| Plato - Atlantis Over Atlantis en zijn verwoesting horen we voor het eerst in de geschriften van Plato. Hij verzekert ons dat de geschiedenis van Atlantis een verhaal is dat "...hoewel op het eerste gezicht vreemd,toch helemaal waar is, zoals Solon, de wijste van de Zeven, eens bevestigd heeft".1 Solon (ca. 638-559 v.Chr.) was een van de zeven erkende wijzen van het oude Griekenland. Sonchis legde uit dat de Grieken en de Egyptenaren eens broeders waren geweest, die dezelfde moedergodin hadden. Sonchis vertelde Solon: ... Ik wil je het verhaal niet onthouden, Solon; ja, ik zal het je vertellen, zowel ten behoeve van jou en je stad, en vooral om wille van de godin, die zowel jouw land als het onze onder haar eigen hoede had genomen... En de leeftijd van onze beschaving zoals die in onze heilige geschriften is vastgelegd, is 8000 jaar. Van de burgers dan die 9000 jaar geleden leefden zal ik je in het kort bepaalde wetten verklaren, en de roemvolste daden die zij volbrachten: het hele verhaal in de precieze volgorde en in detail zullen we naderhand op ons gemak doornemen, met gebruikmaking van de eigenlijke geschriften. Ver-volgens onthulde de hogepriester de geschiedenis van de beschaving van Atlantis en van haar verwoesting, 9000 jaar geleden, door "aardbevingen en overstromingen van buitengewone hevigheid". Hij legde er de nadruk op dat de hele aardbol door deze traumatische geologische gebeurtenissen werd getroffen. Dit gesprek vond plaats omstreeks 560 v.Chr., zodat de ondergang van Atlantis omstreeks 9560 v.Chr. kwam te liggen, een datum die direct overeenkomt met die van de laatste aardkorstverschuiving. De oude Grieken geloofden dat "Libie" het gebied bestreek dat we thans "Noord-Afrika" noemen. Hun "Azie" komt overeen met ons huidige "Midden-Oosten". klleen "Europa" staat voor het gebied dat ook tegenwoordig nog zo heet. Aan het westelijke uiteinde van de wereld van de Grieken lagen de "Zuilen van Herakles", een aanduiding die twee betekenissen heeft. De uitdrukking staat voor een bepaalde plaats, de Straat van Gibraltar, maar ook voor de uiteinden van de bekende wereld. De Griekse Pindarus (518-438 v.Chr.) schreef dat de Zuilen van flerakies werden beschouwd als "...de ineest afgelegen grenzen [van de Griekse wereldi... Wat daarbuiten ligt kan door de verstandigen noch door de roekelozen worden betreden. De Zuileti van Herakles waren een psychologische grens, een verbodeti poort voorbij welke alleen dwazen zich zouden wagen. Deze betekenis van de "Zuilen van Herakles" wordt vaak vergeten of genegeerd door de speurders naar Atlantis, die alleen een letterlijke interpretatie van de uitdrukking aanvaarden, zodat alleen de Noordatlantische Oceaan als plaats voor het verdwenen continent overblijft. Deze misvatling wordt nog groter als ze in de "Atiantische Oceaan" op zoek gaan. Plato's Egyptische priester plaatst Atlantis "...ver in de Attantische Oceaan". Maar wat betekende "Atlantische Oceaan" voor de oude Grieken? Aristoteles omschreei'het als een watervlakte die gebeel en al het wereld-eiland omgaf-. "De zee, die buiten onze bewootide aarde is en otis land overal bespoelt wor(It zowel 'Atiantisch'als'de oceaan'genoemd." |