid' (sic) met een pijl doorboord, het symbool is van het sterrenbeeld de Boogschutter. Toen we dit eenmaal hadden vernomen, was het niet zo moeilijk in te zien dat met de afbeelding van 'Ra van het dak' en van een 'wake op het dak van de tempel voor een cultus'een zonneobservatorium op het dak van de tempel in Heliopolis werd bedoeld en een stichting die opgericht was om de astronomen die daar de combinatorische bewegingen aan het uitspansel bestudeerden, te betalen!

Om op die 'dierenhuid' - die van een stier - terug te komen: het verhaal daarover is authentiek en daarom zeer belangrijk. De dag van de grote ramp in Aha-Men-Ptah, stelde Seth zijn halfbroer Osiris - koning van het land op aarde, hoewel hij van goddelijke afkomst was - een wapenstilstand voor die kon leiden tot een duurzame vrede tussen de twee elkaar viiandige en naar het leven staande bro6derstammen. Hoewel Osiris op verraad bedacht was, ging hij toch alleen naar de ontmoetingsplaats, waar hij vanzelfsprekend in een hinderlaag werd gelokt. Hij werd er, weerloos, door de handlangers van Seth met messteken doorboord, waarna Seth de genadestoot gaf en zijn nog warme lichaam in een stierehuid wikkelde die aan de wand hing van het vertrek waar de misdaad plaats had. Seth naalde zelf de strak om het lijk getrokken huid dicht, waarna hij alles in de zee liet gooien opdat de ziel, nog vastgeklonken aan het lichaam, zou verrotten en in 66n onlosmakelijk geheel omkomen. Maar de stierehuid houdt, tegen de verwachting in, het aardse lichaam en het goddelijke deeltje (de ziel) intact, waardoor Osiris in staat is op het daarvoor bestemde moment herboren te worden en te herrijzen. Dat is de reden waarom alle daarop volgende generaties de stierehuid vere;en en dat de goddelijke bijnaam van hemelse Stier ontstaat, om Osiris teruggekeerd naar de hemel aan te duiden; Stierehuid en Stieredij zijn de namen van de twee sterrenbeelden naast de Maagd.
De stierehuid waardoor een pijl is getekend, duidt de Boogschutter aan. De symboliek van deze hi@roglief wordt trouwens uitvoerig behandeld door de Griekse schrijver Chaeremon op nummer XIX, waar hij de betekenis van de boog uitlegt als snelheid. Indien we ons nu aan het gezonde verstand en het uitbeeldingsvermogen van de oude Egyptenaren refereren, dan zien we dat de pijl bij hen een dubbele rol speelt, namelijk van werpen of verlichten (in het Latijn telum of sagz'tta). Deze dubbele betekenis is van bijzonder groot belang in de zin: wat wil zeggen: 'O jij, Ra, die de wereld onder de Boogschutter van licht voorziet . . .'.

Laten we niet vergeten dat deze stralen met een snelheid van 300 000 kilometer per seconde door de ruimte schieten. Zodoende wordt de macht van Ptah gedemonstreerd en versterkt door de zegenrijke impulsen die hij vanuit de Boogschutter uitzendt en die door Jupiter (Zeus in het Grieks 'Koning der Goden', gelijk aan Ptah per slot van rekening) weerkaatst worden.
Dit korte overzicht brengt ons vanzelf naar het volgende sterrenbeeld en wel dat van de dij (van de stier), dankzij de Grieken de Schorpioen genaamd, hoewel er geen enkel bekend verband bestaat tussen deze spinachtige dieren uit tropische landen en de oorspronkelijke astrologie van de oude Egyptenaren.