Text Size
   
Home Heilige Bloedlijn 12 Stammen Israël
Mar 15
Monday

Bloodline "Movie"


Tombe of Jezus







Henri Boudet & Brits Israël

 

 

Henri Boudet, the Abbe' of Rennes-les-Bains (which neighbors Rennes-le-Chateau) who wrote The True Celtic Language and the Cromlech at Rennes-les-bains,[2] may have been the "brains" behind Sauniere. Lincoln thinks his book may offer the key to the mystery [3]. Boudet appears to argue in the book the silly thesis that the Celts spoke Anglo-Saxon, and that it - English, in effect - was the language which was spoken by Noah's sons before the Tower of Babel. But David Wood and Henry Lincoln conclude that the book may be averring something else - that perhaps there was a universal language before the Deluge: Number (or Measure). And that the "key" to the "Cromlech" of Rennes-les-Bains might be the old English mile [4]. Lincoln believes that metrology may play an important part in the Rennes-le-Chateau mystery. In any case, other authors have noted that Boudet died under strange circumstances, and that his book may have been sought out and destroyed by the Bishop de Beausejour. Boudet, a linguistic scholar, would have been a logical choice for Sauniere to approach with his curious Latin parchments.

Read more...
12 Stammen Israel (NL)
Zoektocht Arks des Verbonds in Frankrijk PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Sunday, 04 October 2009 13:31

TEMPELIERS KASTEEL BEZU -  EN DE ARK DES VERBONDS (1296)

 

In 1296 werden de tot dan toe verspreid plaatsvindende activiteiten van de tempeliers in Bézu geconcentreerd in één hoofdgebouw. Dit werd de hoofdwerkplaats in het nabijgelegen Campagne-sur-Aude, en vanuit Aragon werden ridders aangevoerd om het gebouw met behulp van uitkijkposten continu te bewaken.

 

 

 (wapenschild Bezu)

 

Filips vermoedde dat de ark en de relikwieën van Mag-dalena hier bewaard werden, maar omdat de tempeliers binnen hun eigen gebied autonoom waren geworden en alleen de paus nog boven zich hadden. was hij niet bij machte Bézu rechtstreeks aan te vallen. Hij had een paus nodig die hij kon manipuleren om hem de benodigde vrijheid te verlenen. Daarom liet hij Bonifatius VIII vermoorden en diens opvolger. Benedic-tus XI, werd vervolgens vergiftigd door Filips kanselier William de Nogaret.28 Benedictus werd in 1305 vervangen door Filips eigen kandidaat Bertrand de Got, aartsbisschop van Bordeaux, die bekend werd als paus Clemens V. Omdat de nieuwe paus zich aan hem had verplicht, had Filip hem in zijn macht en hij wilde nu de broederschap in Bézu volledig isoleren, zodat de tempeliers van niemand meer steun konden krijgen. Vervolgens, op vrijdag 13 oktober 1307. sloegen Filips handlangers toe29, maar de koning had het geheime netwerk van de tempeliers onderschat. De kapelaan van La Buzadière was op de hoogte van zijn bedoelingen en werd gewaarschuwd voor de ophanden zijnde inquisitie. Zeven ridders kregen het bevel het nieuws over te brengen naar de sleutelposities, waaronder Parijs. Saint Malo en Bézu. Dit waren Gaston de la Pièrre Phoebus. Guidon de Montanor. Gentilis de Foligno, Henri de Montfort, Louis de Grimoard, Pièrre Y orick de Rivault en Cesare Minvielle.30 Op dat moment was Jacques de Molay de grootmeester van de orde. Het grootste deel van hun schat bevond zich in de gewelven van hun kapit-telzaal in Parijs - de achtergrond van het beroemde schilderij van de tempeliers met de Ark van het Verbond in 1147, die nu hangt in het Chàteau de Versailles. Jacques zorgde ervoor dat de schat van Parijs werd weggevoerd door een vloot galeischepen vanuit La RochelJe. De meeste schepen voeren naaf Schotland en andere naar Portugal. Hij en een aantal belangrijke officieren bleven in Frankrijk om hun werk voort te zetten; een belangrijk deel daar-van bestond eruit de ridders die niet van Filips aanval op de hoogte waren hierover in te lichten. Koeriers haastten zich alle kanten uit met hun 'waar-schuwing, maar vaak kwamen ze te laat. Maar het was ook te laat voor koning Filips. Toen zijn mannen aankwamen bij het tempeliergebouw en de alchemistische werkplaats in Bézu was alles verlaten. Eigenlijk had de Franse koning niet eens het recht om daar te komen, want Bézu viel destijds onder het gezag van het Spaanse Hof van Aragon. Inmiddels had Filips een lijst opgesteld met beschuldigingen tegen de orde; de belangrijkste aanklacht luidde ketterij. In heel Frankrijk werden tem-peliers gevangen genomen, om vervolgens te worden gevangengezet, onder-vraagd, gemarteld en verbrand. Mensen werden betaald om tegen hen te getuigen en er werd een- aantal bizarre verklaringen verkregen. Zodra ze hun getuigenis hadden afgelegd, onverschillig onder welke dwang of met hoeveel omkoperij dat was gebeurd, verdwenen veel getuigen spoorloos.

 

KONING ZET PAUS AAN DE MACHT & ARK WORDT OPGEEIST (1305)

 

Deze keer bevond de macht der tempeliers zich aan de kant van de koning: Philips moest er echter niet aan denken wat er zou gebel,lren als diezelfde macht zich tegen hem zou keren. Terecht vroeg hij zich dan ook af wie er nu werkelijk de baas was binnen zijn koninkrijk. Vanaf dat moment was hij vastbesloten de tempeliers op de een of andere ,manier aan te pakken.Philips realiseerde. zich echter dat, wilde hij enige invloed verkrijgen over de tempelorde,dit alleen mogelijk was via de paus. Want alleen aan de paus waren de tempeliers verantwoording verschuldigd. Toen in 1305 een nieuwe paus moest worden gekozen zag hij dan ook zijn kans schoon. Hij schoof een eigen kandidaat naar voren en door omkopingen en manipula¬ties zorgde Philips ervoor dat deze tot paus werd gekozen. De eerste stap was ge~et: Clemens V, de nieuwe paus, had zijn p~ntificaat aan Philips de Schone te danken en zou te zijner tijd bereid zijn om iets terug te doen voor deze bewezen dienst. Ookbelangrijk was het feit dat in . ..d de zetel van de paus zich niet ,in het Vaticaan bevond, maar e Avignon"fn het zuiden van Frankrijk. Hierdoor was het voor de Franse koning een stuk makkelijker om ervoor .te zorgen dat er altijd wel één van zijn mensen in de. directe nabijheid van (te paus verkeerde. Er zou niets kunnen gebeuren zonder dat de koning er van WIst. Paus Clemens V was nog geen jaar aan de mach~ toen er iets opmerkelijks plaatsvond. Het was een gebeurtenis die door de meeste geschiedschrijvers wordt genegeerd of door anderen slechts terloops wordt genoemd, maar,die voor ons van het allergrootste belang is. Op zekere dag stond er een delegatie van een dertigtal exotisch uitgedoste personen op de stoep vansle paus die beweerde gezonden te zijn door priester Johannes! Wat de afge¬zanten van priester Johannes helemaal in Zuid-Frankrijk kwamen doen is onbekend. Evenmin weten wij wat er met de paus werd besproken. Er moet echter wel een zeer belangrijke reden zijn geweest want dit was de   allereerste keer ooit dat een Ethiopische delegatie West-Europa bezocht! ,Waar wij wel van uit kunnen gaan, is dat Philips ~olledig op de hoogte werd gebracht van reden en doel van dit bezoek, want niet veel later had hij een onderhoud met de paus. Mocht Clemens tijdens dit gesprek dingen hebben verzwegen dan zullen die ongetwijfeld door Philips eigen spion¬nen zijn overgebracht. Nogmaals, niemand weet wat er tussen..paus .en Ethiopiëis werd besproken, maar afgaande op onze ontdekkingen tot nu toe, is er slechts één conclusie mogelijk. De Ethiopiërs kwamen de Ark terugeisen die de tempeliers van hen.hadden gestolen!  Toen Philips over deze eis werd ingelicht; 'moet zijn eerste reactie geweest zijn: 'Dus toch!' Al die vreemde verhalen van zijn overgrootmoe¬der Blanche over de Ark en de tempeliers waren dus toch waar. Ook moet hij zich het bezoek van zijn vader aan de familie d' Aniort hebben heriri¬nerd. Had dat bezoek ook niet met de Ark te maken gehad? ,Dan waren er nog die vreemde geruchten over een geheimzinnig voor:¬werp dat de tempeliers in hun bezit haddén. Een voorwerp dat zij Bapho¬met noemden en waarvan werd beweerd dat zij er hun macht en rijkdom aan hadden te danken. Voor koning Philips werd ineens alles duidelijk; dat voorwerp dat macht en rijkdom bracht, was natuurlijk de Ark. Vanaf dat moment wist hij het zeker: hij moest en zou dat voorwerp in zijn bezit zien te krijgen. . ,Philips moest voorzichtig te werk gaan. Als nakomeling van Blanche van Castilië bezat hij. bepaalde aanspraken op de Ark. Er waren echtér meer personen die bezit konden claimen. De paus bijvoorbeeld. Als plaatsvervanger van Christus' op Aarde zou zijn claim ongetwijfeld rechtmatiger zijn dan die van de koning van Frankrijk.Dan waren er nog de joden. Strikt genomen was de Ark hun eigendom. De joden echter waren voor Philips geen probleem. Hij liet ze oppakken en het land uitzetten, makkelijk zat. Eigenlijk zou hij dat ook met de tem¬peliers moeten kunnen doen~ 'Maar waarom ook niet, waarom zou ,hij ook de tempeliers niet gewoon kunnen arresteren,' zo vroeg de koning. zich plotseling af. Langzamerhand ontstond er een gewaagd, krankzinnig maar bovenal geniaal plan dat Philips in één klap van zijn problemen af moesthelpen. De koning besefte al vlug dat het geheim van de tempeliers tegelijkertijd hun zwakke plek was. Nooit zouden zij toegeven dat het voorwerp van hun aanbidding de Ark was. Als hij kon bewijzen dat zij een vreemd voorwerp aanbaden en hen vervolgens zou beschuldigen van het vereren van een hei¬dens idool, zouden zij dat nooit kunnen weerleggen voor de kerkelijke rechtbank zonder het geheim prijs te geven. Als religieuze orde konden de tempeliers alleen' worden veroordeeld door de kerkelijke rechtbank. En voor de Kerk waren afgoderij. en ketterij de - ergste misdaden die iemand kon begaan. Dus als zij voOr afgoderij werden veroordeeld zou dat ook het einde van de orde betekenen. Althans zo zou het moeten gaan in de gedachten van Philips. Voor het echter zover was, moest eerst het belangrijkste gedeelte van het plan worden uitgevoerd. Want boven alles wilde de koning de Ark in zijn bezit krijgen. Daar moest het hele plan op worden afgestemd. En ,aldus geschiedde.' ,


Last Updated ( Thursday, 08 October 2009 23:40 )
 
Ark des Verbonds naar Frankrijk PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 21:21

ARK LEGENDE IN FRANKRIJK (1190)

Er bestaat een Franse legende die bevestigt dat de Graal (Ark des Verbonds) inderdaad naar Zuid-Frankrijk is gebracht. Dus niet naar Sarras in Ethiopië maar naar Serres in Zuid-Frankrijk. Deze legende geeft ons ook de naam van 'Le seigneur du Graal', hij wordt Perilla of Perella genoemd. Seigneur Perella stond aan het hoofd van een groep leden van een militaire orde die 'Tempeliers worden genoemd. Pieriede Redas was een Aniort. De Aniorts waren Seigneurs van Rennes-Le-Chateau en van de vele nederzettingen in de directe omgeving. Twee van die plaatsen waren Serres en Peyrolles. De twee plaatsen die de Roseline markeerden. Pierre de Redas was dus ook één van de Seigneurs van Peyrolles! Peyrolles was ook één van de eerste tempeliers nederzettingen in Razès. Seigneur Perella en de Tempeliers die de Graal beschermden bij Sarras in het zuiden van Frankrijk. We vinden ze terug bij de Seigneur van Peyrolles en de tempeliers in de nabijheid van Serres. Ook de Graallegenden verschaffen ons dus aanknopingspunten dat Pierre de Redas betrokken was bij de komst van de Ark naar Zuid-Frankrijk. Genoeg, aanknopingspunten om ons een goed beeld te vormen hoe deze komst in zijn werk is gegaan. De operatie was zorgvuldig voorbereid. De Ark werd in de tempelierhaven “Hyères” aan wal gebracht, daar in de buurt voorlopig verborgen en toen de kust veilig was, overgebracht naar Razès. Rond 1190 was slechts een kleine groep mensen op de hoogte van de komst van de Ark naar Razès. De groep bestond uit de vertegenwoordigers van vier partijen: 

 

Roger II, burggraaf van Razès (Trencavel), 

Pons de Redas, broer van Pierre (d' Aniort),

Pons d' Amely, abt (abdij Alet), ,

Bonet de Redas, broer van Pierre, (tempeliers).

 

Onder leiding van Pons d'Amely werden de noodzakelijke voorbereidingen getroffen. Even dreigde het mis te lopen toen Roger II Trencavel in 1194 overleed. Zijn zoon en opvolger Raimond was toen slechts twaalf jaar oud. Als voogd werd Bertrand de Saissac aangesteld, die de instructies, vastgelegd in Rogers testament, trouw zou uitvoeren. Gelukkig maar want had hij dit niet gedaan, dan was de Ark waarschijnlijk nooit naar Razès gebracht.

 

GRAAF VAN RAZES - GROTE MONARCH

Toen echter de tempeliers hun doel, het terugvinden van de Ark, hadden bereikt, gebeurden er twee dingen die de loop van hun geschiedenis drastisch zouden wijzigen. 

 

Teneerste viel Jeruzalem terug in de handen van de mohammedanen waardoor de Ark niet teruggebracht kon worden naar het Heilige Land. 

 

Ten tweede verscheen er iemand die binnen de orde een belangrijke functie had en die beweerde dat de dynastieke lijn van de koningen der joden en die van de Grand Monarch niet via Godfried van Bouillon verliep maar via zijn familie, de familie Redas (Benjamin stam). 

 

Blijkbaar bezat deze Pierre de Redas onweerlegbaar bewijsmateriaal zodat de tempeliers al spoedig van zijn gelijk overtuigd waren. De Orde van Zion hield echter vast aan de stamboom van Godfried. Er ontstond een conflict dat zo hoog opliep dat beide orden uit elkaar gingen. Deze scheiding werd in de annalen van de Orde van Sion opgetekend als het incident van de Olm. Bij dit incident zou het omhakken van een boom central staan. Nu beseffen we ook dat met deze boom geen fysieke boom werd bedoeld maar de stamboom van de Grand Monarch die, volgens de Orde van Zion, door het verraad van de tempeliers zo abrupt was omgehakt. Beide orden gingen vanaf die tijd hun eigen weg. Er was echter één verschil: de tempeliers bezaten de Ark! Zij besloten de Ark naar het land van Pierre de Redas te brengen, de tempelier die had bewezen dat zijn familie de dynastieke rechten bezat van de koning der joden en daarmee ook die van de Grand Monarch! Die tak liep echter via Oliba, een jongere zoon van Guillaurne de Gellone. De erfelijke lijn liep via Bera de oudste zoon en kwam uiteindelijk uit bij Godfried van Bouillon. Zo op het eerste gezicht had de Orde van Zion dus gelijk. Ook de moderne Prieuré de Zion huldigt dit standpunt. Ook zij laat de dynastieke lijn van de Grand Monarch via Godfried-lopen. 'In Les Dossiers Secrets wordt geprobeerd via ingewikkelde en soms ook gemanipuleerde stambomen dit heel nadrukkelijk aan te tonen. Een heel veelzeggend fragment vinden we in een van de begeleidende teksten:

 

“Aan het einde der tijden, zo staat in één der perkamenten, zal de ware erfgenaam terugkeren en de nalatenschap van de grote Ursus opeisen.”

 

Met de grote Ursus wordt blijkbaar Guillaume d'Orange bedoeld, want in de stambomen van de Prieuré de Zion wordt de laatste graaf van Razès van Merovingische (= Frankische) afkomst, Prins Ursus genoemd. Met andere woorden uit het geslacht van Guillaume d'Orange, de grote Ursus, zal de ware erfgenaam voortkomen, dat wil zeggen de “Grand Monarch”. Nu valt ook te begrijpen waarom Godfried de titel van prins boven die van koning prefereerde. Wij hebben echter nog steeds geen antwoord op onze vraag. Want nogmaals, waar was nu de claim van de Redas op gebaseerd? Alles wijst er op dat de dynastieke lijn van Godfried de rechtmatige is. Om te beginnen, vormt de naam al een eerste indicatie dat de waarheid wellicht toch anders ligt. Toen het graafschap Razès door Karel de Grote officieel werd gesticht en Guillaume de eerste graaf werd, liet Karel ter gelegenheid gouden munten slaan. Op deze munten kwam de naam van het nieuwe graafschap te staan. Eén ervan is bewaard gebleven en inderdaad lezen we hierop de letters REDS. Redis of Redaz was behalve de naam van de hoofdstad ook de naam van het Graafschap. Als deze naam ook een titel inhield, is het te verwachten dat de naam alleen werd gebruikt door de familie die de titel bezat. De naam van de familie Redas is dus al een eerste indicatie van de rechtmatigheid van hun claim. Het vormt echter nog geen bewijs, hiervoor zullen we toch dieper in de familiegeschiedenis van Guillaume de Gellone moeten zoeken. Zoals te verwachten viel, verliep de erfelijke lijn inderdaad via die van Godfried. Wij lezen dat de titels van Guillaume overgingen naar diens oudste zoon Bera en die gaf ze op zijn beurt weer door aan zijn zoon Argila. Via Argila komen weer bij een Bera terecht. Bij deze Bera II echter gebeurde iets merkwaardigs. Tijdens zijn bewind verloor hij op een zeker moment zijn grafelijke réchten en de daarbij behorende titels. De redenen hiervoor zijn onduidelijk. De annalen blijven hierover zeer vaag. Een akte uit 877 doet vermoeden dat het vanwege een zeker verraad was. In ieder geval verloor Bera II zijn rechten en aanspraken. Nieuwsgierig geworden willen we weten op wie zij overgingen. We stuiten op de namen van twee broers Oliba II en Alfred I. Groot is onze verrassing als we ontdekken dat zij via Oliba I kleinzonen waren van Guillaume de Gellone!, De oorspronkelijke rechten en titels van' Guillaume waren dus overgegaan van de tak van Bera, de oudste zoon, op die van Oliba de jongere! Dat het hier geen tijdelijke maatregel betrof, ontdekken we als in 877 de zoon van Bera II met geweld de verloren rechten tracht terug te winnen. Deze poging was niet succesvol en leverde hem zelfs een reprimande op van de paus. Dit alles betekent groot nieuws, want de erfelijke lijn was definitief overgegaan opeen andere tak en kon dus niet uitkomen bij Godfried van Bouillon! Sterker nog, hij kwam precies uit bij de hoeders van de Ark. Want hij liep vervolgens verder via Oliba II en kwam uiteindelijk uit bij drie broers: Roger, Eudes en Raymond. Roger was de voorouder van de Trencavels en Eudes de stamvader van de Redas. Eindelijk zijn we waar we moeten zijn. Dit is het verhaal dat Pierre de Redas de tempelorde te vertellen had en hij kon het bewijzen met de officiële oorkondes en aktes. De tempeliers moesten hem wel geloven. Misschien zagen zij in het hele gebeuren wel de hand van God. Want was in de bijbel het eerstgeboorterecht van Izaäk ook niet overgegaan van diens oudste zoon Esau naar Jacob de jongste. En was het niet Jacob die de stamvader zou zijn van de Israëlieten. Steeds meer raakten de tempeliers er van overtuigd dat God persoonlijk de dingen naar zijn eigen hand zette. Steeds duidelijker werden de patronen van Zijn grote plan voor hen zichtbaar. Ook voor ons is nu een heleboel duidelijk geworden. Nu begrijpen we ook de afwijzing van belangrijke functies in dienst van de Franse koning. Via de tempelorde waren er voor de Aniorts veel hogere taken weggelegd. Ook de geheime plannen van de tempelorde zijn nu volledig te begrijpen. Het kan bijna geen toeval zijn dat aan het eind van de dertiende eeuw, in navolging van de Graallegenden, de romans over Guillaume d'Orange enorm populair waren. (In het Middelnederlands verscheen een vertaling onder de titel: Willem van Oringen.) De propaganda machine van de tempelorde draaide blijkbaar op volle toeren. In de tweede helft van de dertiende eeuw was de tempelorde op het hoogtepunt van haar macht. Talrijk waren haar bezittingen en groot haar invloed in heel West-Europa. Toch leek haar macht zich te concentreren in het gebied van Aragon, Roussillon en het voormalige Graafschap Razès. De Orde leek op deze streek haar oog te hebben laten vallen voor een eigen autonome staat. En ook dit was geen toeval, want nu weten wij waarom: dit gebied kwam vrijwel overeen met het voormalige joodse vorstendom van Siptimanië. Het is duidelijk dat de stammen van Israël elk hun deel in het verhaal wilden.

 

NIEUWE JERUZALEM

De tempeliers onder de Orde van Zion hadden namelijk het plan opgevat om in Europa een eigen staat te stichten. Hiervoor hadden zij hun oog laten vallen op het gebied dat thans deel uitmaakt van de Franse Languedoc. Hoewel zij hiervoor uiteindelijk geen toestemming zouden krijgen van zowel de paus als van de Europese monarchen (Stam van Israël) als ze de Ark zouden stelen, waren ze in het geheim al met de voorbereidingen begonnen. Hun activiteiten concentreerden zich vooral rond het gebied van het graafschap Razès met als hoofdstad Rheda het latere Rennes-Le-Chateau. Dit was het gebied waar uiteindelijk de Ark naar toe zou worden gebracht. De tempeliers waren er nog heilig van overtuigd dat nu de Ark teruggevonden was, het einde der tijden spoedig nabij zou- zijn. Maar alleen waren er verschillende opvattingen wat er mee zou moeten gebeuren. Ook waren zij er zeker van dat het nieuwe Jeruzalem zou nederdalen op de plek waar de Ark zich bevond. In dit geval de Razès dus. De tempeliers waren zo zeker van hun zaak dat zij, om de hemelse architecten een handje te helpen, het gebied voor de nieuwe heilige stad alvast begonnen af te bakenen. In eerste instantie werd een oppervlak gemarkeerd dat precies een tiende gedeelte besloeg van het totale oppervlak dat in de bijbel wordt genoemd. In dit gebied, het Heilige der Heiligen, zou de Ark worden verborgen. Kerken, kapellen en kastelen werden op van tevoren nauwkeurig vast. De tempeliers noemden zichzelf Ridders van de Orde van de tempel van Salomo, toen ze nog waren opgericht onder de vleugels van Tempel Orde Zion. Op de plek die zij hadden uitgezet, zou de nieuwe tempel van Salomo verschijnen met daarin een vaste plaats voor de Ark. Het gebied dat de Tempeliers hadden gekozen was Frankrijk, in tegenstelling van hun broeders Tempel Orde van Zion. Het lag dus voor de hand dat ze als markeringssymbool het zegel van Salomo zouden gebruiken. De Ark moesten ze voorlopig goed verbergen in een geheime ondergrondse bergplaats ergens binnen in het markeerde gebied. De tempeliers die zichzelf dus een belangrijke rol zagen spelen in de naderende eindtijd waren op alles voorbereid. Zij wisten dat ook Gods (EN.LIL) tegenstander, EN.KI, er op uit was en tot het laatste toe zou blijven proberen de Ark in handen te krijgen. Om dit te voorkomen hadden zij de pentagrammen uitgezet. De tempeliers geloofden dat personen of voorwerpen die zich binnen in een pentagram bevonden, waren beschermd tegen de invloed van boze machten. Had Salomo niet hetzelfde gedaan toen hij de enige toegang tot het Heilige der Heiligen de vorm van een vijfhoek gaf ? Nee, als het aan de tempeliers lag zou de naderende eindstrijd een goede afloop kennen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DE ARK KOMT AAN WAL IN FRANKRIJK (1193)

In  1193 komen 21 tempeliers aan met de Ark in Frankrijk. Ze werden opgewacht door een groep tempeliers (Katharen) die hun vergezelde voor hun reis over land naar Septimania Joodse Rijk. 

 

 

 

 

(Septimania Joodse Rijk)

 

DE LEDEN VAN DE EXPEDITIE

De expeditie leden die de Ark zochten, hadden in Ethiopië enkele jaren geleden de Ark terug gevonden, het was nog een kwestie van tijd om de Ark te verplaatsen. De leden van de expeditie waren de volgende:

 

Commandeur Piere de Redas , (uit de stam van Benjamin)

 

Ridder Olov (uit de stam van Israël; Aser) zijn voorvaders stamden af van de stam van“ASER” Eén van de stammen van Israël die zich lang geleden in Noorwegen en Ijsland vestigden.

 

Sergeant Jeremiah, de Nubiër; (uit de stam van Salomo & Sheba) zijn voorvaders waren gekend als de zwarte farao's van Egypte.

 

Sergeant Georges (stam onbekend)

 

Sir d'Arencourt (stam onbekend)

 

Sir Andrews (stam onbekend)

 

Ridder Levi (uit de stam van Levi): Ridder Levi was een joodse tempelier die bij de groep is gekomen in het Heiligeland, zijn mystieke kennis was onmisbaar voor de verplaatsing van het secrum.

 

Ridder Maduro (stam onbekend) had zwart haar en bruine ogen, hij was afkomstig uit Portugal en zijn voorvaders kwamen uit de Antillen.

 

Ridder d'Alzac (stam onbekend)

 

Ridder Steuart (uit de stam van Ephraim) Steward of Stewart maar nadien verfranst tot Stuart is een adellijk huis afkomstig uit Groot-Brittannië, meer bepaald uit Schotland.

 

Ridder Jerome d'Angelus, rechter hand van de laatste burggraven van Razés

 

Ridder Maduro (stam onbekend)

 

Ridder Guenaro (stam onbekend)

 

Ridder Gerard (stam onbekend)

 

Daar nog bij, vier monniken of priesters die de Leviet volgden en twee hospitaal ridders.


 
Ark des Verbonds naar Europa PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 21:14

DE ARK GESTOLEN EN VERTREKT NAAR EUROPA

In 1188 besloot de Tempelorde die in Ethiopië was haar eigen weg te gaan. Zonder overleg met de Orde van Zion (Stammen van Israël) werd besloten de Ark naar Europa te brengen. Hoewel kostbaar, want van goud gemaakt en met edelstenen bezet, waren de Tempeliers niet direct geïnteresseerd in de container. Het ging hen enkel en alleen om de inhoud. Het is dus denkbaar dat zij een soortgelijke truc hebben toegepast als 2100 jaar eerder Menelik met Salomo had uitgehaald. De container! werd achtergelaten, maar het kostbare heilige voorwerp meegenomen. 

 

 

 

Kerk van Sint Maria van Zion, waar de vermeende Ark des Verbonds

 werd gestolen, Axum

 

Hierdoor was de kans groter dat de diefstal niet direct zou worden opgemerkt. Een bijkomende consequentie was dat de gedupeerde partij, evenals Salomo had gedaan, de diefstal geheim kon houden. De Ark werd in het diepste geheim richting Europa verscheept. Dit was niet zonder reden. 


 
Zoektocht naar de Ark des Verbonds PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 21:03

 

PIERE REDAS EN DE TEMPELIERS (1169)

 

In 1142 besloot de jonge Pierre de Redas toe te treden tot de orde der tempeliers. Hij moet over buitengewone kwaliteiten hebben beschikt, want in twee jaar tijd was hij binnen de orde opgeklommen tot assistent commandeur te Douzens. In 1156 was hij zelf commandeur. De jonge edelman uit Rennes-Le-Chateau had het hoogste bereikt wat hij binnen zijn eigen regio bereiken kon. Was hij misschien de man met de juiste capaciteiten. De man waarnaar de Orde van Zion op zoek was, voor het leiden van een belangrijke geheime expeditie? Begin 1169 verliet hij plotseling de hoge rost in Frankrijk om vervolgens met de noorderzon te vertrekken naar het Heiligeland. Daar zou hij een expeditie lijden met als doel het op de troon helpen van' een gevluchte Ethiopische prins en het opsporen van de verdwenen Ark van het Verbond.

 

VERTREK VAN DE EXPEDITIE

 

Spoedig vertrok er een tempeliervloot uit de Golf van Aqaba met onbekende bestemming en niet lang daarna circuleerden de eerste geruchten van blanke mannen die betrokken zouden zijn bij de bouw van kerken en bij ceremoniën rondom de Ark des Verbonds. Alles verliep volgens plan en de terugkeer van de Ark leek een feit als er niet een ontstellend grote kink in de kabel was gekomen. In 1188 werd Jeruzalem namelijk door de moslims heroverd op de christenen. De tempeliers verplaatsten hun hoofdkwartier naar Cyprus en het is veelzeggend dat de Ethiopiërs, hoewel zij in feite niets te duchten hadden van de moslims toch besloten om met de tempeliers mee te vluchten naar Cyprus. Dit duidt op een wederzijdse verbondenheid. Ondertussen zagen de tempeliers die in Ethiopië Lalibela hielpen met de bouw van de rots kerken, zich afgesneden van hun hoofdkwartier. 

 

LALIBELA VERBANNEN PRINS (1170) 

 

Het was duidelijk dat, wilden de tempeliers slagen, zij de zaken groter en doeltreffender moesten aanpakken. Nu wilde het toeval dat er in die tijd een verbannen Ethiopische prins in Jeruzalem woonde. Deze prins, Lalibela genaamd, kon nogmaals bevestigen dat de Ark inderdaad in Ethiopië werd bewaard. Misschien deelde Lalibela de eschatologische opvattingen van de tempeliers en konden zij hem ervan overtuigen dat het einde der tijden naderbij was, en dat hij, Lalibela, as uitverkoren daarbij een beslissende rol te spelen door de Ark terug te brengen naar Jeruzalem. Het is heel goed mogelijk dat Lalibela hiermee instemde; Want ook in de Kebra Nagast stond te lezen dat de Ark bij de wederkomst van Christus teruggebracht moest worden naar de berg Zion in Jeruzalem waar  Christus tijdens het laatste oordeel de Ark persoonlijk zou openen. Maar daarnaast had hij ook genoeg andere redenen om 'met de tempeliers tot een akkoord te komen. Want zoals wij weten was Lalibela een gevluchte prins die aanspraak maakte op de Ethiopische troon. De tempeliers waren op dat moment uitgegroeid tot een formidabele militaire macht. Als zij Lalibelà op de troon konden helpen, kon hij hen toegang verschaffen tot de felbegeerde Ark. Maar het is ondenkbaar dat Lalibela zo'n heilig voorwerp als de Ark zonder meer aan de tempeliers (stam van Israël) zou overhandigen. Daarom is het volgende scenario het meest aannemelijke:

 

-Zowel de tempeliers als Lalibela waren ervan overtuigd dat het einde der tijden naderbij was en dat de Ark terug moest naar Jeruzalem.

 

-De tempeliers hielpen Lalibela op de troon. '

 

-In ruil daarvoor stemde Lalibelaermee in dat de Ark overgebracht zou worden naar Jeruzalem. 

 

-De Ark zou onder hoede blijven van de Ethiopiërs die al een onderkomen hadden in de Heilige Grafkerk in Jeruzalem.

 

-De tempeliers (stam van Israël) zouden speciaal voor de Ark een nieuwe tempel bouwen, wat ze ook inderdaad hebben gedaan op de plek waar ze: de Baphometsteen hadden gevonden.

 

-Ook zouden ze Lalibela helpen met de bouw van een aantal kerken in Ethiopië waar de Ark voorlopig zou worden ondergebracht totdat de nieuwe tempel in Jeruzalem gereed zou zijn.

 

 

 

(de kerk Roha, gemaakt naar voorbeeld van de kruisvaarders)

 

Bovengenoemde overeenkomst zou voor beide, partijen aanvaarbaar geweest kunnen zijn waarbij moet worden opgemerkt dat de stuwende kracht achter de tempeliers de Orde van Zion was. De tempeliers waren de uitvoerende partij, de Orde van Zion het geheime brein. Maar dat zou niet zo blijven.


Last Updated ( Wednesday, 07 October 2009 21:17 )
 
Diaspora van Israël PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 12:21

KONINGRIJK DIASPORA VAN ISRAËL

 

Het woord diaspora, van oorsprong een Grieks woord (verstrooiing, uitzaaiing), geeft de grootschalige verstrooiing of verspreiding van een volk over verschillende delen van de wereld aan. Vaak wordt hierbij specifiek aan die van de Israëlieten gedacht (styammen van Israël), en aanvankelijk, en lange tijd daarna, is dit ook de enige betekenis van het woord geweest. In veel contexten betekent het woord diaspora de eerste verstrooiïng van het Israëlieten volk over de antieke wereld van het Midden-Oosten als gevolg van de dood van Salomo. In 722 v.chr vluchten weer een deel naar Juda en naar andere continenten zoals Europa waar al bestaande stammen van Israël aanwezig waren vanaf 3000 v.chr, toen ze nog de kans daarvoor hadden zodat daar nog veel meer leden van de 10 stammen terechtkwamen en daar eveneens assimileerden. De vernietiging van de eerste Tempel van Jeruzalem rond 586 v.Chr. bracht weer een verhuis teweeg van de stammen van Israël. De grootste verspreiding, en nu over bijna de gehele wereld, namelijk Noord-Afrika, Europa, Azië en, na de Middeleeuwen, Amerika begon echter na de mislukte Israëlieten opstand in 135 na Chr., welke door Julius Severus werd neergeslagen. Kenmerkend was bij deze verspreiding dat men vrijwillig vertrok om elders een nieuw bestaan op te bouwen. 

 

De moderne beweging die de Joodse Diaspora wil beëindigen is het zionisme dat ontstond in de 19e eeuw en met als belangrijkste woordvoerder Theodor Herzl.

 

 

 

(Diaspora van Israël)

 

De Israëlieten voor het grootste deel zijn terug te vinden in het noordwesten van Europa. In Europa vinden we nazaten van de Israëlische stammen voornamelijk terug in de Krim waar ze zich onder de naam 'Kymbri' vestigden. Ook ver boven de Donau in het tegenwoordige Beieren (waar de Beierse Illuminatie is ontstaan, en vanwaar Hitler komt) vinden we veel sporen van deze stammen terug. Omstreeks het begin van de christelijke jaartelling zijn enkele van deze stammen naar de Donau en de Rijn getrokken, waar ze zich met de 'Teutonen' mengden (stam van Noach zoon Jafeth). Daaruit kwamen ten slotte de 'Sicambriërs' voort, één van de Germaanse stammen die we kennen als de 'Franken'. Met andere woorden de Franken komen uit de twee bloedlijnen van Noach zonen, Sem & Jafet. De Dynastie van de Sicambriërs begon in 448 na Christus toen de Merovingen over het rijk van de Franken regeerden. In vrouwelijke lijn zijn de Merovingen afstammelingen van de Sicambriërs. Deze dynastie werd de Dynastie der Merovingen genoemd. Volgens de overleveringen van de Frankische historicus Priscus zouden de Merovingen over 'boven natuurlijke krachten beschikken. Zijn moeder zou door een 'beestachtig' (bestea...satan? of wezen van EN.KI) wezen zijn verleid. Dit 'beest' zou eeuwig voortleven in de komende generaties. Nogmaals zij opgemerkt: 'de Israël bloedlijn' vertegenwoordigt het 'zaad van EN.KI - Lucifer. De Merovingen en hun nageslacht staan bekend om hun esoterische kennis en occulte vaardigheden. Heksen, magiërs en occulte priesters konden door hun rituele praktijken beschikken over buitengewone krachten. Zo communiceerden ze bijvoorbeeld door telepathie. In het graf van koning Childeric I, zoon van de Merovingen, zijn diverse magische satansrelicten gevonden. De bloedlijn van de Merovingenstamt rechtstreeks af van Dagobert II en zijn zoon Sigisbert IV. Door de verbinding van de Dynastie van de Sicambriers en de Dynastie van de Merovingen gaat de Israël bloedlijn door tot en met Godfried van Boullion die in 1090 Jeruzalem veroverde. Vele vroegere en hedendaagse adellijke en koninklijke families gaan terug op de Dynastieën van de Sicambriërs en Merovingen. Enkele voorbeelden van deze huizen: Blanchfort, Gisor, Saint-Clair (Sinclair in Engeland), Montesqieu, Montpézat, Luisignan, Plantard, Habsburg -Lorraine, Stuart, De Medici en vele anderen, zoals Rockefellers, Astors, Dupunt, Krupp die we hier bespreken en in het studiewerk “13 Illuminati”.

 

12 STAMMEN VERSPREID OVER EUROPA & ISRAËL

 

Vele onderzoekers vragen zich af , waar de 12 stammen van Israël zijn gebleven in Euopa. Voor het eerst in zovele jaren zullen wij bekend maken waar de stammen van Israël zich vestigden.

 

1.RUBEN = FRANKRIJK

2.GAD = ZWITSERLAND

3.ASER = NOORWEGEN & IJSLAND

4.NEPTHALIM = SWEDEN EN RUSLAND

5.JOSEPH = AMERIKA 

6.EPHRAIM = ENGELAND en WALES

7.ISSACHAR = FINLAND & ESTONIA

8.ZABULON = NEDERLAND

9.BENJAMIN = BELGIË

10.LEVI = SCOTLAND

11.DAN = DENEMARKEN

12.SIMEON = IERLAND

13.JUDA = ISRAËL

 

SALOMO CULTUUR OF STAM VAN ISRAËL IN EUROPA

 

Tegen die tijd had de Graalcultuur van David en Salomo zich uitgebreid naar het westen, met name naar de Merovingische koningen van de Fraken, terwijl verwante takken koninkrijken vormden in Ierland en de Keltsche delen van Brittannië. Deze lijnen waren door middel van huwelijken verbonden met de parallelle stam van de oudtestamentische figuren Cham, Jafet en Tubal-Kaïn (die hadden overleefd als de koningshuizen van Scythië en Anatolië) en de families hadden hun eigen huwelijksbanden gesmeed met de vroege prinsessen van de Egyptische erfopvolging. De eerste Pendragon (hoofd der draken) van Brittannië (Pen Drago Insu¬laris) uit deze lijn was koning Cymbeline van het huis van Camulot (camu¬lot betekent gebogen licht, vandaar Camulot), die werd gekroond omstreeks het jaar 10. De Britse Pendragon kwam niet aan de macht door opvolging van vader op zoon, maar werd individueel gekozen uit de takken van de regerende familie, door een druïdische Raad (Leviëten) van Oudsten, tot koning der koningen. De laatste Pendragon was koning Cadwaladr of Gwynedd uit Wales, die stierf in 664. Rond die tijd viel een groot deel van de Britse eilanden onder de Germaanse invloed van binnenvallende Angelen en Saksen - en Angel-land (Engeland) was geboren, om het te onderscheiden van Schotland en Wales.

 

HET HUIS VAN DAVID IN EUROPA

 

Voor de dood van Salomo spraken we over het huis van David, waarmee we naar één van de 12 stammen van Israël verwijzen, stam van Juda. Jezus Christus zijn bloedlijnen stammen af van het Huis van David (vader van Salomo) één van de eerste Koninkhuizen van Juda. 

 

In de toekomst; 

 

Ontelbaar zijn de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan de zee, even ontelbaar zal ik de nakomelingen maken van mijn dienaar David en van de Levieten die mij dienen.' (Jeremia 33:22)

 

Het huis van david en de verloren stammen 

 

Jeremia ch.33; 14 

De dag zal komen - spreekt de HEER - dat ik de belofte die ik het volk van Israël en Juda heb gedaan, gestand zal doen.

 

Jeremia 33; 15" Op die dag, in die tijd, zal ik aan Davids stam een rechtmatige telg laten ontspruiten, die recht en gerechtigheid in het land zal handhaven.

 

33; 17 "... Want dit zegt de HEER: Er zal altijd een nakomeling van David op de troon van Israël zitten.

 

Koning David had vele zonen. Salomo, de zoon van David had 300 vrouwen en 700 concubines en kinderen werden gedragen aan hem. De meeste van de koningen van het Huis van David had meerdere kinderen . Hieruit volgt dat een groot aantal nakomelingen langs de mannelijke kant tot het Huis van David. Afdaling via de mannelijke kant is wat het Schrift voorschrijft.  Het Huis van David regeerde in Juda en heel wat gezinnen onder de huidige dag (joden) sporen zelf van de stam van David af. De Joodse Bijbelse Commentatoren Rashi (10401105) en Abarbanel (1435-1508), de familie van Dayan in Spanje en Syrië, alsmede de Maharal (1512-1609) en vele andere beroemde Rabbijnse geleerden waren afstammelingen van koning David. Afgezien van de nakomelingen van David die zijn te vinden bij de moderne joden zijn er ook nog anderen. Tal van mensen uit de stam van Juda werd verbannen samen met de 10 verloren stammen van Israël. Later gingen leden van het Huis van David aantrouwen met de leiders van de Noordelijke Koninkrijk en werden overgedragen om te leven in die gebieden. Een Aramees inscriptie vermeldt het "Huis van David" enigszins in verband met de stam van Dan in het Galilea. Er was een Judaean entiteit bekend als Yadi in het zuidoosten van Turkije, die was verbonden aan Juda in het zuiden, "hij herstelde Damascus en Hamath, die behoorde tot Juda, voor Israël" (2-Kings 14; 28). De heersers van Yadi had Hebreeuwse namen als Gabbar, Bamah, Hayya, Saul, en vertegenwoordigd misschien een kleine tak van het Huis van David. Yadi was samen verdwenen met de noordelijke 10 verloren stammen van Israël. Een deel van de Verloren Tien stammen werd bekend als de Sakae of Scythen. De Sacae-Scythen ooit naar een onafhankelijk koninkrijk genaamd "Sakastan" in het oosten van Iran. De regerende dynastie van Sakastan geloofde zelf af te stammen van Koning Salomo, de zoon van David. In Iberia (Georgië in de Kaukasus in het zuiden van Rusland), die ook deel uitmaakten van de Scythen was er ook een dynastie (de Arsacid koningen van Parthia) die terug gaan tot de stam van David. De regerende huizen (van David) van de Sakae-Scythen in Sakastan en Scythia die onderling familiale banden hadden met de vorsten van Guti (Goten) en Parthen. Van deze koninklijke en adellijke lijnen kwam de vroege koningen van Scandinavië, van de Franken, en van de AngloSaxons voort. Een andere lijn van de David kunnen we terug vinden in West-Europese adel via Frankrijk. Er was eens een semi-autonome vorstendom in Narbonne (Zuid-Frankrijk) beschreven door Arthur J. Zuckerman (A Jewish Princedom in Feudal France, 768-900, New York, 1972). Het werd geregeerd door een joodse prins van het Huis van David waarvan de nakomelingen waren aangetrouwd met de aristocratie en Koninglijke bloedlijn van Frankrijk en met die van Schotland en Engeland ook. Onder de Welsh, Schots, Engels, en andere groepen in Europa waren er gezinnen die geloofden ze afstammen van koning David van Juda. Er is een sterke traditie van Tea Tephi een prinses van het Huis van David dat naar Ierland kwam, trouwde met een prins van de bloedlijn van Nial en uit deze unie bleek de koningen van Schotland en later die van Brittannië te komen. Genealogen denken dat vele presidenten van de Verenigde Staten behoren tot de Britse en de Ierse Koninglijke bloedlijn van EPHRAIM (stam van Israël).

 

STAM VAN DAN NAAR EUROPA

 

Uit onderzoek blijkt dat leden van de stam Dan ook richting Europa zijn getrokken. Het 'Teken van de Adelaar' is het symbool van de stam Dan en we vinden dit teken ook terug bij de Grieken, de Trojanen, de Sicambriërs en de Merovingen. De stam Dan vertegenwoordigt een van de machtigste satanische bloedlijnen van EN.KI (Lucifer) uit de geschiedenis. In ieder land dat ze in Europa veroverden, lieten ze de naam van hun oervader Dan achter (Josua 19:47; Richter 18:27-28; 18:11-12). Ten noorden en ten westen van de Zwarte Zee vernoemden ze bijvoorbeeld rivieren als de Donau, de Dnjepr, de Djestr naar hun stam. Een sprekend voorbeeld is het land 'Denemarken. In de Ierse geschiedenis vinden we immigranten terug met de naam Tuatha de Danaans. In vertaling betekent dit 'Stam van Dan'. In Ierland liet de stam van Dan vele wegwijzers achter: Dan-Lough, Dan-Sower, Dun-Dalk, Dun-Druïn, Don-e-Gal, Dun-Glow en Dun-More. In de Ierse taal betekent het woord Dun hetzelfde als het woord Dan in het Hebreeuws. 

 

BRITS ISRAËL

 

Brits Israël is het geloof dat de Kelten en Germanen, en speciaal de inwoners van Engeland en West-Europa, oorspronkelijk de verloren 10 stammen van het noordelijke koninkrijk van Israël zijn die door de Assyriërs waren weggevoerd.

 

 

 

Dit was populair rond 1900 maar heden zijn er ook nog wel aanhangers vooral in protestantse kringen. De belangrijkste voortduwer van deze beweringen in Europa was priester Boudet die “Le Vrai Lanque Celtique” schreef (Mysterie van Rennes-Le-Chateau). Op historisch gebied zijn er geen gegronde redenen om Kelten en Germanen met de oude Israëlieten te vereenzelvigen, alleen dat ze uit dezelfde bloedlijn komen van Noach zijn zoon Jafeth. En dit wordt dan ook in wetenschappelijke kringen algemeen afgewezen. Vaak wordt dit geloof met antisemitisme en Nazisme geassocieerd omdat veel Brits Israël gelovigen aannemen dat de meerderheid der joden, en vooral Askenazische joden, afstammen van de Chazaren en dus 'valse' joden zijn (dus 10 stammen van Israël - illuminati) die beweerden geen jood te zijn, zoals ze zeggen waren hun indentiteit verloren. De Chazaren waren een Turkse stam in de buurt van de Kaukasus die in de 7e/8e eeuw tot het jodendom overging. Dit was ook een bestanddeel van de officiële Nazi-rassenleer en tegenwoordig nog steeds populair bij veel white-suprematist groeperingen. Brits Israël wordt vandaag gesteund door de Koninklijke familie Windsor die zelf uit de stam van Ephraim komt.

 

 

(kaart van Brits Israël) 

 

 

DE STAM VAN DAVID - KONINGIN ELISABETH 

 

Ook het Britse koningshuis beweren dat zij regelrecht afstammen van het huis David, dat is zelfs door hun een keer onweerlegbaar met een stamboomonderzoek aangetoond. Deze stamboom is een vervalsing die zij hebben gemaakt op de troon van David op te eisen. Zij zullen dan ook de laatste antichrist (Grand Monarch) verder brengen.

 


 

Onder de troon van Elizabeth bevindt zichzelfs een mysterieuze steen die in het bezit van David is geweest. In Groot-Brittannië heeft de leer van de verloren stamen natuurlijk altijd veel meer in de aandacht gestaan. Daar zijn er bibliotheken over volgeschreven. De Scythen, de Kelten, de Saksen, het zijn allemaal volkeren die hun wortels in het heilige Huis van Israël hebben liggen (kom ik later op terug).

 

DE STAM VAN GAD & DE KELTISCHE STAM GAD

 

De Kelten is de naam van een Indo-Europese bevolkingsgroep die in de eenentwintigste eeuw nog op delen van de Britse Eilanden en het schiereiland Bretagne wonen. Zijn kwamen uit de 3 belangrijkste stamen Simon, Ephraim en de Levieten. In Frankrijk waren de Kelten van de stam van Ruben. In het verleden bewoonden zij echter een veel groter gebied en was hun aantal relatief gezien ook vele malen groter. Zijn vinden hun oorsprong door de stam van Jafeth (zoon van Noach). Het Keltische taal- en cultuurgebied strekte zich ooit over Europa uit van Ierland tot aan Thracië, en voorbij Europa in Anatolië, maar is tegenwoordig beperkt tot enkele kleine gebieden in West-Europa. De Kelten waren afkomstig uit Midden-Europa, vermoedelijk benoorden de Alpen. Zij waren afkomstig uit de driehoek Slowakije, Polen, Oekraïne met als centraal punt de plaats "Lemberg" welke nog steeds bestaat. Hun voorouders trokken van de Zwarte Zee naar Oost-Europa in ongeveer het 3e millennium v. Chr.. Bekend is dat zij als huurleger de staat Galatië hebben gesticht in het huidige Turkije (waar we al gezien hebben dat vandaar de 10 verloren stammen van Israël kwamen).  Ze zijn verwant aan de Germanen, Grieken, Latijnen en andere Indo-Europeanen wier voorouders in dezelfde groep 'emigranten' zaten. Zij komen allen uit de stam van Jafeth (zoon van Noach). Over hun profilering van de andere Indo-Europeanen als aparte groep is weinig met zekerheid te zeggen maar vermoedelijk gebeurde dit tussen 2000 en 1000 v. Chr. Belangrijke opgravingen uit het oorsprongsgebied van de Kelten werden in het begin van de 20ste eeuw gedaan in La Tène en Hallstatt. Vanaf ongeveer 750 v. Chr. begonnen zij zich in noordwestelijke richting te bewegen tot zij rond 400 v. Chr. het grootste deel van West-Europa bewoonden. Waarschijnlijk gingen de niet-Indo-Europese volkeren die ze tegenkwamen na verloop van een paar generaties in de Kelten op. In de 3e eeuw v. Chr. vielen Kelten zelfs Griekenland en Turkije binnen. Daar werden ze bekend als de Galaten. In de 4de en 3de eeuw voor Chr. bezetten de Kelten Noord-Italië en de gebieden van de Etrusken en bedreigden ook de toen nog kleine Romeinse Republiek. Een Keltische stam onder leiding van Brennus bezette zelfs de stad Rome en was slechts bereid te vertrekken nadat de Romeinen een grote afkoopsom aan hem betaald hadden. Dat de Kelten zich over een zeer groot gebied gevestigd hadden, is nog aan veel woorden zoals eigennamen te herkennen waar het element "Gal" voor "Kelt" in voorkomt:

 

Galicië (Spanje)

Gallië (oude naam voor Frankrijk, België, stukje van Nederland, Zwitserland, Duitsland, ... )

Galatië (streek in Klein-Azië, thans Turkije. Ankara (Eerst Ankira), was aanvankelijk een Keltische stad)

Gaelic (Gaelische familie Keltische talen, waaronder Schots-Gaelisch, Iers-Gaelisch)

Galieä, het gebied uit Jeruzalem waar de 10 stammen van Israël kwamen.

 

Vanaf 100 v. Chr. veroverden de Romeinen - die hun imperium aan het uitbreiden waren de meeste Keltische gebieden in Europa behalve de meest westelijke delen in tegenwoordig Ierland en Schotland. In het Romeinse Rijk kwam een proces van romanisering op gang. Dit werd niet actief aangemoedigd door de Romeinen maar dit was eerder een spontaan proces. Zo verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties van het toneel. Alleen in afgelegen streken op het minder dicht bevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.

 

ISRAËL = KELTISCHE VOLKEREN

 

o Britten

o Bretoenen

o Cornish

o Cumbriërs

o Galaten

o Galliërs

o Galumben

o Ieren

o Kelt-Iberiërs

o Leponten

o Manx

o Picten

o Schotten

o Sequani

o Welsh

 

GALATIA - KELTISCHE STAM TOT JERUZALEM  & EGYPTE (3000 vchr)

 

Galatia of Galatië was in de oudheid een streek in centraal Anatolië. Galatia werd bewoond door de Galaten, deze kwamen van de stam van GAD. Dit volk stamt af van de Kelten die in de vierde eeuw voor Christus onder leiding van Brennus Macedonië binnenvielen. De Galaten kwamen om Nicomedes I van Bithynia te helpen in de strijd tegen zijn broer. 

 

 

 

De Galaten vestigden zich onder meer in het oostelijke gedeelte van Phrygia. In 25 v. Chr. werd Galatië, het gebied van de Galaten in Klein-Azië, ingelijfd bij het Imperium Romanum, als onderdeel van de aan Augustus toegekende provincia Galatia, en werd bestuurd door een legatus Augusti pro praetore, die te Ancyra resideerde. De apostel Paulus kwam volgens het Nieuwe Testament in de eerste eeuw na Christus naar Galatia om daar te vertellen over het leven van Christus. In zowel Handelingen, Timotheüs 2 en de Galaten wordt hiernaar verwezen.

 

GALATEN STAM (3000 vchr)

 

Galaten (Latijn Galatae) is de collectieve benaming die gegeven wordt aan een aantal Keltische stammen die in de 3e eeuw v. Chr. vanuit het Donaugebied Griekenland en Klein-Azië binnendrongen. Ze waren afstammelingen van Jafeth (zoon van Noach). Ze trokken plunderend door Griekenland, en trokken daarna de Hellespont over. In 278 v. Chr. traden zij in dienst van Nicomedes I van Bithynië die op dat moment in een dynastieke strijd verwikkeld was. Ook nadat zij door Antiochus I Soter werden verslagen, bleven de Galaten berucht om hun strooptochten in Klein-Azië, en vele Griekse stadsstaten moesten het ontgelden of anders een schatting betalen om met rust gelaten te worden. Aan deze praktijken kwam geleidelijk een einde toen Attalus I van Pergamon weigerde nog langer schatting te betalen. Hij bracht hen in 230 v Chr. een zware nederlaag toe, waarna zij zich - vrijwillig of onder dwang - vestigden in Klein-Azië, in de later naar hen genoemde landstreek Galatië. Hun hoofdstad was Ancyra, het huidige Ankara. Sindsdien bleven zij als huurlingen dienst doen bij verschillende hellenistische vorsten, zoals bv. aan de zijde van Antiochus III tegen de Romeinen (waarvoor zij overigens gestraft werden door een Romeins expeditieleger onder het bevel van Manlius Vulso). In 188 v. Chr. kozen de Galaten partij tegen Eumenes II, die hen met Romeinse hulp kon verslaan, waarna hun grondgebied tot 166 deel uitmaakte van het Rijk van Pergamon. Vanaf 166 genoten de Galaten in theorie de autonomie, maar in de praktijk bleef hun gebied bedreigd door hun buurstaten. In 25 v. Chr. werd het gebied ingelijfd bij het Romeinse Rijk, als onderdeel van de keizerlijke provincie Galatia, en werd bestuurd door een Legatus Augusti pro praetore, die te Ancyra resideerde. De Galaten, en meer bepaald hun onderwerping, waren een geliefd thema in de hofkunst van het Rijk der Attaliden. De overwinningsmonumenten van Attalus I geven een goed beeld van hun strijdlustige en vervaarlijke uiterlijk. In hun grondgebied Galatië maakten zij de heersende klasse uit, boven de onderworpen volkeren. Ondanks de toenemenende hellenisering, en later romanisering, hielden zij nog eeuwenlang vast aan hun Keltische taal en gebruiken.

 


Last Updated ( Sunday, 04 October 2009 02:29 )
 
<< Start < Prev 1 2 3 4 5 6 7 Next > End >>

Page 1 of 7

3D Views

Home Heilige Bloedlijn 12 Stammen Israël