Atlantis en haar structuur.



De Griekse filosoof Plato (ca. 427-347 v.Chr.) verhaalde over een lang verdwenen beschaving die in die tijd bestond. Hij had deze legende over bet verdwenen rijk Atlantis gehoord van Egyptische priesters, die haar meer dan 9.000 jaar lang hadden bewaard. Volgens hen was ent in de oceaan, dit grote rijk, op een afgelegen eiland-continu door aardbevingen en overstromingen ten onder gegaan. Plato geloofde dat Atlantis geschapen was door rnannen en vrouwen met een vergevorderde technologies De hoofdstad van bet rijk heette ook "Atlantis", en haar ontwerp en plattegrond hadden een reusachtige schaal, in omvang vergelijkbaar met bet hedendaagse Londen. Een onmetelijk netwerk van kanaten voorzag de hoofdstad van water en bracht de burgers al hun eerste levensbehoeften tot aan hun voordeur. Hij geloofde ook dat de hoofdstad uit bet gesteente van bet land was uitgehouwen en aangelegd in een reeks concentrische cirkels. De buitenste cirkel omvatte een uitgestrekt gebied, waar handelaren hun beroep uit-
oefenden. Naarmate men dieper de stad in ging, kwam men langs tuinen, renbanen en paleizen en arriveerde men uiteindelijk op het centrale eiland met zijn geweldige tempel.

Maar dit magnifieke rijk zou een gewelddadig einde nemen. De hemel kwam omlaag. Aardbevingen en overstromingen teisterden het land. Atlantis ging ten onder.


De stad Atlantis was een ongelooflijk voorbeeld van stadsplanning op een schaal die door de twintigste eeuw nog niet is ge@venaard. Ze gebruikten de overvloedigste en meest voor de hand liggende krachtbron - water - om in hun belangrijkste behoeften te voorzien. (Hoewel de ironie van het lot wilde dat de krachten van het water hun noodlottig zouden worden.) In al de handels- en transportbehoeften van de stad werd voorzien door een ingewikkeld systeem van kanalen dat tot buiten de stad reikte, een grote vlakte in, en nog verder tot aan de bron zelf van de overvloed aan water, de bergen.

Zowel in omvang als in schoonheid was Atlantis onovertroffen: Rome, noch Alexandrie, noch Constantinopel, de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk, had eraan kunnen tippen. Alleen al in doorsnee besloeg de stad 23 kilometer. Een reusachtige muur van gehouwen steen, bekroond met bouwwerken, trok een 72 kilometer lange gordel rond de stad.

Op het centrale eiland lag de tempel te midden van het "Bos van Poseidon". Warm en koud water stroomde door de tuinen, en zorgde voor verkoelende baden in de zomer en warme baden in de winter. De tempel en het paleis lagen binnen de bescherming van een met goud ingelegde muur en de tempel zelf was met zilver bekleed. Het interieur ervan was met beelden versierd, waaronder een reusachtig beeld dat de god van de zee voorstelde, 46 staande op een wagen", met teugels die "zes gevleugelde rossen" met elkaar verbonden. Honderd zeenimfen, schrijlings op dolfijnen gezeten, vergezelden de zeegod over de oceaan.

Bij het altaar van de tempel van de -zeegod waren de wetten gedeponeerd waaraan de tien prinsen van, de tien provincies van Atlantis onderworpen waren. Ze waren in een zuil van orichalcum gegraveerd en de koning en de prinsen kwamen "...om de vier jaar, en daarna beurtelings om de vijf jaar" bijeen om deel te nemen aan een oud ritueel dat bedoeld was om hun bloedbanden te hernieuwen. Het eerste agendapunt was altijd de handhaving van de wetten "...en als zij zo bijeen waren, beraadslaagden zij over openbare aangelegenheden en onderzochten of iemand op de een of andere manier een overtreding had begaan en deden uitspraak".