| Atlantis en
haar Landbouw Plato's visie is ook opmerkelijk doordat ze een fysische verklaring voor bet ontstaan van de landbouw geeft, en niet een mythologische. V66r zijn tijd berustten alle verklaringen voor de oorsprong van de landbouw op bet ingrijpen van goden en godinnen. In de klassieke mythologieen van alle bescnavingen is de landbouw fundamenteet van goddelijke oorsprong. Hij was op verschillende manieren en onder diverse omstandigheden bet werk van uiteenlopende goden, maar bet grondthema is steeds eender. In tegenstelling tot deze mythologische oorsprongen van de landbouw schildert Plato een heel ander beeld. Volgens hem duikt de landbouw opnieuw op na de verwoesting van een grote en vergevorderde beschaving door "aardbevingen en overstromingen van een ongekende hevigheid". Er is geen sprake van een plotselinge ingreep van goden of godinnen in de aangelegenheden van de mensheid. In plaats daarvan ziet Plato de opkomst van de landbouw als een langdurige, moeizame strijd om de grondslagen van een verdwenen beschavitig te herstelien. Zijn visie is er een van mensen die strijd leverden tegen de ingrijpend veranderde. Een gedreven Russische botanicus, Nikolai Ivanovitsj Vavilov (1887-1943), zag de mogelijkheden in de benadering van De Candolle. Uiteindelijk verzamelde hij een collectie van meer dan 50.000 wilde planten van over de hele wereld. Daarbij "... lokaliseerde hij ACHT VERSCHILLENDE PLAATSEN VAN HERKOMST van de belangrijkste kweekplanten ter wereld"I en stelde een direct verband vast tussen deze acht centra en de hoogste bergketens op aarde. Het is duidelijk dat de zone van de initiele ontwikkeling van debelangrijkste kweekplanten ligt in de gordel tussen 20' en 45' noorderbreedte, in de buurt van de hoge bergketens, het Hirnalaya-gebergte, de Hindoe Koesj, de gebergten van het Midden-Oosten, het Balkan-gebergte en de Apennijnen. In de Oude Wereld volgt deze gordel de lengtegraden, terwijl hij in de Nieuwe Wereld in de lengterichting loopt, in beide gevallen overeenkomstig de algemene richting van de grote bergketens. ![]() Hoogte waarop de landbouw ontstond: a) Vavilovs acht centra van het ontstaan van de landbouw; en b) 1500 m boven de zeespiegel. Kaarten 1 a en 1 b: Als wij Antarctica in het midden van een wereldkaart situeren, kunnen wij de plaatsen zien waar volgens de Russische botanicus Nikolai Vavilov de landbouw ontstond. De meeste gekweekte planten en tamme dieren werden gedomesticeerd in centra op een hoogte van 1500 m boven de zeespiegel. In deze bergen werd 11.600 jaar geleden de landbouw herboren. Overlevenden van de grote zondvloed waren doodsbang naar het laagland af te dalen, voor het geval dat een nieuwe aardbeving vloedgolven zou veroorzaken die hun wereld zouden verwoesten. Pas na vele generaties waren de overlevenden dapper genoeg om hun planten en dieren vanuit de hooglanden naar lager gelegen gebieden over te brengen. De eerste beschavingen waren vaak stroomafwaarts van hoge bergen te vinden. Vavilov toonde aan dat de meeste kweekgewassen van de wereld afstamden van planten die oorspronkelijk uit bergen hoog boven zeeniveau afkomstig waren. Zijn resultaten vormden onbedoeld een bevestiging van Plato's bewering over het belang van het hoogland voor de oorsprong van de landbouw. Plato dateert het ontstaan van de landbouw ongeveer in 9600 v.Chr., toen een aardbeving tot de ondergang van een grote beschaving leidde. Hoe kon Plato het tijdstip van deze ontwikkelingen zo lang geleden precies bepalen? Een tijdstip dat moderne archeologen pas na de Tweede Wereldoorlog hebben vastgesteld?7 Per slot van rekening moest hij het nog doen zonder de C14-datering. Hij beweerde dat zijn kennis van de gebeurtenissen die zich tijdens en na de grote zondvloed voordeden, afkomstig was van een Egyptische priester die toegang had tot de oorkonden van het verdwenen eiland-continent Atlantis. Als Plato gelijk heeft zijn wij niet de eerste wereldctilt,utir die verstrikt is geraakt in een atliankelijkheid van geavanceerde landbouwtechnieken. Volgens Plato legden (le bewoiiers van Atlantis ingewikkelde kanaleii aari om uitgesti,ekt.e gebie(len voor bebouwing te irrigeren. Ook zij waren volleerde landbouwers. Maar toen het einde kwam bezaten slechts enkelen de benodigde kennis om de wilde planten irlhun nietiwe vaderlauden te selec- teren die voor een regelmatige oogst konden zorgen. Die weinigen waren echter genoeg. De laatste bewoners van Atlantis zagen zich beroofd van hun vaderland, hun verledenin duigen en zonder toekomstperspeetief, terwijl hun enige ontsnappingsroute de open zee was. Waar konden ze heen? Hun weiriige keuzemogelijkheden werden hun opgelegd door de over-weldigende klimaatveranderingen waaraan de planeet ten prooi was gevallen. Terwijl de aardkorst verschoof, werden sommige streken warmer naarmate zij dichter bij de evenaar kwamen te liggen, en werden andere kouder, doordat zij in de richting van de poolstreken verschoven. Somrnige gebieden ontsnapten aan klimaatveranderingen, ter-wijl het klimaat van andere er zelfs beter op werd. Drie streken in de tropen boden een stabiel klimaat en hooglanden waar ze zich konden vestigen. Ze lagen elk midden tussen het vroegere en het huidige pad van de evenaar in. Ze kreged elk dezelfde jaarlijkse hoeveelheid zonlicht v66r en na de verplaatsing van de aardkorst. Deze streken bleken de belangrijkste plaatsen in het ontstaan van de tropische landbouw te zijn. Aliemaal lagen ze meer dan 1500 m boven zeeniveau en in een gordel lussen oe vroegere en de huidige baan van de evenaar. ![]() Kaart 2. Vanuit Antarctica gezien is de baan van de evenaar bij de laatste aardkorstverschuiving verschoven. Het Titicacameer, in het centrale Andesgebergte, Spirit Cave, in de hooglanden van Thailand, en de hooglanden van Ethiopid lagen allemaal halverwege tussen de huidige en de vroegere baan van de evenaar. Deze gunstige plaatsen hadden allemaal een stabiel klimaat en voorzagen de overievenden van wilde gewassen, die tot aardappelen, rijst en gierst werden. De oudste agrarische vindplaatsen dateren van 9600 v.Chr., dezelfde tijd als waarin volgens Plato's zeggen de ondergang van Atlantis plaatsvond. De landbouw kwam in Zuid-Anierika weer bij het Titicacameer tot leven. Dit was de enige plaats in de beide Amerika's waar planten en dieren niet hoefden te migreren om in stand te blijven. Hier werden de eerste aard-appelen gekweekt en lama's en guinese biggetjes geteeld. Hier zouden de overlevenden van Atlantis hun beschaving weer kunnen opbouwen, hoog boven de oceaan en zonder angst voor vloedgolven. Hier was hoop. |