Atlantis, de voorwereldlijke mythe



De eerste beschrijving van Atlantis die we kennen, is die van Plato, die in twee van zijn laatste boeken, de Kritias en de Timaios, het verhaal in het kort schetst. Dit is volgens hem wat werd verteld tegen Solon, de grote wetgever der Atheners, toen die een reis maakte naar de Egyptische stad Sais. Kritias, een van Plato's personages, vertelt het verhaal aan Socrates zoals hij het heeft gehoord van zijn grootvader, die ook Kritias heette. In bewoordingen die sterk doen denken aan de opvattingen van de Maya's over de periodieke verwoesting van de aarde legt de Egyptische priester Solon uit dat zij veel meer van de geschiedenis van de wereld weten dan de Grieken:

Om te beginnen herinnert ge u maar een zondvioed6, terwij] er daarvoor a] zovele zijn geweest, en voorts weet ge met... dat gij en de hele gemeenschap waarin ge nu woont afstamt van het weinige zaad dat toen nog over was. Ge weet die dingen met, omdat de overievenden vele generaties lang stierven zonder iets op schrift te hebben kunnen stellen.

Uit Plato's uiteenzetting blijkt dat er vroeger een groot eilandcontinent lag in het midden van wat tegenwoordig de Atiantische Oceaan is en dat de Grieken uit Athene een invasie van Europa en Afrika door deze eilandbewoners voorkwamen.

Want de geschiedenis vertelt, dat uw stad op een keer een geweldige troepen-
macht tot staan heeft gebracht die, komend uit de richting van de Atlantische Oceaan, met veel bravoure tegen heel Europa en Klein-Azi@ optrok. In die tijd was de zee daar immers bevaarbaar. Er lag een eitand voor de zee@ngte die ge nu de Zuilen van Herakies noemt. Dat eiland was groter dan Libi@ en Klein-Azi@ samen en reizigers van toen konden van daar naar de andere eilanden oversteken en zo naar het gehele tegenoverliggende continent dat die oceaan
omsloot.

Het meest verbazingwekkende van dit rond 350 v.Chr. geschreven verhaal is dat het niet alleen het oudste verslag over Atlantis is dat we kennen, maar dat er tevens wordt beweerd dat de Egyptenaren op z'n minst van Amerika hadden gehoord. Er staat expliciet bet gebele tegenoverliggende continent dat die oceaan omsloot. Zelfs als we het bestaan van Atlantis met een korreltje zout nemen, dan is dit fragment wel een krachtig pleidooi voor pre-Columbiaanse contacten tussen de Oude en de Nieuwe Wereld, want hoe wisten de Egyptenaren anders dat er een continent lag aan de overzijde van de Atiantische Oceaan? Verderop schrijft Plato:

Op dat eiland, Atlantis, bestond een machtig en indrukwekkend verbond van koningen die heersten over het hele eiland en over nog veel meer eilanden en delen van het vasteland. In het gebied aan deze kant van de zee@ngte voerden zij bovendien nog de heerschappij over Libi@ tot aan Egypte en over Europa tot aan Tyrrhenie [Toscane]

Het lijkt erop dat Atlantis een rijk met een machtige vloot was dat niet alleen zijn invioed deed gelden in West-Europa, een groot deet van Noord-Afrika en de eilanden in de Atiantische Oceaan, maar ook in delen van het continent waarover Plato ons net heeft verteld: Amerika. Vermoedelijk waren de bewoners van Atlantis hiermee met tevreden en probeerden ze ook de landen ten oosten van de Middellandse Zee te veroveren, waaronder Griekeniand en Egypte. Er werd een bondgenootschap gesloten om de aanval af te slaan, maar uiteindelijk kwam het geheel op de schouders van Athene neer om de overzeese aanvallers te verjagen en alle inwoners van het Middellandse-Zeegebied voor siavernij te behoeden. Plato schrijft vervolgens:

Later waren er ongekende aardbevingen en overstromingen en toen kwam het afgrijselijke etmaal waarin al uw strijders [Atheners] ineens door de aarde zijn verzwolgen. Ook het eitand Atlantis is door de zee opgeslokt en verdwenen. Daarom is de zee daar ook nu nog ontoegankelijk. Er ligt een geweldige hoop modder in de weg. Die wierp het eitand op, toen het verzonk.

In Kritias haalt Plato de mythe opnieuw aan en schrijft hii dat er 9000 jaren zijn verstteken sinds er oorlog uitbrak tussen hen die buiten en hen die binnen de Zuilen van Hercules woonden. We weten niet hoe lang de oorlog heeft geduurd, maar Plato laat duidelijk doorschemeren dat hij uitbrak voordat de bewoners van Atlantis Libi@ en Europa tot aan Toscane veroverden. Omdat Plato zijn dialoog rond 350 v.Chr. schreef, moet de oorlog minstens in 9500 v.Chr. zijn uitgebroken. Dit is moeilijk voor te stellen: Europa maakte toen het einde van de laatste iistijd door en over het algemeen neemt men aan dat de Griekse en Egyptische beschavingen pas duizenden jaren later tot bloei kwamen.


Van alle honderden boeken over Atlantis is Atlantis the Ante-diluvian Mytb nog steeds het invioedrijkst. Het werd geschreven door het Amerikaanse Congreslid Ignatius Donnelly en werd onmiddellijk een bestseller.

Linguistisch overtuigender zijn de paralletien die hii trekt tussen Atlantis en de tuinen van de Hesperiden [mijn cursivering]:

Volgens de overieveringen van de Fenici@rs lagen de tuinen van de Hesperidenin bet verre westen. Atlas woonde in deze tuinen. Zoals we hebben gezien was Atlas de koning van Atlantis. De Elyseische velden werden meestal gesitueerd in bet verre westen... Atlas werd in de Griekse mythologie beschreven als 'een enorme reus, die op de westelijke randen van de aarde stond en de hemelen op zijn schouders droeg, in een gebied in het westen waar de zon bleef schijnen nadat ze in Griekenland al onder was gegaan.


Donnelly was zeer gefnteresseerd in de overeenkomst tussen de namen Atlas en Atlantis en suggereert een mogelijke etymologie:

Plato schrijft dat Atlantis en de Atiantische Oceaan genoemd waren naar Atlas, de oudste zoon van Poseidon, de stichter van het rijk.
Op het deel van het Afrikaanse continent dat het dichtst bij Atlantis lag, vinden
we een bergketen die al van oudsher bekend staat als het Atiasgebergte. Vanwaar de naam Atlas als die niet is ontleend aan de machtige koning van Atlantis? En mocht dit toch niet het geval zijn, waarom treffen we deze naam dan aan in de uiterste noordwesthoek van Afrika? En hoe kan het dat ten tijde van Herodotus viak bij deze bergketen een volk leefde dat Atlantes werd genoemd, vermoedelijk bestaande uit het restant van een kolonie van Solons eiland? ...Ziehier! Een 'Atiasberg' aan de Afrikaanse kust; een 'Atiasstad' aan de Amerikaanse kust; de 'Atiantes' die langs de Afrikaanse noord- en westkust woonden; en Azteken uit Aztlan in Midden-Amerikai een 'Atlantische' oceaan tussen deze twee werelden; een mythologische god genaamd Atlas die de wereld op zijn schouders torst; en de eeuwenoude verhalen over het eiland Atlantis. Kunnen al deze zaken toeval zijn?


In het noordelijk deel van de Atiantische Oceaan ligt geen continentaal plat, maar is de oceaan zeer diep. Wei is het zo dat de lange vinger van de Noordatlantische Rug bij de Azoren op sommige plaatsen slechts 200 meter onder het wateropperviak ligt. Dit biedt op het eerste gezicht weinig hoop op het vinden van een overstroomd Atlantis, omdat op dit punt twee tektonische platen van elkaar bewegen. Nader onderzoek werpt ech-
ter een ander licht op deze zaak.

Hij beweerde dat rond 10.000 v.Chr. een continent midden in de Atiantische Oceaan de Golfstroom had geblokkeerd. Pas toen dat zonk (de ondergang van Atlantis) kon de Golfstroom de landen aan het noordelijk deel van de Atiantische Oceaan bereiken. De kritiek dat er in dat geval restanten van het gezonken continent zichtbaar zouden moeten zijn, weerlegde Muck door terug te grijpen op alledaagse geologische theorieen.


Hij opperde dat continentverschuiving wel de vorm en ligging van de zuidelijke continenten van Afrika en Zuid-Amerika kon verklaren, maar dat er een 'gat' zat in de Noord-Atlantische Oceaan. Het was niet mogelijk de continenten aan weerszijden van de Noord-Atlantische Oceaan in elkaar te laten grijpen als er niet als bij een puzzel een extra stuk werd tussengevoegd. Dit was volgens hem het verloren continent Atlantis. Voor een verklaring voor de abrupte verwoesting en overstroming van Atlantis keek hij naar de sterrenhemel. Hij beweerde dat de ramp was veroorzaakt door het inslaan van een asteroide in de buurt van de Atlantische Oceaan. Deze catastrofale gebeurtenis, die volgens hem het einde van het kwartair inluidde, liet twee grote gaten in de oceaanbodem achter en bracht de verwoesting van het verioren continent teweeg.

Voor zover wij dit ten minste uit zijn trance verstagen kunnen distilleren, schildert Cayce Atlantis af als een hoogontwikkelde beschaving die aan decadentie ten onder ging. In bewoordingen die ook voor deze tijd van toepassing kunnen zijn, schetst hij hoe een technologisch vergevorderde beschaving (klaarblijkelijk met vliegtuigen, lasers en andere moderne apparaten) God de rug toekeerde en zichzelf te buiten ging aan aardse geneugten. Vervolgens werd het paradijselijke eiland verwoest als gevolg van een reeks natuurrampen, veroorzaakt door het misbruik dat de Atiantide maakten van de natuurkrachten. Zoals Plato schrijft, verdween het eiland onder de golven. Dit is in essentie de geschiedenis van de ondergang van Atlantis zoals die uit de readings naar voren komt en zoals die door de zonen van Cayce werd gepubliceerd onder de titel Edgar Cayce on Atlantis.
Zoals echter blijkt uit dit eigenaardige boekwerkje zit er nog een andere kant aan deze zaak: een groot aantal personen wist de ramp te ontviuchten op een wijze die aan Noach doet denken. Volgens de readings verdronken niet alle Atlantiden toen hun land onder de golven verdween. Velen ontsnapten per boot; anderen, die de gebeurtenissen hadden voorvoeld, waren reeds naar andere oorden vertrokken. Zoals verwacht reisden ze voornamelijk naar landen die aan de Atlantische Oceaan grensden: Noord-Afrika (Libi@), Spanje, Portugal, Frankrijk en Engetand. Dit is vermoedelijk de oorsprong van de door Plato genoemde grote invasie van het Middellandse-Zeegebied. Waarschiinlijk wilden de Attantische kolonisten niet zozeer nieuwe nederzettingen stichten voor hun rijk, alswel ontsnappen aan het in hun ogen ten ondergang gedoemde continent. Dit was echter nog niet alles. Volgens Cayce vestigden de Atiantiden zich zowel in Egypte als in Midden-Amerika.

Het verloren continent en de geheime bibliotheek

Zoals we hebben gezien is de theorie van de Atlantiden in Egypte niet nieuw, maar de gegevens van Cayce geven er wel een heel nieuwe draai aan. Als we zijn readings moeten geloven, verkeerde de hele wereld in staat van beroering ten tijde van de ondergang van Atlantis (volgens Cayce rond 10 600 v.Chr.) Egypte was vermoedelijk vanwege zijn ligging een van de veiligste gebieden ter wereld en het land werd dan ook met alleen overspoeld met Atlantiden uit het westen, maar ook met andere volkeren uit het oosten. Deze andere nieuwkomers waren blanke Ari@rs afkomstig uit het gebied rond de berg Ararat in het huidige Oost-Turkije. Omdat de lokale bevolking van de Nijivallei toen uit negers bestond en de Atiantiden voornamelijk een rode huidkieur hadden, werd Egypte een soort raciale smeltkroes. Van deze rassen waren de Atlantiden ontegenzeggelijk op cultureel gebied het hoogst ontwikkeld. Ze brachten een deel van hun technologic mee, waaronder de kunst om met grote rotsblokken te werken en piramiden te bouwen. De veroveraars uit het oosten waren volgens Cayce in militair opzicht superieur en zij namen dan ook onder leiding van hun koning Osiris de macht over het land over. Waarschijnlijk ontstond uit dit vreemde brouwsel een nieuwe beschaving met een nieuwe religie: een vermenging van het oude animisme van de zwarte inheemse bevolking, de godsdienst van de Atiantiden en die van Osiris en zijn volgelingen.21 Het lijkt erop alsof het verhaal in enigszins verwrongen vorm bewaard is gebleven in het verhaal over de zondvioed in de bijbel. Als Mozes, de vermoedelijke auteur van Genesis, in Egypte werd geboren, opgevoed en er naar school ging, ligt het voor de hand dat hij de Egyptische versie van de universele legende over de zondvioed te boek stelde. In Genesis staat dat de ark van Noach op de berg Ararat bleef liggen en dat Noach drie zonen had: Sem, Cham en iafeth, de stamvaders van drie rassen. Als we Noach gelijkstellen met Osiris (volgens Cayce een immigrant uit de streek rond de berg Ararat), dan zijn diens bijbelse 'zonen' wellicht de drie rassen die de grondleggers van Egypte zijn: de roodhuidige Atiantiden, de blanken uit het gebied rond Ararat en de zwarte Egyptenaren. Dit komt helemaal overeen met de readings van Cayce, waarin hii zegt dat Osiris regeerde over een verenigd, multiraciaal koninkrijk.
De'slapende profeet'had echter nog meer te zeggen over de Atlantiden. In verscheidene readings beweert hij dat de overievenden van het verloren continent geschriften over hun voorgeschiedenis hadden meegenomen. Deze waren volgens hem zorgvuldig opgeborgen in een geheime kamer viak bij de sfinx, die als een schildwacht waakt over de piramiden van Gizeh. Een tweede verzameling geschriften werd door andere overievenden begraven in het Mexicaanse Yucat6n. Volgens Cayce verliet een priester genaamd litar voor de verwoesting van Atlantis met een groep volgelingen het paleis van Atlan en zette het gezelschap in westelijke richting koers van Poseidia (het grootste eiland) naar Yucatdn:

Vervolgens, nadat hij afscheid had genomen van de Atiantische beschaving (dat wil zeggen Poseidia), verliet Iltar - met een groep volgelingen afkomstig uit het huis van Atlan, zij die de ENE aanbaden - met ongeveer tien personen zijn land Poseidia en reisde westwaarts naar wat tegenwoordig deel uitmaakt van Yucatan.

En hier begon, met hulp van de inheemse bevolking, de ontwikkeling van eenl beschaving die op dezeifde wijze tot bloei kwam als de beschaving die het Atiantische land had gekend ...

De eerste tempers die door lltar en zijn volgelingen werden gebouwd, werden verwoest tijdens de periode dat het land van aanzien veranderde. De tempers die men thans aantreft en reeds ontdekte tempers die al vele eeuwen vervallen zijn, zijn derhalve het gezamenlijk werk van de volkeren uit Mu, OZ en Atlantis.

Het lijkt me waarschiinlijk dat lltar (zijn Atiantische naam) de grote profeet is die de Maya's later vereerden als hun grote teraar Zamna. Volgens Cayce liggen er niet alleen geschriften verborgen vlak bij de Egyptische sfinx, maar werden er tevens documenten door lltar meegenomen naar YucatAn en liggen er nog meer documenten in het hart van Atlantis zelf. Hadden we maar de beschikking over deze documenten, dan kenden we misschien de waarheid over de oorsprong van de Mayabeschaving en begrepen we wellicht waarom ze zoveel wisten van de zonnevlekkencycli.