Text Size
   
Mar 15
Monday

Bloodline "Movie"


Tombe of Jezus







THE ORIGIN OF BRITISH ISRAELISM

An obscure person named Richard Brothers who lived in England between 1757 to 1824 is credited with the origination of this farfetched fantasy. He was true to the form of religious fanatics and his movement was strikingly parallel with Joseph Smith and the Mormons. Richards was as eccentric as Smith was ignorant.

 

 

There is a distinct similarity in the origination of these episodes, a resemblance in the characters of the men, and in the cues to their religious fictions, particularly in the purported saga of the ten tribes of Israel upon which the respective movements were founded. The religious lunacy of these men was about identical in degree, the difference being in the circumstances of Richard Brothers' commitment to an asylum and Joseph Smith to a jail.

Read more...
12 Stammen Israel - varia
Diaspora van Israël PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 12:21

KONINGRIJK DIASPORA VAN ISRAËL

 

Het woord diaspora, van oorsprong een Grieks woord (verstrooiing, uitzaaiing), geeft de grootschalige verstrooiing of verspreiding van een volk over verschillende delen van de wereld aan. Vaak wordt hierbij specifiek aan die van de Israëlieten gedacht (styammen van Israël), en aanvankelijk, en lange tijd daarna, is dit ook de enige betekenis van het woord geweest. In veel contexten betekent het woord diaspora de eerste verstrooiïng van het Israëlieten volk over de antieke wereld van het Midden-Oosten als gevolg van de dood van Salomo. In 722 v.chr vluchten weer een deel naar Juda en naar andere continenten zoals Europa waar al bestaande stammen van Israël aanwezig waren vanaf 3000 v.chr, toen ze nog de kans daarvoor hadden zodat daar nog veel meer leden van de 10 stammen terechtkwamen en daar eveneens assimileerden. De vernietiging van de eerste Tempel van Jeruzalem rond 586 v.Chr. bracht weer een verhuis teweeg van de stammen van Israël. De grootste verspreiding, en nu over bijna de gehele wereld, namelijk Noord-Afrika, Europa, Azië en, na de Middeleeuwen, Amerika begon echter na de mislukte Israëlieten opstand in 135 na Chr., welke door Julius Severus werd neergeslagen. Kenmerkend was bij deze verspreiding dat men vrijwillig vertrok om elders een nieuw bestaan op te bouwen. 

 

De moderne beweging die de Joodse Diaspora wil beëindigen is het zionisme dat ontstond in de 19e eeuw en met als belangrijkste woordvoerder Theodor Herzl.

 

 

 

(Diaspora van Israël)

 

De Israëlieten voor het grootste deel zijn terug te vinden in het noordwesten van Europa. In Europa vinden we nazaten van de Israëlische stammen voornamelijk terug in de Krim waar ze zich onder de naam 'Kymbri' vestigden. Ook ver boven de Donau in het tegenwoordige Beieren (waar de Beierse Illuminatie is ontstaan, en vanwaar Hitler komt) vinden we veel sporen van deze stammen terug. Omstreeks het begin van de christelijke jaartelling zijn enkele van deze stammen naar de Donau en de Rijn getrokken, waar ze zich met de 'Teutonen' mengden (stam van Noach zoon Jafeth). Daaruit kwamen ten slotte de 'Sicambriërs' voort, één van de Germaanse stammen die we kennen als de 'Franken'. Met andere woorden de Franken komen uit de twee bloedlijnen van Noach zonen, Sem & Jafet. De Dynastie van de Sicambriërs begon in 448 na Christus toen de Merovingen over het rijk van de Franken regeerden. In vrouwelijke lijn zijn de Merovingen afstammelingen van de Sicambriërs. Deze dynastie werd de Dynastie der Merovingen genoemd. Volgens de overleveringen van de Frankische historicus Priscus zouden de Merovingen over 'boven natuurlijke krachten beschikken. Zijn moeder zou door een 'beestachtig' (bestea...satan? of wezen van EN.KI) wezen zijn verleid. Dit 'beest' zou eeuwig voortleven in de komende generaties. Nogmaals zij opgemerkt: 'de Israël bloedlijn' vertegenwoordigt het 'zaad van EN.KI - Lucifer. De Merovingen en hun nageslacht staan bekend om hun esoterische kennis en occulte vaardigheden. Heksen, magiërs en occulte priesters konden door hun rituele praktijken beschikken over buitengewone krachten. Zo communiceerden ze bijvoorbeeld door telepathie. In het graf van koning Childeric I, zoon van de Merovingen, zijn diverse magische satansrelicten gevonden. De bloedlijn van de Merovingenstamt rechtstreeks af van Dagobert II en zijn zoon Sigisbert IV. Door de verbinding van de Dynastie van de Sicambriers en de Dynastie van de Merovingen gaat de Israël bloedlijn door tot en met Godfried van Boullion die in 1090 Jeruzalem veroverde. Vele vroegere en hedendaagse adellijke en koninklijke families gaan terug op de Dynastieën van de Sicambriërs en Merovingen. Enkele voorbeelden van deze huizen: Blanchfort, Gisor, Saint-Clair (Sinclair in Engeland), Montesqieu, Montpézat, Luisignan, Plantard, Habsburg -Lorraine, Stuart, De Medici en vele anderen, zoals Rockefellers, Astors, Dupunt, Krupp die we hier bespreken en in het studiewerk “13 Illuminati”.

 

12 STAMMEN VERSPREID OVER EUROPA & ISRAËL

 

Vele onderzoekers vragen zich af , waar de 12 stammen van Israël zijn gebleven in Euopa. Voor het eerst in zovele jaren zullen wij bekend maken waar de stammen van Israël zich vestigden.

 

1.RUBEN = FRANKRIJK

2.GAD = ZWITSERLAND

3.ASER = NOORWEGEN & IJSLAND

4.NEPTHALIM = SWEDEN EN RUSLAND

5.JOSEPH = AMERIKA 

6.EPHRAIM = ENGELAND en WALES

7.ISSACHAR = FINLAND & ESTONIA

8.ZABULON = NEDERLAND

9.BENJAMIN = BELGIË

10.LEVI = SCOTLAND

11.DAN = DENEMARKEN

12.SIMEON = IERLAND

13.JUDA = ISRAËL

 

SALOMO CULTUUR OF STAM VAN ISRAËL IN EUROPA

 

Tegen die tijd had de Graalcultuur van David en Salomo zich uitgebreid naar het westen, met name naar de Merovingische koningen van de Fraken, terwijl verwante takken koninkrijken vormden in Ierland en de Keltsche delen van Brittannië. Deze lijnen waren door middel van huwelijken verbonden met de parallelle stam van de oudtestamentische figuren Cham, Jafet en Tubal-Kaïn (die hadden overleefd als de koningshuizen van Scythië en Anatolië) en de families hadden hun eigen huwelijksbanden gesmeed met de vroege prinsessen van de Egyptische erfopvolging. De eerste Pendragon (hoofd der draken) van Brittannië (Pen Drago Insu¬laris) uit deze lijn was koning Cymbeline van het huis van Camulot (camu¬lot betekent gebogen licht, vandaar Camulot), die werd gekroond omstreeks het jaar 10. De Britse Pendragon kwam niet aan de macht door opvolging van vader op zoon, maar werd individueel gekozen uit de takken van de regerende familie, door een druïdische Raad (Leviëten) van Oudsten, tot koning der koningen. De laatste Pendragon was koning Cadwaladr of Gwynedd uit Wales, die stierf in 664. Rond die tijd viel een groot deel van de Britse eilanden onder de Germaanse invloed van binnenvallende Angelen en Saksen - en Angel-land (Engeland) was geboren, om het te onderscheiden van Schotland en Wales.

 

HET HUIS VAN DAVID IN EUROPA

 

Voor de dood van Salomo spraken we over het huis van David, waarmee we naar één van de 12 stammen van Israël verwijzen, stam van Juda. Jezus Christus zijn bloedlijnen stammen af van het Huis van David (vader van Salomo) één van de eerste Koninkhuizen van Juda. 

 

In de toekomst; 

 

Ontelbaar zijn de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan de zee, even ontelbaar zal ik de nakomelingen maken van mijn dienaar David en van de Levieten die mij dienen.' (Jeremia 33:22)

 

Het huis van david en de verloren stammen 

 

Jeremia ch.33; 14 

De dag zal komen - spreekt de HEER - dat ik de belofte die ik het volk van Israël en Juda heb gedaan, gestand zal doen.

 

Jeremia 33; 15" Op die dag, in die tijd, zal ik aan Davids stam een rechtmatige telg laten ontspruiten, die recht en gerechtigheid in het land zal handhaven.

 

33; 17 "... Want dit zegt de HEER: Er zal altijd een nakomeling van David op de troon van Israël zitten.

 

Koning David had vele zonen. Salomo, de zoon van David had 300 vrouwen en 700 concubines en kinderen werden gedragen aan hem. De meeste van de koningen van het Huis van David had meerdere kinderen . Hieruit volgt dat een groot aantal nakomelingen langs de mannelijke kant tot het Huis van David. Afdaling via de mannelijke kant is wat het Schrift voorschrijft.  Het Huis van David regeerde in Juda en heel wat gezinnen onder de huidige dag (joden) sporen zelf van de stam van David af. De Joodse Bijbelse Commentatoren Rashi (10401105) en Abarbanel (1435-1508), de familie van Dayan in Spanje en Syrië, alsmede de Maharal (1512-1609) en vele andere beroemde Rabbijnse geleerden waren afstammelingen van koning David. Afgezien van de nakomelingen van David die zijn te vinden bij de moderne joden zijn er ook nog anderen. Tal van mensen uit de stam van Juda werd verbannen samen met de 10 verloren stammen van Israël. Later gingen leden van het Huis van David aantrouwen met de leiders van de Noordelijke Koninkrijk en werden overgedragen om te leven in die gebieden. Een Aramees inscriptie vermeldt het "Huis van David" enigszins in verband met de stam van Dan in het Galilea. Er was een Judaean entiteit bekend als Yadi in het zuidoosten van Turkije, die was verbonden aan Juda in het zuiden, "hij herstelde Damascus en Hamath, die behoorde tot Juda, voor Israël" (2-Kings 14; 28). De heersers van Yadi had Hebreeuwse namen als Gabbar, Bamah, Hayya, Saul, en vertegenwoordigd misschien een kleine tak van het Huis van David. Yadi was samen verdwenen met de noordelijke 10 verloren stammen van Israël. Een deel van de Verloren Tien stammen werd bekend als de Sakae of Scythen. De Sacae-Scythen ooit naar een onafhankelijk koninkrijk genaamd "Sakastan" in het oosten van Iran. De regerende dynastie van Sakastan geloofde zelf af te stammen van Koning Salomo, de zoon van David. In Iberia (Georgië in de Kaukasus in het zuiden van Rusland), die ook deel uitmaakten van de Scythen was er ook een dynastie (de Arsacid koningen van Parthia) die terug gaan tot de stam van David. De regerende huizen (van David) van de Sakae-Scythen in Sakastan en Scythia die onderling familiale banden hadden met de vorsten van Guti (Goten) en Parthen. Van deze koninklijke en adellijke lijnen kwam de vroege koningen van Scandinavië, van de Franken, en van de AngloSaxons voort. Een andere lijn van de David kunnen we terug vinden in West-Europese adel via Frankrijk. Er was eens een semi-autonome vorstendom in Narbonne (Zuid-Frankrijk) beschreven door Arthur J. Zuckerman (A Jewish Princedom in Feudal France, 768-900, New York, 1972). Het werd geregeerd door een joodse prins van het Huis van David waarvan de nakomelingen waren aangetrouwd met de aristocratie en Koninglijke bloedlijn van Frankrijk en met die van Schotland en Engeland ook. Onder de Welsh, Schots, Engels, en andere groepen in Europa waren er gezinnen die geloofden ze afstammen van koning David van Juda. Er is een sterke traditie van Tea Tephi een prinses van het Huis van David dat naar Ierland kwam, trouwde met een prins van de bloedlijn van Nial en uit deze unie bleek de koningen van Schotland en later die van Brittannië te komen. Genealogen denken dat vele presidenten van de Verenigde Staten behoren tot de Britse en de Ierse Koninglijke bloedlijn van EPHRAIM (stam van Israël).

 

STAM VAN DAN NAAR EUROPA

 

Uit onderzoek blijkt dat leden van de stam Dan ook richting Europa zijn getrokken. Het 'Teken van de Adelaar' is het symbool van de stam Dan en we vinden dit teken ook terug bij de Grieken, de Trojanen, de Sicambriërs en de Merovingen. De stam Dan vertegenwoordigt een van de machtigste satanische bloedlijnen van EN.KI (Lucifer) uit de geschiedenis. In ieder land dat ze in Europa veroverden, lieten ze de naam van hun oervader Dan achter (Josua 19:47; Richter 18:27-28; 18:11-12). Ten noorden en ten westen van de Zwarte Zee vernoemden ze bijvoorbeeld rivieren als de Donau, de Dnjepr, de Djestr naar hun stam. Een sprekend voorbeeld is het land 'Denemarken. In de Ierse geschiedenis vinden we immigranten terug met de naam Tuatha de Danaans. In vertaling betekent dit 'Stam van Dan'. In Ierland liet de stam van Dan vele wegwijzers achter: Dan-Lough, Dan-Sower, Dun-Dalk, Dun-Druïn, Don-e-Gal, Dun-Glow en Dun-More. In de Ierse taal betekent het woord Dun hetzelfde als het woord Dan in het Hebreeuws. 

 

BRITS ISRAËL

 

Brits Israël is het geloof dat de Kelten en Germanen, en speciaal de inwoners van Engeland en West-Europa, oorspronkelijk de verloren 10 stammen van het noordelijke koninkrijk van Israël zijn die door de Assyriërs waren weggevoerd.

 

 

 

Dit was populair rond 1900 maar heden zijn er ook nog wel aanhangers vooral in protestantse kringen. De belangrijkste voortduwer van deze beweringen in Europa was priester Boudet die “Le Vrai Lanque Celtique” schreef (Mysterie van Rennes-Le-Chateau). Op historisch gebied zijn er geen gegronde redenen om Kelten en Germanen met de oude Israëlieten te vereenzelvigen, alleen dat ze uit dezelfde bloedlijn komen van Noach zijn zoon Jafeth. En dit wordt dan ook in wetenschappelijke kringen algemeen afgewezen. Vaak wordt dit geloof met antisemitisme en Nazisme geassocieerd omdat veel Brits Israël gelovigen aannemen dat de meerderheid der joden, en vooral Askenazische joden, afstammen van de Chazaren en dus 'valse' joden zijn (dus 10 stammen van Israël - illuminati) die beweerden geen jood te zijn, zoals ze zeggen waren hun indentiteit verloren. De Chazaren waren een Turkse stam in de buurt van de Kaukasus die in de 7e/8e eeuw tot het jodendom overging. Dit was ook een bestanddeel van de officiële Nazi-rassenleer en tegenwoordig nog steeds populair bij veel white-suprematist groeperingen. Brits Israël wordt vandaag gesteund door de Koninklijke familie Windsor die zelf uit de stam van Ephraim komt.

 

 

(kaart van Brits Israël) 

 

 

DE STAM VAN DAVID - KONINGIN ELISABETH 

 

Ook het Britse koningshuis beweren dat zij regelrecht afstammen van het huis David, dat is zelfs door hun een keer onweerlegbaar met een stamboomonderzoek aangetoond. Deze stamboom is een vervalsing die zij hebben gemaakt op de troon van David op te eisen. Zij zullen dan ook de laatste antichrist (Grand Monarch) verder brengen.

 


 

Onder de troon van Elizabeth bevindt zichzelfs een mysterieuze steen die in het bezit van David is geweest. In Groot-Brittannië heeft de leer van de verloren stamen natuurlijk altijd veel meer in de aandacht gestaan. Daar zijn er bibliotheken over volgeschreven. De Scythen, de Kelten, de Saksen, het zijn allemaal volkeren die hun wortels in het heilige Huis van Israël hebben liggen (kom ik later op terug).

 

DE STAM VAN GAD & DE KELTISCHE STAM GAD

 

De Kelten is de naam van een Indo-Europese bevolkingsgroep die in de eenentwintigste eeuw nog op delen van de Britse Eilanden en het schiereiland Bretagne wonen. Zijn kwamen uit de 3 belangrijkste stamen Simon, Ephraim en de Levieten. In Frankrijk waren de Kelten van de stam van Ruben. In het verleden bewoonden zij echter een veel groter gebied en was hun aantal relatief gezien ook vele malen groter. Zijn vinden hun oorsprong door de stam van Jafeth (zoon van Noach). Het Keltische taal- en cultuurgebied strekte zich ooit over Europa uit van Ierland tot aan Thracië, en voorbij Europa in Anatolië, maar is tegenwoordig beperkt tot enkele kleine gebieden in West-Europa. De Kelten waren afkomstig uit Midden-Europa, vermoedelijk benoorden de Alpen. Zij waren afkomstig uit de driehoek Slowakije, Polen, Oekraïne met als centraal punt de plaats "Lemberg" welke nog steeds bestaat. Hun voorouders trokken van de Zwarte Zee naar Oost-Europa in ongeveer het 3e millennium v. Chr.. Bekend is dat zij als huurleger de staat Galatië hebben gesticht in het huidige Turkije (waar we al gezien hebben dat vandaar de 10 verloren stammen van Israël kwamen).  Ze zijn verwant aan de Germanen, Grieken, Latijnen en andere Indo-Europeanen wier voorouders in dezelfde groep 'emigranten' zaten. Zij komen allen uit de stam van Jafeth (zoon van Noach). Over hun profilering van de andere Indo-Europeanen als aparte groep is weinig met zekerheid te zeggen maar vermoedelijk gebeurde dit tussen 2000 en 1000 v. Chr. Belangrijke opgravingen uit het oorsprongsgebied van de Kelten werden in het begin van de 20ste eeuw gedaan in La Tène en Hallstatt. Vanaf ongeveer 750 v. Chr. begonnen zij zich in noordwestelijke richting te bewegen tot zij rond 400 v. Chr. het grootste deel van West-Europa bewoonden. Waarschijnlijk gingen de niet-Indo-Europese volkeren die ze tegenkwamen na verloop van een paar generaties in de Kelten op. In de 3e eeuw v. Chr. vielen Kelten zelfs Griekenland en Turkije binnen. Daar werden ze bekend als de Galaten. In de 4de en 3de eeuw voor Chr. bezetten de Kelten Noord-Italië en de gebieden van de Etrusken en bedreigden ook de toen nog kleine Romeinse Republiek. Een Keltische stam onder leiding van Brennus bezette zelfs de stad Rome en was slechts bereid te vertrekken nadat de Romeinen een grote afkoopsom aan hem betaald hadden. Dat de Kelten zich over een zeer groot gebied gevestigd hadden, is nog aan veel woorden zoals eigennamen te herkennen waar het element "Gal" voor "Kelt" in voorkomt:

 

Galicië (Spanje)

Gallië (oude naam voor Frankrijk, België, stukje van Nederland, Zwitserland, Duitsland, ... )

Galatië (streek in Klein-Azië, thans Turkije. Ankara (Eerst Ankira), was aanvankelijk een Keltische stad)

Gaelic (Gaelische familie Keltische talen, waaronder Schots-Gaelisch, Iers-Gaelisch)

Galieä, het gebied uit Jeruzalem waar de 10 stammen van Israël kwamen.

 

Vanaf 100 v. Chr. veroverden de Romeinen - die hun imperium aan het uitbreiden waren de meeste Keltische gebieden in Europa behalve de meest westelijke delen in tegenwoordig Ierland en Schotland. In het Romeinse Rijk kwam een proces van romanisering op gang. Dit werd niet actief aangemoedigd door de Romeinen maar dit was eerder een spontaan proces. Zo verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties van het toneel. Alleen in afgelegen streken op het minder dicht bevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.

 

ISRAËL = KELTISCHE VOLKEREN

 

o Britten

o Bretoenen

o Cornish

o Cumbriërs

o Galaten

o Galliërs

o Galumben

o Ieren

o Kelt-Iberiërs

o Leponten

o Manx

o Picten

o Schotten

o Sequani

o Welsh

 

GALATIA - KELTISCHE STAM TOT JERUZALEM  & EGYPTE (3000 vchr)

 

Galatia of Galatië was in de oudheid een streek in centraal Anatolië. Galatia werd bewoond door de Galaten, deze kwamen van de stam van GAD. Dit volk stamt af van de Kelten die in de vierde eeuw voor Christus onder leiding van Brennus Macedonië binnenvielen. De Galaten kwamen om Nicomedes I van Bithynia te helpen in de strijd tegen zijn broer. 

 

 

 

De Galaten vestigden zich onder meer in het oostelijke gedeelte van Phrygia. In 25 v. Chr. werd Galatië, het gebied van de Galaten in Klein-Azië, ingelijfd bij het Imperium Romanum, als onderdeel van de aan Augustus toegekende provincia Galatia, en werd bestuurd door een legatus Augusti pro praetore, die te Ancyra resideerde. De apostel Paulus kwam volgens het Nieuwe Testament in de eerste eeuw na Christus naar Galatia om daar te vertellen over het leven van Christus. In zowel Handelingen, Timotheüs 2 en de Galaten wordt hiernaar verwezen.

 

GALATEN STAM (3000 vchr)

 

Galaten (Latijn Galatae) is de collectieve benaming die gegeven wordt aan een aantal Keltische stammen die in de 3e eeuw v. Chr. vanuit het Donaugebied Griekenland en Klein-Azië binnendrongen. Ze waren afstammelingen van Jafeth (zoon van Noach). Ze trokken plunderend door Griekenland, en trokken daarna de Hellespont over. In 278 v. Chr. traden zij in dienst van Nicomedes I van Bithynië die op dat moment in een dynastieke strijd verwikkeld was. Ook nadat zij door Antiochus I Soter werden verslagen, bleven de Galaten berucht om hun strooptochten in Klein-Azië, en vele Griekse stadsstaten moesten het ontgelden of anders een schatting betalen om met rust gelaten te worden. Aan deze praktijken kwam geleidelijk een einde toen Attalus I van Pergamon weigerde nog langer schatting te betalen. Hij bracht hen in 230 v Chr. een zware nederlaag toe, waarna zij zich - vrijwillig of onder dwang - vestigden in Klein-Azië, in de later naar hen genoemde landstreek Galatië. Hun hoofdstad was Ancyra, het huidige Ankara. Sindsdien bleven zij als huurlingen dienst doen bij verschillende hellenistische vorsten, zoals bv. aan de zijde van Antiochus III tegen de Romeinen (waarvoor zij overigens gestraft werden door een Romeins expeditieleger onder het bevel van Manlius Vulso). In 188 v. Chr. kozen de Galaten partij tegen Eumenes II, die hen met Romeinse hulp kon verslaan, waarna hun grondgebied tot 166 deel uitmaakte van het Rijk van Pergamon. Vanaf 166 genoten de Galaten in theorie de autonomie, maar in de praktijk bleef hun gebied bedreigd door hun buurstaten. In 25 v. Chr. werd het gebied ingelijfd bij het Romeinse Rijk, als onderdeel van de keizerlijke provincie Galatia, en werd bestuurd door een Legatus Augusti pro praetore, die te Ancyra resideerde. De Galaten, en meer bepaald hun onderwerping, waren een geliefd thema in de hofkunst van het Rijk der Attaliden. De overwinningsmonumenten van Attalus I geven een goed beeld van hun strijdlustige en vervaarlijke uiterlijk. In hun grondgebied Galatië maakten zij de heersende klasse uit, boven de onderworpen volkeren. Ondanks de toenemenende hellenisering, en later romanisering, hielden zij nog eeuwenlang vast aan hun Keltische taal en gebruiken.

 


Last Updated ( Sunday, 04 October 2009 02:29 )
 
Splitsing 12 Stammen PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 12:20

SALOMO DOOD - HET GRAF IN DE DAVIDSBURCHT

 

Verdere bijzonderheden over Salomo en over zijn wijsheid zijn opgetekend in de annalen van Salomo. Veertig jaar regeerde Salomo vanuit Jeruzalem over heel Israël tot hij bij zijn voorouders te ruste ging. Hij werd begraven in de Davidsburcht, en zijn zoon Rechabeam volgde hem op.

 

 

 

(Dit is een foto van het 19e eeuwse Hebron.  Hier bevond zich eerst de residentie van  David, die hij al vrij spoedig liet overbrengen naar de Jebusietenburcht.)

 

 

DE SCHEURING VAN HET RIJK

 

Rechabeam ging naar Sichem, waar heel Israël was samengekomen om hem tot koning uit te roepen. Jerobeam, de zoon van Nebat, hoorde hiervan, maar hij bleef in Egypte, waarheen hij voor koning Salomo was gevlucht. Daarom werden er boden gestuurd om hem te halen, en samen met de verzamelde Israëlieten wendde hij zich tot Rechabeam met het volgende verzoek: 'Uw vader heeft ons een zwaar juk opgelegd. Maakt u onze taak nu minder zwaar, verlicht het juk waarmee uw vader ons heeft belast, dan zullen wij u dienen.' 'Geef me drie dagen bedenktijd,' antwoordde Rechabeam, 'en kom dan bij me terug.' Toen het volk was weggegaan, raadpleegde Rechabeam de oudsten die zijn vader Salomo ter zijde hadden gestaan toen die nog leefde: 'Wat raadt u mij aan? Wat moet ik het volk antwoorden?' 'Als u zich nu een dienaar van het volk toont,' zeiden ze, 'en het van dienst bent met een welwillend antwoord, zal het u voor altijd dienen.' Maar hij legde de raad van de oudsten naast zich neer en raadpleegde de jongemannen die met hem waren opgegroeid en die hem nu ter zijde stonden:  'Wat raden jullie aan? Wat moeten wij het volk antwoorden op zijn verzoek om het juk te verlichten dat mijn vader het heeft opgelegd?'  De jongemannen zeiden tegen hem: 'Het volk heeft je gevraagd om het te ontlasten van het zware juk dat je vader het heeft opgelegd. Welnu, zeg tegen hen: “Mijn pink is dikker dan het lid van mijn vader! Mijn vader heeft u een zwaar juk opgelegd, ik zal het nog verzwaren. Mijn vader heeft u gehoorzaamheid geleerd met zwepen, ik zal u gehoorzaamheid leren met schorpioenen!”'  Toen Jerobeam en de andere Israëlieten na drie dagen bij koning Rechabeam terugkwamen, zoals hun gezegd was,  gaf de koning hun een hardvochtig antwoord. Hij legde de raad van de oudsten naast zich neer  en antwoordde zoals de jongemannen hem hadden aangeraden: 'Mijn vader heeft u een zwaar juk opgelegd, ik zal het nog verzwaren. Mijn vader heeft u gehoorzaamheid geleerd met zwepen, ik zal u gehoorzaamheid leren met schorpioenen.'  De koning gaf dus geen gehoor aan het verzoek van het volk. De HEER had dit zo beschikt om in vervulling te laten gaan wat hij bij monde van Achia uit Silo aan Jerobeam, de zoon van Nebat, had voorzegd.Toen de Israëlieten merkten dat de koning aan hun verzoek geen gehoor gaf, zeiden ze tegen hem: 'Wat hebben wij met David te maken? Wij hebben niets gemeen met de zoon van Isaïl! We breken op, volk van Israël! Het koningshuis van David zorgt maar voor zichzelf!' En de Israëlieten braken op.  Rechabeam bleef alleen koning over de Israëlieten die in de steden van Juda woonden.  Hij stuurde Adoniram, de opzichter van de herendienst, nog naar de Israëlieten, maar die werd gestenigd. De koning zelf kon nog net op een wagen klimmen en naar Jeruzalem ontkomen.  Zo brak Israël met het koningshuis van David, en dat is zo gebleven tot op de dag van vandaag. De Israëlieten, die hadden gehoord dat Jerobeam was teruggekeerd, lieten hem vragen om voor de volksvergadering te verschijnen. Daar werd hij uitgeroepen tot koning van heel Israël. Er was niemand meer die het koningshuis van David steunde, behalve de stam Juda. Bij zijn terugkeer in Jeruzalem riep Rechabeam uit de stammen Juda en Benjamin honderdtachtigduizend geoefende krijgslieden op om de strijd aan te binden met de Israëlieten en het koningschap voor hem, de zoon van Salomo, terug te winnen. Maar God richtte zich tot de godsman Semaja met de woorden: 'Zeg tegen Rechabeam, de zoon van Salomo en koning van Juda, en tegen Juda en Benjamin en de rest van het volk: “Dit zegt de HEER: Trek niet ten strijde tegen de Israëlieten, jullie broeders, maar keer terug naar huis, want dit alles is van mij uitgegaan.”' Ze gehoorzaamden en gingen terug naar huis, zoals de HEER had gezegd. 

 

NA DE DOOD VAN SALOMO

 

Na de dood van koning Salomo splitste het land Israël zich in twee delen: een zuidelijk deel met Jeruzalem als hoofdstad en een noordelijk deel met Samaria als hoofdstad. Het Huis Israël werd na de splitsing door tien stammen gesticht. De Levieten, die door God waren aangewezen voor de Tempeldienst, behoorden na de splitsing tot het Huis Juda (2 Kronieken 11: 13-14). Ook de stam Benjamin werd toegewezen aan de koning van Juda (Koningen 11 :29). Daarnaast zijn uit alle andere Israëlische stammen mensen naar Jeruzalem gekomen om de Heer te zoeken. We moeten aannemen dat deze groepen zich bij Juda hebben aangesloten. Daarnaast ging een deel van de Simeonïeten in de bergen van Juda wonen.

 

DE SPLITSING VAN 12 STAMMEN 

ISRAËL & JUDA - TWEESTAMMENRIJK

 

 

 

(symbool tweestammenrijk Israël & Juda na de splitsing)

 

De officiële aanleiding voor het uiteenvallen van de eenheidsstaat was een twist over zware belastingen die koning Salomo hief om zijn vele bouwprojecten zoals de tempel, en zijn leger te bekostigen. Tijdens zijn leven was daar geen openlijk verzet tegen gepleegd door het volk. Maar het werd te duur om twee tempeldiensten te bekostigen, die voor de oude cultus, en die voor Jahweh. Na Salomo's dood was het de bedoeling dat zijn zoon Rechabeam troonopvolger werd, maar diens echtgenote Maäcah stond erop de oude traditie van de moedergodincultus voort te zetten, die haar ouders en ook Salomo zelf aanhingen. Dat was niet naar de zin van de Levieten die de cultus van de vadergod Jaweh voorstonden. Beide cultussen tegelijk onderhouden vergde extra inningen voor de tempel. Zij kregen eerst enkel de stam Juda mee bij hun pogingen exclusief de eredienst van Jaweh in de tempel nog toe te laten, dan sloot ook de stam Benjamin zich bij hen aan, maar daarbij bleef het. Toen Rechabeam een delegatie ontving van de bevolking, die kwam vragen om de belastingdruk te verminderen, was diens finaal antwoord dat hij zich verplicht zag zelfs meer belasting te gaan heffen en dat iedereen die het niet met de gang van zaken eens was gestraft zou worden. Hierop scheidden de tien Israëlitische stammen uit het noorden zich af en stelden een eigen koning, genaamd Jerobeam aan, een vroegere populaire generaal van Salomo. Zo kwam er een einde, aan de twaalf stammen van Israël en splitste ze zich defenitief.

 

TWEESTAMMENRIJK - KONINGRIJK ISRAËL

 

De overige 10 stammen bleven bekend onder de naam koninkrijk Israël, later in de geschiedenis worden zij bekend als de 13 Illuminati Families. Met de nieuwe hoofdstad Samaria, en werden ook nog altijd Israëlieten genoemd (niet verwarren met de Israëlieten die wij vandaag kennen uit Jeruzalem). Waarschijnlijk bleef deze benaming in stand omdat zij ook de grootste groep in bevolkingsaantal bleven. In 722 v.Chr. werd het noordelijke rijk veroverd door de Assyriërs en de meeste inwoners werden weggevoerd naar het Assyrische rijk. Na de wegvoering van de 10 stammen van het koninkrijk Israël kwam de naam Israëlieten op de achtergrond vergeleken bij Judeeërs (Joden uit de stam van Juda). Later werd Israëliet een synoniem voor Jood en verdween het oorspronkelijke onderscheid (dat was juist de bedoeling voor deze verwarring). Het Koninkrijk Israël is de benaming van het Tienstammenrijk dat volgens de Hebreeuwse Bijbel (1 Koningen 12 en 2 Kronieken 10) ontstond na de regering van koning Salomo in Kanaän, toen het tussen 1200-1100 v.Chr. veroverde gebied van Israël uiteenviel. Het andere deel was Juda, waar de resterende twee stammen overbleven, Juda & Benjamin.

 

TWEESTAMMENRIJK - KONINGRIJK JUDA

 

Na deze opdeling werden de stammen Juda, Simeon en Benjamin, samen met de Levieten die de tempeldienst verrichtten, bekend onder de naam het koninkrijk Juda (vandaag gekend als de Joden in Jeruzalem), met als hoofdstad de oude hoofdstad Jeruzalem, en werden de inwoners Judeeërs (Stam van Juda) genoemd, wat in het Nederlands joden werd. Oorspronkelijk waren de Joden (Judeeërs) alleen de leden van de stam Juda maar later werd de naam voor de inwoners van het koninkrijk Juda gebruikt, waarin ook veel leden van de andere stammen woonden, en de afstammeling daarvan. Later in de geschiedenis zou de stam Simeon , zich terug aansluiten bij de stammen van Israël. Het koninkrijk Juda was in de tijd van de joodse Bijbel een natie gevormd door de stammen Juda, Simeon en Benjamin en bestond van 922 v.Chr. tot 586 v.Chr. Het koninkrijk Juda wordt vaak het Zuidelijk Koninkrijk genoemd om het te onderscheiden van het Noordelijk Koninkrijk (koninkrijk Israël). De hoofdstad van Juda was Jeruzalem. Juda had een oppervlakte van 8900 km?. Het koninkrijk Juda ontstond nadat het koninkrijk Israël bij Sichem uiteenscheurde na onenigheid over de opvolging van koning Salomo. De bedoeling was dat Salomo's zoon Rechabeam de troonopvolger werd maar toen hij aankondigde dat hij Salomo's zware belastingdruk zelfs nog meer wilde opschroeven brak er een opstand uit. Aanvankelijk volgde alleen de stam Juda het huis van David en erkende Rehabeam als hun koning. De andere stammen kozen voor Salomo's vroegere generaal Jerobeam als nieuwe koning. Maar snel sloot de stam van Benjamin (waaruit Maria Magdalena komt) zich aan bij Juda. 

 

SALOMO ZOON REHOBOAM KRIJGT DE JUDA STAM

 

Salomo's zoon, Rehoboam, kreeg alleen de stam van Juda te regeren overgenomen. God kiest een nieuwe koning te spreken van de tien resterende stammen van de twaalf stammen van Israël. Volgens het arrest van God, Salomo's knecht Jerobeam moest worden gezalfde koning van meer dan tien stammen van Israël. Salomo, de zoon van alle woede van Israël door zijn onverstandige reactie op een klacht van Jerobeam en de andere stammen van Israël, waardoor Israël werd al snel verdeeld tegen Rehoboam.

 

HET RIJK VERDEELD IN TWEE

 

 

 

(map tweestammenrijk Israël & Juda)

 

De stam van Simeon werd later samengevoegd met de stam van Juda en verloor zijn eigen identiteit, later zouden enkele leden van deze stal zich terug bij Israël voegen. De Israëlische regio in de 9e eeuw v.Chr.: donker blauw de Fenicische stadsstaten donker groen het koninkrijk Israel. licht groen het koninkrijk Judah grijs de Filistijnse stadsstaten en geel het koninkrijk Edom. In de eerste zestig jaar van zijn bestaan voerde het koninkrijk Juda vooral oorlog tegen het koninkrijk Israël in een poging de autoriteit van het huis van David terug te winnen. De daarop volgende tachtig jaar was er nauwelijks sprake van oorlog. De twee staten leefden vreedzaam naast elkaar en werkten samen tegen gezamenlijke vijanden, zoals Damascus. In 783 v.Chr. werd Uzzia (Azarja) koning van Juda. Hij versterkte Elat en bracht het weer onder Juda (Kon. 14:22). In 734 v.Chr. weigerde Juda een coalitie met koning Pekah van het koninkrijk Israël. Koning Achaz zond een boodschapper met een enorme gift zilver en goud uit de tempel naar de Assyrische koning om diens hulp in te roepen tegen de daarop volgende belegering van Jeruzalem door Pekah. Juda mocht autonoom blijven tegen het betalen van schatting. In 722 v.Chr. werd het koninkrijk Israël veroverd door de Assyriërs. Het koninkrijk Juda beleefde hierdoor een moeilijke periode van ongeveer anderhalve eeuw, waarin het feitelijk een vazalstaat van Assyrië was. Koning Achaz moest schriftelijk afstand doen van de onafhankelijkheid van zijn volk en erkende de goden van zijn meesters, de Assyriërs. In 701 v.Chr. in de tijd van Hizkia verwoestte Sanherib de Verschrikkelijke de stad Berseba door brandstichting en viel in dat jaar Juda binnen: 

 

"Wat Hizkia de Jood aangaat, hij onderwierp zich niet aan mij, ik belegerde 46 van zijn versterkte steden, ommuurde vestingen en talloze dorpen en overmeesterde ze door aangestampte taluds en stormrammen, voetvolkaanvallen, mijnen, stootblokken, alsook sappeurswerk... Hemzelf maakte ik tot gevangene in Jeruzalem, in zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi" (vertaling van Sanheribs annalen naar Ancient Near Eastern Texts). 

 

De beslissende slag had plaats in Lachis. Muurreliëfs in het paleis van Nineve tonen Sanherib terwijl hij toeziet vanop zijn ivoren troon op 300 m afstand (een goede boogscheut verwijderd). Daterend uit 700 zijn er juist buiten de Sionpoort in Jeruzalem overal resten van Israëlische huizen op vaste grond gebouwd. Er was blijkbaar in korte tijd een bevolkingstoeloop na de Assyrische inval in Juda, aldus dr. Magen Broshi. In 640 v.Chr. onder koning Josia kwamen er belangrijke godsdienst hervormingen. En Juda herwon zijn onafhankelijkheid na de dood van Assurbanipal en kreeg zelfs greep op Samaria, een provincie van Assyrië. In 609 probeerde Josia het oprukkend Egyptisch hulpleger voor Assyrië te stoppen, maar verloor en hij sneuvelde in deze slag bij Megiddo. Dit betekende het einde van Juda's onafhankelijkheid. In 597 v.Chr. kwam plaatsvervangend koning Zedekia (Willibrordvertaling: Sidkia) in opstand tegen Babylon. Daarop viel Nebukadnezar II van Babylon Juda binnen. In 586 v.Chr. werd Juda veroverd door Nebuzar-adan, die kapitein was in het leger van koning Nebukadnezar en hij voerde een aantal inwoners onder Babylonische ballingschap mee. Dit gebeurde toen hij Jeruzalem voor de tweede keer bezette. De eerste keer had Nebukadnezar al eens orde op zaken gesteld en een einde gemaakt aan het koningschap van de al te jonge Koning Jojachin. Die was toen uit zijn functie ontzet en vervangen door Zedekia. Maar ook die bleek niet in staat eenheid onder de Israëlieten en Joden te bewaren en bij de tweede bezetting maakte Nebukadnezar definitief een einde aan het hele zelfstandig voortbestaan van Juda. De Babylonische soldaten verwoestten de tempel van Jeruzalem met buitensporig geweld, en een deel van de bevolking, waaronder vooral de religieuze en politieke leiders en vooraanstaanden, werd met de strafexpeditie meegevoerd en lange tijd in ballingschap gehouden. Hiermee kwam een einde aan het bestaan van Juda als zelfstandig koninkrijk. In totaal heeft Juda 389 jaar bestaan. De vijandschap tussen de in 515 v.Chr. onder Perzisch bestuur terugkerende Joden en hun noorderburen in Samaria ontstond toen fel jahwehistisch gezinde priesters hun hulpaanbod om de tempel te helpen herbouwen hadden afgewezen, omdat de Samaritanen volgens hen ethnisch en theologisch niet zuiver genoeg waren. De Samaritanen besloten toen hun eigen tempel te bouwen op de Gerizin bij Sichem. In 198 v.Chr. verdreven de Seleuciden de Egyptenaren uit Juda, dat in een absoluut dieptepunt zat tijdens en na de ballingschap. Traditionele vijanden vestigden zich in de zuidelijke gebieden: de Idomeeërs in Edom, Jordanië. De scheuring van het rijk staat in de Bijbel beschreven in I Koningen 12.

 

TIJDSINDELING VAN JUDA

 

Rehabeam 922-915 v.Chr.

Abiam 915-9?3 v.Chr.

Asa 913-873 v.Chr.

Josafat 873-849 v.Chr.

Joram 849-842 v.Chr.

Ahazia        842 v.Chr.

Athalia 842-837 v.Chr.

Hizkia 715-687 v.Chr.

 

Val van Jerusalem 586 v.Chr. (eerst veroverd door Babylonië, daarna door Cyrus de Grote (Iran)

 

LIJST VAN KONINGEN VAN JUDA

 

Het koninkrijk Juda ontstond na de dood van koning Salomo van Israël na een conflict over de opvolging. De stammen Juda en Benjamin scheidden zich af van Israël. Hun koningen waren directe afstammelingen van koning David. Datering I is de datering van William F. Albright, datering II is de datering van E. R. Thiele en datering III is de datering volgens de Bijbelse tijdlijn.

 

Naam datering (I) datering (II Datering Bijbelse tijdlijn

 

Rechabeam 922 v.Chr. - 915 v. Chr  931 v.Chr. - 913 v.Chr. 903 v.Chr. - 887 v.Chr.

Abia 915 v.Chr. - 913 v.Chr. 913 v.Chr. - 911 v.Chr. 886 v.Chr. - 884 v.Chr.

Asa 913 v.Chr. - 873 v.Chr. 911 v.Chr. - 870 v.Chr. 884 v.Chr. - 843 v.Chr.

Josafat 873 v.Chr. - 849 v.Chr. 870 v.Chr. tot 849 v.Chr. 843 v.Chr. - 817 v.Chr.

Joram 849 v.Chr. - 842 v.Chr. 848 v.Chr. tot 841 v.Chr. 826 v.Chr. - 815 v.Chr.

Achazja 842 v.Chr. 841 v.Chr. 814 v.Chr.

Atalja 842 v.Chr. tot 837 v.Chr. 841 v.Chr. tot 835 v.Chr. 814 v.Chr. - 807 v.Chr.

Joas 837 v.Chr. tot 800 v.Chr. 835 v.Chr. tot 796 v.Chr 807 v.Chr. - 767 v.Chr.

Amasja 800 v.Chr. tot 783 v.Chr. 796 v.Chr. tot 767 v.Chr. 767 v.Chr. - 738 v.Chr.

Uzzia (Azarja) 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. 727 v.Chr. - 679 v.Chr.

Jotam 742 v.Chr. tot 735 v.Chr. 740 v.Chr. tot 732 v.Chr. 679 v.Chr. - 660 v.Chr.

Achaz 735 v.Chr. tot 715 v.Chr. 732 v.Chr. tot 716 v.Chr. 660 v.Chr. - 643 v.Chr.

Hizkia 715 v.Chr. tot 687 v.Chr. 716 v.Chr. tot 687 v.Chr. 645 v.Chr. - 617 v.Chr.

Manasse 687 v.Chr. tot 643 v.Chr. 687 v.Chr. tot 642 v.Chr. 617 v.Chr. - 562 v.Chr.

Amon 643 v.Chr. tot 641 v.Chr. 642 v.Chr. tot 640 v.Chr. 562 v.Chr. - 560 v.Chr.

Josia 641 v.Chr. tot 609 v.Chr. 640 v.Chr. tot 609 v.Chr. 560 v.Chr. - 529 v.Chr.

Joachaz 609 v.Chr. 609 v.Chr. 529 v. Chr

Jojakim 609 v.Chr. tot 598 v.Chr. 609 v.Chr. tot 598 v.Chr. 529 v.Chr. - 518 v.Chr.

Jojachin 598 v.Chr. 598 v.Chr. 518 v.Chr.

Sedekia 598 v.Chr. tot 587 v.Chr. 598 v.Chr. tot 586 v.Chr. 518 v.Chr. - 507 v.Chr.

 

TWEE BELANGRIJKSTE STAMMEN VAN JUDA

 

Deze twee kinderen zijn vaak meer dan bekeken door de meeste geleerden Bijbel, maar in feite vormen ze twee zeer belangrijke koninklijke lijnen van de stam van Juda, de lijn van Pharaz; de andere, de lijn van Zarah.

 

De twee takken van JUDA

 

Pharaz  Dit is de Line Israel's Savior zal voortvloeien uit. Pharaz, is het meer dominante lijn van Juda genoemd in het grootste deel van de Bijbel __(De verheven tak van Juda)

 

Zarah  "Van de dieprode wol"

Zarah, is een mindere vermeld slechts enkele malen in de Bijbel (De lage tak van Juda)

 

DE TWAALFSTAMMEN NA DE SPLITSING

 

Na enige tijd was het EN.KI (aartsengel Lucifer) en de AN.UNNA.KI (gevallen engelen) gelukt om verdeeldheid te zaaien onder de twaalf stammen van Israël. Daarin speelt de famillie van Dan een belangrijke rol. De twaalf stammen splitste in twee hoofdstammen; de stam van Israël (Illuminati) en de stam van Juda (Joden). Het doel was daarvan de komst van de lichtmeester (Messias) te verstoren en de heilige bloedlijn (Juda) te vernietigen en te vervangen door de Koninglijke bloedlijn (Israël). Hun twist en Heilige oorlog zou tot het einde der tijden duren.

 

Het huis van Iraël onder leiding van Jeroboam

 

     

      

 

Ruben Naftali Gad Aser

Simeon Issachar Dan Manasse

Zebulon Efraim

 

Het huis van Israël werd later bekend in onze geschiedenis als de illuminatie families (lees meer; 13 Illuminati, van Zion Levi). 

Die bekend staan van hun wereldregering, oorlogen, armoede en verdeeldheid dat ze zaaien. Zij zullen vanaf dan een jacht maken op de heiligebloedlijn van het Juda huis.

 

Het huis van Juda onder leiding van Rehoboam

 

   

 

Juda (bloedlijn van Jezus)

Benjamin (bloedlijn  van Maria Magdalena)

Het huis van Juda zijn de Joden, die door de eeuwen zullen vervolgd worden door de stam van Israël. De Juda stammen die kunnen worden beschouwd als "het huis van Juda" en dus, worden aangeduid als "Joden". De stam van Israël zijn de 10 verloren stammen die worden beschouwd als (niet) joden en zich ook niet zo gedragen. Maar liggen wel aan de oorsprong van de staat Israël. Merk op dat zowel Levi en Benjamin na de Assyrische gevangenschap, waren zowel van het Huis van Juda en dus kunnen beide worden aangeduid als van de joden (Judahites) of burgers van Juda. Merk op dat Levi wordt verdeeld tussen de twee huizen. Dus de Leviëten (hogerpisters) zijn te vinden bij de Juda stam en zowel met de stam van Israël. Dus wat we hebben is 10 verloren stammen (stammen van Israël)- volgens de Bijbel - wie niet "joden" zijn. In feite zijn ze nooi t"Joden" geweest of beter gezegd 'Judahites. "Slechts 3 stammen kan worden opgeroepen als" Joden "als zij in het bezit zijn van de erfenis van het huis van Juda - een aparte en duidelijk verschillende mensen uit het huis van Israël, die werd genomen. Dus met Joden bedoeld men de interne en alleen de fysieke stam van Juda.

 

Juda (bloedlijn van Jezus)

Benjamin (bloedlijn  van Maria Magdalena)

Levieten (bloedlijn  v/d hogepristers)

 

HET VERSCHIL TUSSEN DE JUDA & ISRAËL  STAM

 

JUDA

 

  

 

Juda (bloedlijn van Jezus)

Benjamin (bloedlijn  van Maria Magdalena)

Levieten (bloedlijn  v/d hogepristers)

 

Het overschot van Juda dat tijdens de ballingschap in Jeruzalem gebleven was zou een vreselijke toekomst tegemoet gaan (Jeremia 24:9); Juda's naam zou blijven bestaan (Jesaja 65:15).

ISRAËL

 

Ruben Naftali Gad Aser

Simeon Issachar Dan Manasse

Zebulon Efraim Leviëten

 

Doordat de twee stammen van de Leviëten waren gesplitst in de twee huizen , spreken we soms over de 13 stammen van Israël.

 

Israël zou als volk 'verloren' raken, een volk dat blind zou zijn voor zijn eigen identiteit. 10 stammen van Israël of illuminati die verloren hun eigen identiteit toen ze de hollocoust begonnen tegen de Joden of stam van Juda. (Jeremia 50:3-6; Johannes 10:27-31; Jesaja 42:16-20,43:8; Romeinen 11:25); Uit Israël zou een menigte-van volken ontstaan (Genesis 35:11,48:19);Uit Israël zullen naties met grote koloniën ontstaan. De nazaten van Israël zullen talrijk zijn als het zand der zee (Hosea 1: 10); Israël zou naar Isaak genoemd worden  (Jesaja 62:2, 65: 15, Genesis 21:12, Romeinen 9:7).  Zoals we hebben gezien waren gedeelten van het volk Israël sinds de ballingschap in Assyrië onder anderen bekend onder de namen Sacae, Isacae en Sacasunna. Veel christenen en zelfs theologen maken vaak de grote fout om Israël als het joodse volk aan te duiden en omgekeerd. Ook het huidige joodse volk wordt vaak aangeduid met de naam Israël. Er zijn zelfs christenen die denken dat Abraham een Jood was. Als Abraham een Jood was, dan zouden zijn nakomelingen dat ook moeten zijn. Het grootste gedeelte van de mensheid zou dan Jood zijn. Abraham was echter een Semiet, een nakomeling van Sem en Heber. Abrahams nakomelingen zijn Semieten en Hebreeërs. Er zouden vele volken uit Abraham voortkomen. Abraham was, evenals zijn Arabische neven, de stamvader van de kinderen van Israël waaronder het Joodse volk. Uit het Oude Testament blijkt dat ook Isaak geen Jood was, evenmin als Jakob, Mozes, Jozua, Gideon of Samuel. Zelfs Esther en Mordechai waren geen joden maar Benjaminieten. Het grootste deel van de profeten waren geen 'Jood' maar Israëliet. mensheid -in harmonische vrede - één God aanbidden met Jeruzalem als hoofdstad van het heilige land. Laten we hier niet vergeten dat EN.KI - de 'naäper' van EN.LIL - voor die tijd, Jeruzalem ook zal uitroepen tot hoofdstad van de wereld. Zijn nazaat 'de valse messias' zal dan plaats nemen op de troon in Jeruzalem. De twee broers EN.KI (Lucifer) & EN.LIL (Michaël) beginnen te srijden voor één dezelfde stad, Salem - Jeruzalem. Het is belangrijk om niet te vergeten dat Juda verkozen was om de Messias voort te brengen, uit het geslacht David. Uit het volk van Juda kwam de Messias voort! Dit voltrok zich door de menswording in de schoot van Maria, de offerdood en de wederop-standing van Jezus Christus Juda werd eveneens uitverkoren als eerste volk op aarde de christelijke leer te belijden en over de aarde te verspreiden. En ook van deze taak hebben ze zich gekweten, hoewel dat in het begin door een relatief kleine groep op bescheiden schaal geschiedde. Andere groepen joden bekeerden zich later tot het christendom.

 

13 de STAM VAN ISRAËL

 

De Leviëten zijn in twee groepen gesplitst en zijn te vinden bij de twee stammen, Israël en Juda. Daarvoor dat ze ook wel de 13de Stam worden genoemd. Dus verder in de geschiedenis zullen we te maken hebben met joden uit de stam van Juda die vervolgd worden door de stam van Israël (illuminati) die later de grondlegger zullen zijn van de Protocollen van Zion.

 

DE STAM JUDA & BENJAMIN IN BALLINGSCHAP

 

Net als de stammen van het Noordelijke Rijk, werden ook Juda en Benjamin verstrooid of weggevoerd in ballingschap, door de hand van Nebukadnessar. In het boek Ezra, onderandere, lezen we over hun terugkeer. Er wordt vaak gezegd dat ze naar Babel werden weggevoerd en dit wordt dan met de stad Babylon vereenzelvigd. Dit is echter niet geheel juist. Uit Ezra blijkt ondermeer dat ze naar het rijkvan Babel werden weggevoerd;men woonde (Ezra1:1-3)verspreid door het gehele rijk. Ezra heeft secuur het een en ander vastgelegd hierover en uit Ezra'sverslagen blijkt dat de volgende groepen terugkeerden naar het gebiedvan Juda:

 

42.000 ballingen uit Judaen Benjamin, inclusief de Levieten;

11.000 uit de andere stammen, met name genoemde stammen: Manasseen Efraïm (Jozef). Vgl. 1 Kronieken 9:6.

 

De teruggekeerden worden "geheel Israël"genoemd. Van vier van de twaalf stamen weten we het dus, ze zijn bijname genoemd als teruggekeerden. Dat wil zeggen: de vertegenwoordiging er van; Israëlieten die God wilden gehoorzamen en Hem dienen door terug te keren naar het land en Hem te dienen in de (herbouwde)Tempel. Het zijn, niet voor niets, de stammen die Jozef vertegenwoordigen die hier mee terugkeren en met wordt ten opzichte van zijn broeders dubbel gezegend doordat zijn zonen elk een eigen deel kregen onder Israël. Vgl. Genesis48en 49. Hier zien we al dat daarom -in tegenstelling tot wat sommigen leren-Efraïm ingéén gevalmeerals"verlorenstam" gezienkanworden. Immers;deze stam is terug gekeerd samen met Juda en Benjamin! De Bijbelse feiten zijn hier duidelijk genoeg. Er bleven nog veel Joden achter, verspreid door het hele rijk van de Meden en de Perzen. Dit rijk omvatte ook het voormalige rijk van Assyrië, waarheen de tien stammen waren weggevoerd. Daarom ook dat Efraïm en Manasse konden terugkeren, en ook individuele. De teruggekeerden waren daarom niet alleen de met name genoemde vier stammen en Levi, maar Israëlieten uit alle stammen van Israël.Vandaar ook dat de Bijbel aan deze groep van teruggekeerden vanaf dat moment refereert aan "geheelIsraël". Met andere woorden:we mogen en móeten concluderen dat van alle stammen uit Israël er vertegenwoordigers aanwezig waren in het land aangezien de Bijbel dit zo duidelijk zegt. Zijwerden wel (later)"Joden" genoemd, naar de stam Juda die sinds dat moment de hoofdrol speelde in het verhaal immers:het was Juda'sgebied waar ze naar terugkeerden en ze voegden zichsamen met Juda door in hun steden te gaan wonen. Helaas bleven ook veel Israëlieten achter in 'de wereld' een groot deel verkoos het leven in Babylon, Nineve, Assur en andere steden in het Medo-Perzische rijk. Zijwaren daarmee ongehoorzaam aan de Goddelijke opdracht, IIKronieken 36:22-23, om terug te keren. Veel van hen zijn in de loop der eeuwen "verdwenen" doordat ze huwden met mensen uit andere volken of mogelijk later, alsnog, teruggekeerd naar Israël.

 

JERUZALEM VEROVERD DOOR BABYLON,  587 v.chr

 

Toen na Salomo's overlijden in 922 v.Chr. het koninkrijk in twee delen uiteen viel, werd Jeruzalem de hoofdstad van het koninkrijk Juda. In 587 v.Chr. viel de stad in handen van de Babyloniërs en de Joodse bevolking werd weggevoerd in ballingschap naar Babylon. De tempel werd verwoest. Toen de Perzen Babylon innamen, mochten de joden terugkeren en ze kregen de toestemming om de tempel weer te herbouwen (538 v.Chr.), maar wel onder Perzische heerschappij. Onder de Perzen werden de joden betrekkelijk ongemoeid gelaten en konden ze hun godsdienst vrijelijk beoefenen. Omstreeks 330 v.Chr. werd het Perzische Rijk veroverd door de Macedonisch-Griekse koning Alexander de Grote. Hiermee begon de periode van het Hellenisme voor Jeruzalem.

 

TERUGKEER VAN GEHEEL ISRAËL, 536 v.chr

 

Juda en Benjamin, alsmede de Levieten, keren in drie groepen terug. De éérste terugkeer, 536v.Chr., is de grootste,onder leiding van Zerubbabel: 42.360 joden keren terug met daarbij 7.337 dienaren, 200 zangers (levieten), paarden, kamelen, enz.. De tweede groepkeert terug onder leiding van Ezra,1754 mannen die vier maanden over de reis doen. Onduidelijkis hoeveel vrouwen en kinderen mee terug kwamen, Ezra 8:27 vermeldt ze maar het aantal wordt niet opgegeven. De derde terugkeer is Nehemia,met een leger-escorte. Hij komt terug om de herbouw en versterking van de hoofdstad -Jeruzalem-financieel gesteund door de Meden en Perzen, te realiseren. In totaal keren er een ruime 50.000 personen terug naar Juda. Dat zijn 42.000 van Juda en Benjamin en daarnaast nog 11.000 anderen. Dat was wat er was overgebleven van dit ééns zo grote volk! Dat wil zeggen: het was het deel van het volk dat het verlangen had om terug te keren naar hun eigen land, naar Jeruzalem en hun Tempel. Zeker niet alle Joden keerden terug, uit onder andere het boek Esther blijkt dat er nog veel waren achtergebleven. Daarnaast waren er ook Israëlieten -uit de andere stammen-die de kans aangegrepen hebben om terug te keren;immers:de oproep van Kores gaf ook hén die gelegenheid! Zijwaren in het verleden ook weggevoerd naar delen van de wereld die nu onder controle stonden van de Perzen. Vaak denken we dat het hier dus het volk van Juda en Benjamin betreft, de logische gevolgtrekking moet echter zijn dat het alle Israëlieten zijn geweest die God wilden dienen door terug te keren. De andere teruggekeerden werden echter vanaf dat moment gerékend tot Juda en zijn daarmee geassimileerd, tot één volk geworden. Dat we dit hier niet verzinnen blijkt uit de Bijbel zelf. In 1 Kronieken9:3worden in het bijzonder de volgende stammen genoemd als teruggekeerden:"Te Jeruzalem woonden van de zonen van Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse". Onder andere in dit soort zaken blijkt het belang van het werk van Ezra'szeer gedetailleerde documentatie in de Kronieken. Want, opvallend en niet onbelangrijk detail is het volgende. De term "geheelIsraël" wordt op deze vier onderscheiden stammenen andere meegekomen Israëlieten toegepast. Vergelijk ook Ezra2:17 waar we lezen dat er voor alle12 stammen geofferd werd. Heeft het zin dit te doen wanneer zijniet daar aanwezig waren?Het "raadsel" van de "verloren stammen" lijkt hier dus opgelost te zijn; zij zijn geworden tot één volk: de "Joden", naar Juda, of, zoals wijze tegenwoordig ook weer kennen:"Israël".

 

TWEDE TEMPELBOUW

 

Onder leiding en aansporing van (onder andere) Haggaïen Zacharia wordt de Tempel herbouwd. Het boek bevat een gedetailleerd verslag hiervan, alsook van de tegenwerking van de bevolking. De inwijding van de tempel, de eerste Pesach-viering, het is door Ezra allemaal nauwkeurig vastgelegd. Ezra stamt rechtstreeks uit de lijn van Aäron en is daarmee gerechtigd de Tempeldienst te herstellen en te leiden (hoofdstuk 7). In Ezra 8 lezen we dat ook Daniël terugkeert naar Juda, samen met Ezra en anderen.

 

DE STAMMEN JUDA, BENJAMIN EN DE LEVIETEN

 

Nebukadnezar, koning van het herrezen Babylonische. rijk verplaatste tussen 598 en 586 v. Chr. het grootste gedeelte van 'alle' inwoners van Juda naar Babylon. In 539 v. Chr. veroverde de Perzische koning Cyrus (Kores) Babylon en stond 'alle' bewoners van Juda toe om hun land opnieuw te bewonen. Een klein deel van de stammen Juda, Benjamin, Levieten en andere Israëlieten keerden' daarop terug naar Palestina (Esra 1: 1- 5, 2: 1). Aldus zegt Cyrus, de koning der Perzen: "Alle koninkrijken van de aardeheeft de Heer, de God van de hemel, mij gegeven. Hij heeft mij opgedragen om voor hem een tempel te bouwen in Jeruzalem, een stad in Juda. Laten al diegenen onder u die tot zijn volk behoren, zich met de hulp vanhun God naar Jeruzalem in Juda begeven om er de tempel van de Heer weer op te bouwen, de God van Israël, de God die in Jeruzalem woont. Na de terugkeer uit Babylon hebben de Benjaminieten onder de naam Galileërs bekend gestaan. Later, toen keizer Titus in 70 n. Chr. Jeruzalem totaal verwoestte verlieten verschillende groepen Galileërs hun land Palestina. Volgens vele historische bronnen hebben deze groepen zich bij de Massagethen aangesloten. Zij bevolkten destijds het zuiden van Rusland. De Massagethen zijn op hun beurt de stamvaders van de Noormannen en de IJslandse Vikingen. Het wapen van IJsland is de wolf, tevens het embleem van Benjamin. Rurik, de stichter van het Russische Rijk (Rossija), was een nakomeling van Benjamin. De oorspronkelijke joden stammen af van de stam Juda met een klein aantal nakomelingen van Levi. Pas later in de geschiedenis is het volk Juda en zijn nageslacht onder de naam joden bekend geworden. De naam 'Jood' wordt pas gebruikt tijdens en na de Babylonische ballingschap. Het is belangrijk dat het verschil tussen het Huis Israël en het Huis Juda, zoals dat in de Bijbel aangegeven is, helder begrepen wordt. Door dit verschil goed onder ogen te zien, zijn we ook in staat de profetie en. de huidige wereldgebeurtenissen te begrijpen. Er zijn maar weinig 'bijbellezers die het onderscheid tussen het Huis Israël en het Huis Juda ter harte nemen. Voor wie het verschil tussen het Huis Israël en het Huis Juda niet duidelijk ziet of niet wil erkennen blijft de Bijbel een gesloten boek. De Bijbel laat de positie van het Huis Israël in een geheel ander licht zien dan dat van het Huis Juda. De Bijbel beschrijft verleden, heden en toekomst van Israël. Het is het Boek van Israël waarin God het volk van Israël opdraagt om alle geslachten der Aarde tot zegen te zijn. Juda zou een geheel ander lot beschoren zijn. Volgens de Bijbel zou de naam Juda het volk zelf tot vloek worden (Jesaja 65:15). Verder verklaart de Bijbel dat de naam Juda door God onder spot en hoon tot over de hele wereld verspreid zou worden. Deze banvloek zou zo lang duren tot het volk de genade Gods zou ontvangen aan het 'einde der tijden'. Ook de profeten hebben na de ballingschap van Juda en Israël hun door God geïnspireerde beloften, vermaningen en bedreigingen afzonderlijk tot beide 'Huizen' gericht. Wanneer we kijken naar de volgende uitspraken uit de profetieën .van Jeremia, dan zien we dat er een duidelijk verschil tussen beide huizen bestaat. Het volk van Juda zou ontheemd leven in alle landen; zonder een geografische erfenis. Juda zou bespot en vervloekt worden tot in alle plaatsen waarheen zij verdreven werd.


Last Updated ( Saturday, 10 October 2009 15:10 )
 
Hiram Abiff PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 11:53

HIRAM - ABIFF DE BOUWMEESTER

 

Hiram Abiff (alias Saint-Germain) is een karakter die een prominente plaats in derde graad vrijmetselarij. Hiram wordt gepresenteerd als de belangrijkste architect van Koning Salomons Tempel, die is vermoord door drie ruffians tijdens een mislukte poging om hem te onthullen het geheim wachtwoord van de Meester Vrijmetselaar. Hiram (vaak gespeld Huram), een ambachtsman van grote vaardigheid verzonden van Tyre. 2 Kronieken 2:13-14 

 

 

   

In de oorspronkelijke Hebreeuwse versie van 2 Kronieken 2:13, worden de woorden vertaald aangehaald als" Huram mijn meesters "is" ChVUrM 'aby "Hiram Abi.  Merk op dat de vertaling "Hiram mijn meesters" treedt alleen op in de New King James Version.  In andere versies, "ABI" wordt meestal vertaald als "vader", soms "meester" of anders "Hiram Abi 'is onvertaald als een goede naam. Peake's Commentaar op de Bijbel, die verwijzen naar Chronicles II-13 , zegt gewoon "Huram-ABI: correct leest dit als de volledige naam", (Engels Standard Version) geeft dezelfde vertaling "Huram-Abi" in plaats van "Huram mijn meester ..." Flavius Josephus in zijn Oudheden van de Joden (hoofdstuk 3:76) verwijst naar Hiram als een ambachtsman.  Hij was geboren uit de stam van Israël Issachar of Issakar betekent "huurling" ze zijn gekend als de eerste vrijmetselaars Hiram Abiff zou later als de ronddwalende Jood worden genoemd, aangezien hij onsterfelijk werd. Maar voor zijn onsteffelijkheid kende hij het geheimen woord van EN.KI, die de geesten of gevallen engelen kon bedwingen om de tempel te bouwen. Maar eerst zou Hiram vermoord worden.

 

DE DOOD VAN HIRAM ABIFF

 

Uit het vrijmetselaars ritueel “voor de graad van Meester”, leren we het volgende:

 

 

 

“Daarop geeft de Redenaar het eerste deel van de mythe van de meestergraad:” 

 

"Het geschiedde in die dagen, dat Salomo de wens gedacht zijns vaders, Koning David, om een tempel te bouwen, de heer zijnen God waardig; want oorlogen hadden gewoed, vele waren de vijanden geweest, en zo was David gestorven zonder zijn voornemen te mogen volvoeren.  Doch toen Salomo de troon zijns vaders had bestegen, waren de vijanden geweken; de klank der wapenen was verstild, vrede en rust heersten alom; en zo besloot Salomo dat de tijd rijp was voor de bouw. 

En deed hij alle steenhouwers, metselaren, smeden en timmerlieden vóór zich treden - en zij kwamen in grote getale - maar hij bevond geen hunner bekwaam de bouw van de tempel te leiden. Toen zond hij boden naar Hiram, koning van Tyrus, en deed hen zeggen: "Gij die een vriend waart mijns vaders, ontzeg mij uw hulp niet, want ik wil thans doen wat mijn vader niet vermocht, en een tempel bouwen, de Heer mijnen God waardig. Doch daar is niemand onder de mijnen aan wie ik een zo grote arbeid kan toevertrouwen." De boden, gekomen zijnde voor koning Hiram, spraken de woorden die Salomo hun gesproken had en Hiram verheugde zich over de woorden der boden en gaf hun de bekwaamste zijner bouwmeesters mede. Zijn naam was Hiram Abiff, en hij was de zoon ener weduwe. Hiram Abiff nu, gekomen zijnde op de plaats van de bouw, overzag de schare der werklieden, beproefde hen op hun kunde en deelde hen daarnaar in. In drie groepen deelde hij hen in: 

 

die der leerlingen, 

die der gezellen en 

die der meesters. 

 

En van deze drie waren de meesters de bekwaamste, en hun loon was naar gelang hun bekwaamheid. Ook wees hij aan de plaatsen waar de werklieden hun loon zouden ontvangen; deze was voor de leerlingen de kolom J, voor de gezellen de kolom B, maar het loon van de meesters deed hij uitbetalen in de middenkamer.  

 

Hiermee halen ze aan kolon Joachim en kolon Boaz, de twee zuilen van de tempel die later werd overgenomen door de vrijmetselaars.

 

Daar nu de werklieden zó vele in aantal waren dat niemand hen allen van aangezicht zoude kunnen herkennen, zo gaf hij de meesters een woord en een teken, opdat zij zich als zodanig kenbaar zouden kunnen maken; en evenzo deed hij de gezellen en de leerlingen. Aldus werkte ieder hunner in de groep waarin hij was ingedeeld en in de graad waartoe hij bekwaam was, en daar konden geen vreemden zich mengen onder de werklieden van Hiram Abiff. Zo was de regeling die hij trof voor de bouw van de tempel en zij kwam de arbeid ten goede.  Hiram Abiff nu placht wanneer de zon haar hoogste stand aan de hemel had bereikt en het volle middag was geworden, in de tempel te gaan om te bidden. En op een dag, zijn gebed beëindigd hebbende en huiswaarts willende keren om te rusten, wachtte hem een gezel op aan de zuiderpoort, die hem aanhield en zeide: 

 

"Meester, geeft mij het meesterwoord." 

Hiram Abiff antwoordde: "

 

Gij dwaalt, alleen door eigen verdiensten zult gij het meesterwoord deelachtig kunnen worden." De gezel echter, niet tevreden met dit antwoord en zijn toeleg mislukt ziende, naam de 24-delige maatstok, het werktuig dat hij bij zich droeg, en gaf de meester daarmee een slag op de keel. Hiram Abiff week van hem en haastte zich naar de westerpoort. Doch ook daar wachtte hem een gezel op, die hem aanhield en vroeg: "Meester, geef mij het meesterwoord." En de meester antwoordde hem gelijk hij de eerste gezel had geantwoord; doch ook deze gezel, hiermee niet tevreden, nam de winkelhaak, het werktuig dat hij bij zich droeg en gaf de meester daarmee een slag op het hart. Andermaal week Hiram Abiff en snelde naar de oosterpoort, doch ook daar wachtte hem een gezel op, die hem aanhield, zeggende: "Meester, geef mij het meesterwoord." En ten derde male antwoordde hem de meester naar waarheid, gelijk hij de beide anderen had geantwoord. Doch ook deze gezel, niet tevreden met zijn antwoord en zijn toeleg mislukt ziende, nam de hamer, het werktuig dat hij bij zich droeg, en gaf de meester een slag op het voorhoofd, dat hij neerstortte en stierf. De drie gezellen, samengekomen bij het lichaam huns meesters, namen het op, droegen het naar buiten en begroeven het ijlings in alle stilte om hun misdaad te verbergen. 

 

Samengevat komt het op de drie volgende dingen neer:

 

Zuiden; 24-delige maatstok op de keel

Westen; nam de winkelhaak en gaf een slag op het hart

Oosten; nam de hamer en gaf een slap op het voorhoofd

Logisch gedacht , werd hij via het Noorden weggedragen.

 

Op de lage grafheuvel die zij inderhaast opwierpen, plantten zij een acaciatak, opdat het graf huns meesters voor hen drieën herkenbaar zoude zijn, want groot was hun wroeging en scherp de knaging van hun geweten."

 

"Toen de volgende dag bij het opgaan der zon Hiram Abiff niet in de tempel verscheen om de arbeid te leiden en aldaar sporen van bloed werden aangetroffen, beving de meesters een grote vrees om het lot van hun bouwmeester. Zij riepen zijn naam in de tempel en daarbuiten, in de stad en onder het volk, vele malen, maar daar was er geen die antwoordde; en zij vroegen eenieder die nabij was: "Zeg mij, hebt gij de meester gezien?" Maar daar was er wederom geen die antwoordde, en hun verslagenheid was groot.  Toen traden zij voor het aangezicht des konings, zeggende: "Hiram Abiff, , uw bouwmeester, is heden bij het opgaan der zon niet in de tempel gekomen om onze arbeid te leiden. Wij zochten hem in de tempel en daarbuiten, wij riepen zijn naam allerwegen en ondervroegen het volk, maar daar was er geen die antwoordde en niemand die de meester gezien had. En nu is er angst in ons hart om het lot van Hiram Abiff, want bij de zuiderpoort des tempels vonden wij sporen van bloed en bij de westerpoort vonden wij hetzelfde en alzo ook bij de oosterpoort.  En Salomo, gegrepen door een grote ongerustheid om het lot van zijn bouwmeester, zond drie meesters uit om Hiram Abiff te zoeken. De drie meesters togen uit en zochten de meester, maar zij vonden hem niet, en, weergekeerd zijnde, traden zij vóór Salomo en bekenden hem dat zij de meester niet hadden gevonden, waar zij ook hadden gezocht.  Toen zond Salomo vijf meesters uit en, hoewel zij nog langer en nog verder zochten, ook hun zoeken bleef vruchteloos en, wedergekeerd zijnde voor hun koning, bekenden zij, dat het hun insgelijks was vergaan. 

Salomo, in steeds groten ongerustheid om het lot van Hiram Abiff, gelastte ten derde male dat men hem zou zoeken en, negen meesters uitgekozen hebbende, bezwoer hij hen de bouwmeester te vinden. En daar hij nu vreesde dat met Hiram Abiff het geheim van het meesterwoord en het meesterteken verloren was gegaan, gelastte hij dat een ander meesterwoord en een ander meesterteken zou worden aangenomen, zijnde het eerste teken dat gegeven en het eerste woord dat gesproken zou worden wanneer men de meester mocht wedervinden. Deze zouden dan zijn voor alle meesters bouwende aan de tempel het nieuwe meesterteken en het nieuwe meesterwoord." Alzo trokken dan de negen meesters uit om Hiram Abiff te zoeken. Zij zochten in de tempel en daarbuiten; in de straten der stad en op de landwegen, maar de schemering kwam over de velden en de duisternis viel en het werd nacht, zodat zij niet zagen waarheen zij hun schreden zouden richten en eraan wanhoopten 's konings opdracht ooit te kunnen volvoeren.  Doch opeens werden zij een lichtschijnsel gewaar dat allengs in helderheid toenam, en hun schreden daarnaar richtende, herkenden zij het licht van de Vlammende Ster. 

 

Heel merkwaardig is dat ze het lichaam vinden van Hiram door de vlammende ster. Ook wel gekend de Bethelem ster of venus ster of wel heel goed mogelijk Neburu.

 

En haar schijnsel volgende, kwamen zij bij een lage heuvel, waarvan de aarde sinds korte tijd was opgeworpen en waarin een acaciatak was geplant.  De negen meesters, begrijpende dat zij de plaats des meesters hadden gevonden, groeven de aarde op en vonden tenslotte hun verloren meester, hem herkennende in het licht van de Vlammende Ster. En hevig was hun ontroering; en het gebaar dat zij maakten in hun bewogenheid bij het weerzien van de meester, was Aldus

 

“het meesterteken”

 

“Zo werd dit het nieuwe meesterteken en is zulks gebleven tot op de huidige dag.  Toen poogde één der meesters Hiram Abiff op te richten en, zich buigende over het graf, greep hij de hand des meesters op de wijze van de leerling, doch zijn pogen bleef vruchteloos. En een tweede meester, zich buigende over het graf, greep de hand des meesters op de wijze van de gezel, doch ook zijn pogen bleef zonder gevolg. Toen boog een derde meester zich over het graf en, de meester stevig vattende bij de pols, richtte hij hem op, staande hand in hand, voet tegen voet, knie aan knie, schouder aan schouder en de arm om de hals van de herrezen meester; alzo door de vijf punten van het meesterschap. En allen die om het graf stonden zagen dat de meester die zij gestorven waanden, weder was opgestaan, werden zeer bewogen, en in hun ontroering riepen zij uit: "Mac Benac", hetgeen overgezet zijnde, is: "Hij leeft in de zoon". Alzo geschiedde het dat dit woord, het eerst gesproken na het wedervinden van de meester, het nieuwe meesterwoord werd en zulks is gebleven tot op deze dag. 

 

Het is heel merkwaardig dat Hiram (Saint-Germain) weer tot leven werd gebracht. Waarschijnlijk is dat de eerste keer dat hij het elixir werd toegediend. Ik kan met alle zekerheid zeggen dat het elixir van Salomon kwam. Of we kunnen gaan stellen, dat hij niet dood was, en terug levend uit zijn graf kwam. Hoe dan ook, Hiram leefde verder.

 

Het oude meesterwoord is voor de wereld verloren gegaan en de wereld kent het niet, maar Salomo deed het griffen in een driehoek van zuiver goud, en, deze dragende naar het midden van de tempel, plaatste hij het in het Heilige der Heiligen.”

 

KINDEROFFERS VOOR DE TEMPEL

 

“Dat in vroeger tijd de Israëlieten mensen hebben geofferd, kan niet worden ontkent. Ook begrof men wel kinderen en mensen ind e fundamenten der gebouwen, opdat hun geest daarover waken zou”

“Anton Constandse”

 

72 GEVALLEN ENGELEN BOUWEN DE TEMPEL

 

 

 

Salomo had van één van de priesters (Leviëten) het laatste boek van EN.KI gekregen dat aan Adam was gegeven bij zijn vertrek in het Hof van Eden. Het bezat de oude taal van niburu en de taal die de AN.UNNA.KI spreken. Het stond vol spreuken , wijsheden, mystieke elementen die onze aarde bezat en die we konden beïnvloeden. Wie dit boek kende bezat de mogelijkheid om de elementen van de aarde de bezitten, zo had hij invloed op alle levende dingen op aarde. Met inbegrip van alle beesten, vogelen, en reptielen, alsook de demonen en geesten. Zo maakte Salomon het eerste demonen leger. Na de eerste dood van Hiram Abiff maakten de 72 gevallen engelen (AN.UNNA.KI) het werk van de Tempel af. Salomon bezat de kracht om zijn bevelen op te leggen aan de 72 AN.UNNA.KI (gevallen engelen) die allen het geheime woord van EN.KI dragen. De macht over deze AN.UNNA.KI had hij verkregen door de magische ring die bij het boek hoorden. Deze ring was een onderdeel van de Kroon van Lucifer, die hij was verloren bij de val. Deze steen was in het bezig gekomen van Adam die ere en ring liet van maken. Deze ring werd mee bewaard met het boek van EN.KI. Toen het in het bezit kwam van Salomon was hij de derde die het gebruikte. Na de dood van Adam had een kleinzoon van hem het boek en ring gebruikt maar was heel snel overleden door toedoen van de 72 gevallen engelen. Salomon was de derde en laatste die de kunst van de magie beheersten. Zo had hij van de AN.UNNA.KI de mogelijkheid gekregen om in hun adelaars te vliegen.  Vele jaren later na de bouw van de Tempel, kreeg Asmodeus de opdracht van EN.KI op de ring te stelen van Salomon. Salomon zijn wijsheid , kracht en invloed was te groot geworden.

 

ASMODEUS STEELT DE RING

 

Asmodeus had de opdracht gekregen van EN.KI om de ring te gaan stelen van Salomo. Bij de rabbijnen zijn er twee legendes bekend, de ene verteld dat Salomon werd verleid door Asmodeus om zijn ring af te doen, toen dat lukte nam Asmodeus de ring smeet deze in de zee en een vis slokte de ring op. Een andere versie wordt verteld dat Asmodeus de gedaante van Salomon had aangenomen en in de vertrekken van de Koning was gegaan en zo de ring heeft gestolen. Deze ring zou later één van de belangrijkste redenen zijn waarom stammen strijden tegen elkaar om de ring in hun bezit te krijgen. 

 

JEROBOAM & JEZREËL DE NEBURIAANSE 

WACHTERS VAN DE TEMPEL

 

De hoeders (hoeders van de gevallen engelen) van het Nibiruaanse incarnatieproces op Aarde zijn Jeroboam en Jezreël. Zij verschijnen in de gedaante van klassieke Soemerische vogelgoden die op wacht staan bij de ingang van de Hebreeuwse tempel van Salomo - een holografIsche insertie van een Nibiruaanse tempel op Aarde. De wachters houden Soemerische zaadbuideltjes gevuld met maïs vast. Het zijn enorme zuilen en ze brengen een activering teweeg van de engelenvleugel-punten in ons sleutelbeen. De twee zuilen worden magnetisch vibrerende bomen van aquablauw licht. 

 

DE HOEDERS VAN DE ARK

 

Bij de Arabieren stonden ze bekend als Nazrie ha-Brit ('Hoeders van het Verbond'), waarvan de benaming 'Nazarener' is afgeleid. (Anders dan wat algemeen wordt aangenomen had de Nazareense sekte van Jezus niets te maken met Nazareth. Ze woonden aan de Dode Zee en bewaakten de oude geheimen van het Verbond in de traditie van Mozes en Salomo.) 


Last Updated ( Friday, 02 October 2009 15:08 )
 
Salomo Tempel PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 11:50

DE TEMPELROTS

 

De belangrijkste vortex van het Heilige Land is de Rots van de Fundering in de Tempelberg.  Die kennis en energie van de sterren naar binnen zoog. Het heeft deze functie altijd wanneer Nibiru terugkeert naar dit zonnestelsel nadat hij een baan om Sirius heeft gemaakt. De Tempel van Salomo die gebouwd werd boven op de gigantische rots waar de bezoekers voor het eerst landden  probeerde ik de tempelpriesters over te halen om naar de kennis van het woestijnvolk te luisteren. Maar zij wilden niet luisteren; hun manier van denken was fundamentalistisch en oordelend. Zij geloofden dat de kracht van de Aarde in de grote rots verzegeld was -de rots die van oorsprong een belangrijke heilige plaats van het Steen-volk was - en dat deze kracht hen zou vernietigen als hij niet veilig was opgeborgen. Ze bouwden de Tempel van Salomo over de rots om diens emanaties in bedwang te houden. Momenteel is de rots verzegeld door een moskee en diep daaronder bevinden zich grotten en waterpoelen. in afwachting van de terugkeer van de bezoekers. In de oudheid hadden de bezoekers veel water nodig in dit droge land omdat ze van reptielenher-komst waren. Ooit waren de wadi's van het Steenvolk weelderig begroeide rivierbeddingen. De dag zal weldra aanbreken dat degenen die in mijn tijd niet wilden luisteren, hun blindheid zullen berouwen. Deze energievortex van de Rots van de fundering zal opnieuw ronddraaien en enorme krachten naar binnen brengen.

 

DE BOUW VAN DE TEMPEL

 

In het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, in het vierde jaar van zijn regering over Israël, in de maand ziw, de tweede maand, begon koning Salomo (Farao Slamun) met de bouw van de tempel AMON. De tempel die Salomo voor de HEER bouwde was zestig el lang, twintig el breed en dertig el hoog.De voorhal voor de grote zaal was twintig el breed - hij besloeg dus de hele breedte van het gebouw - en tien el diep. Salomo voorzag de tempel van vensters met kozijnen en traliewerk. Rondom de tempel, dat wil zeggen langs de gevels van de grote zaal en de achterste zaal, liet hij een galerij met verdiepingen aanbrengen. De onderste galerij was vijf el breed, de middelste zes el en de bovenste zeven el. Dat kwam doordat de muren van de tempel aan de buitenkant insprongen omdat hij er geen steunpunten in wilde uithakken. (Bij de bouw van de tempel werden alleen stenen gebruikt die al in de groeve waren afgewerkt; in de tempel was tijdens de bouw geen enkel geluid van hamers, houwelen of andere ijzeren gereedschappen te horen.) Aan de zuidkant van de tempel bevonden zich in de middelste galerij trapgaten; via trappen kwam men op de middelste en de bovenste verdieping.  Toen de muren van de tempel voltooid waren, liet hij een dak aanbrengen van balken en panelen van cederhout. 

 

 

(De temple van Salomo)

 

De galerij, waarvan de verdiepingen vijf el hoog waren, was aan de tempel bevestigd met balken van cederhout.Toen sprak de HEER tot Salomo:  'Jij bouwt nu dit huis. Welnu, als jij je aan mijn voorschriften houdt, mijn rechtsregels volgt en mijn geboden strikt naleeft, zal ik nakomen wat ik je vader David met betrekking tot jou heb beloofd. Ik zal te midden van de Israëlieten komen wonen en mijn volk Israël niet in de steek laten.'Toen de bouw van de tempel voltooid was, liet Salomo tegen de binnenkant van de wanden een raamwerk van cederhouten latten maken, van de vloer tot aan het dak, waarop hout werd aangebracht. De vloer werd belegd met planken van cipressenhout. Twintig el voor de achtermuur liet hij van cederhouten planken een wand optrekken vanaf de vloer tot aan het dak. Zo ontstond de achterste zaal van de tempel: het allerheiligste. De ruimte ervoor, de grote zaal, was dus veertig el diep.  Het cederhout waarmee de tempel vanbinnen was afgewerkt, was versierd met houtsnijwerk van kolokwinten en bloemenranken. Alles was van cederhout; van de stenen was niets meer te zien.De achterzaal van de tempel werd door Salomo ingericht om er de ark van het verbond met de HEER in onder te brengen. Deze zaal, die twintig el lang, twintig el breed en twintig el hoog was, liet hij vanbinnen met bladgoud bedekken. 

 

 

 

(plan van Salomo Tempel)

 

Ook het cederhouten altaar dat ervoor stond werd met bladgoud bedekt, evenals de hele binnenkant van de tempel. Vóór de achterzaal, die zelf al geheel met bladgoud was bedekt, liet hij gouden kettingen spannen.De hele tempel werd van onder tot boven met bladgoud bedekt, ook het altaar van de achterzaal.Van het hout van de aleppo-den liet hij twee cherubs maken van tien el hoog, die bestemd waren voor de achterzaal. Elk van hun vleugels mat vijf el; de afstand van vleugelspits tot vleugelspits bedroeg tien el.  Dat gold voor beide cherubs, ze waren gelijkvormig en even groot, allebei tien el hoog en met een spanwijdte van tien el. Ze werden zo in de achterzaal geplaatst dat de vleugel van de ene cherub de ene muur raakte en de vleugel van de andere de andere muur. Hun andere vleugels raakten elkaar precies in het midden van de zaal. Ook de cherubs liet hij vergulden.Alle wanden van de tempel, van zowel de voorste als de achterste zaal, liet hij rondom versieren met houtsnijwerk van cherubs, bloemenranken en palmetten. De vloeren werden bedekt met een laagje goud, zowel in de voorste als in de achterste zaal. De toegang tot de achterzaal liet hij afsluiten met deuren van aleppohout, die waren opgehangen in deurkozijnen met vijfhoekige stijlen. Die twee deuren liet hij versieren met houtsnijwerk van cherubs, palmetten en bloemenranken, en met bladgoud bedekken; ook het houtsnijwerk werd verguld. De deurposten van de toegang tot de grote zaal werden eveneens van het hout van de aleppoden gemaakt, met vierhoekige stijlen.  Hierin werden twee scharnierende deuren van cipressenhout gehangen, die elk twee panelen(6:34) panelen - Volgens sommige oude vertalingen. MT: 'doeken'.hadden.  Ook deze deuren liet hij versieren met houtsnijwerk van cherubs, palmetten en bloemenranken, dat vervolgens werd verguld. 36 De ommuring van de binnenhof liet hij optrekken uit drie lagen op maat gehouwen steen, met daar bovenop een laag cederhouten balken.De fundering van de tempel voor de HEER werd gelegd in het vierde jaar van Salomo's regering, in de maand ziw. In zijn elfde regeringsjaar, in de maand bul, de achtste maand, was de tempel tot in de kleinste details geheel volgens plan voltooid. Salomo besteedde dus zeven jaar aan de bouw van de tempel.


Last Updated ( Friday, 02 October 2009 23:27 )
 
Koning Salomo PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 11:50

DAVID ZOON - KONING SALOMO 

 

 

 

Koning Salomo regeerde over alle twaalf stammen en bouwt het huis van YHWH, de eerste tempel.

 

Koning Salomo (FaraoSlamun) van Israël was een zoon die David bij Bathseba had en werd op haar aandringen de troonopvolger. Hij regeerde van ongeveer 970 v.Chr. tot 930 v.Chr. en bouwde de eerste Joodse Tempel. Salomo (of SALOMO, Arabisch Süleyman) staat bekend vanwege zijn wijsheid, onder meer blijkend uit zijn vermogen recht te spreken (bijvoorbeeld het beroemde SALOMOsoordeel). De Bijbelboeken, Prediker, Spreuken - die tot de wijsheidliteratuur worden gerekend-, alsmede het Hooglied, worden traditioneel beschouwd als van de hand van Salomo, al wordt door velen tegenwoordig aangenomen dat de boeken een latere (2e - 3e eeuw v.Chr.) compilatie zijn van verschillende bundels die in omloop waren. Overigens kunnen onder deze bundels heel goed originele geschriften van Salomo zijn geweest maar werd zijn naam aan de hele compilatie gegeven. Ook bij de naburige beschavingen van Egypte en Mesopotamië deden dergelijke wijsheids geschriften de ronde. Een bekende Egyptische bundel wijze spreuken wordt toegeschreven aan farao Ramses I. Da waarheid omtrent de glorieuze koninkrijken van David en Salomo blijft geheim. Het twijfelachtige historische karakter van dit geschrift sluit zelfs niet uit dat de verhalen over David en Salomo voor een belangrijk deel op fantasie en vervalsing berusten. Ook nu is het weer de archeologie die de mythe doorprikt. Want sporen van het Koninkrijk van David en Salomo hebben archelogen niets gevonden. Op de locaties waar Salomo volgens het boek Koningen I (9:15) grote steden liet verrijzen, zoals Hazor Migiddo en Gezer, werden wel resten van beschavingen gevonden , maar deze stelden veel minder voor dan Jeruzalem onder Daid en Salomo veel kleiner was dan het Oude-Testament wil doen geloven. Uit de jaren waarin David regeerde vonden archeologen wat scherven, maar van een omvangrijk bouwwerk ontbreekt ieder spoor.

 

Regering en bouwactiviteit

 

Salomo (Farao Slamun) regeerde tijdens de Gouden Eeuw van het oude Israël. Het rijk strekte zich uit van Egypte tot de Eufraat en van de zee tot diep in het huidige Jordanië. Gedurende zijn regering was er geen oorlogsvoering nodig en konden de bewoners zich wijden aan de winstgevende tussenhandel via de vele handelswegen die door Israël en Jeruzalem liepen. Hij sloot een handelscontract met koning Hiram van Tyrus en bestelde bij hem materiaal en vaklui voor het opzetten van een vloot aan de Rietzee, waarop Hiran personeel plaatste met ervaring. Bij Eilat (vroeger: Elot) was de bouwplaats van de schepen voor Salomo. In samenwerking met zijn bondgenoot koning Hiram van Tyrus breidde Salomo daarna ook de scheepvaart en handel op de Middellandse Zee en de Rode Zee uit. Volgens sommige legendarische verhalen gingen op deze reizen vele Israëlieten mee als scheepsbemanning en als kooplieden die zich vaak ook vestigden op verre handelsposten zoals in Tharsish, Libië, Etrurië en Ophir (wat misschien het huidige Jemen was). Zo begon er al een soort vrijwillige Diaspora 500 jaar voor de latere val van Jeruzalem door de Babyloniërs. Salomo bouwde de eerste joodse tempel, aldus de Bijbel. Hij bestelde bij Hiram, een bekwaam metaalbewerker uit Tyrus: 2 bronzen zuilen, 2 bronzen kapitelen, een vlechtwerk van snoeren in kettingvorm, rijen granaatappels, een grote 'Zee' van gegoten metaal op 12 bronzen runderen, 10 bronzen onderstellen met ingedreven reliëfs, 10 bronzen bekkens, veel potten, bestek en offerschalen. Dit alles diende om de tempel in te richten voor gebruik. De beschrijving van de tempel zelf in de Bijbel is eerder fantastisch en mist architectonische precisie. Archeologische opgravingen elders in Palestina en Syrië tonen aan hoe tempels in die tijd naar oudere Kanaänietische voorbeelden gebouwd werden, zoals die van Baäl-Hadad in Hasor. Hij bestond uit drie kamers. Het heilige der heiligen lag op het noorden, een kamer van ca. 13 op 9 meter, met diepe nis in de noordmuur. Daarvoor lag de grote zaal met het portaal ervoor. In het portaal stonden twee zuilen voor de ingang naar de grote zaal. Salomo's tempel was echter oost-west georiënteerd, en bevatte de Ark mogelijk met enkele bewakende cherubim en de grote bronzen slang. Voor de bouw deed Salomo beroep op ervaren geschoolde bouwmeesters, metsers en kunstenaars uit Fenicië. Onder Salomo werd niet alleen in Jeruzalem gebouwd, maar werd bijvoorbeeld ook Megiddo herbouwd en versterkt met solide muren en met een typisch nieuw driedubbel poortcomplex, dat door archeologen gesitueerd wordt in de 11e eeuw v.Chr.. In Hazor en in Gezer dateert uit dezelfde tijd de kazematmuur met telkens een gelijkaardig poortcomplex. De keerzijde van de glorie die Salomo zijn land bracht waren de zware belastingen die hij hief om zijn vele bouwprojecten en zijn extravagante levensstijl te bekostigen. Zo was hij een groot liefhebber van vrouwen en hield er een uitgebreide harem op na. Salomo had 700 vrouwen en 300 bijvrouwen. De 'verzamelwoede' voor vrouwen van Salomo werd overigens streng afgekeurd door de toenmalige profeten en ook de Tenach verbiedt de veelwijverij. Op het laatst van z'n leven kwam hij, door o.a. de invloed van zijn vele heidense vrouwen en buitenlandse bezoekers, tot afgoderij, of tenminste tot het gedogen daarvan, hetgeen in de ogen van steile joden bijna even erg was. Dat was de reden dat de profeten van God zijn nageslacht zware tijden voorspelden en de spoedige ondergang van de eenheidsstaat. Na zijn dood eindigde de gouden eeuw en brak er bijna onmiddellijk een burgeroorlog uit. De noorderlingen (eigenlijke Israëlieten) vroegen Salomo's opvolger Rehobeam belastingvermindering. In feite wilden zij dat de middelen naar de dienst van Jahweh gingen en niet naar die van de oude cultus. Zij scheidden zich af, wat uitdraaide op de splitsing van het eerste rijk in de koninkrijkjes Juda en Israël. Tijdens de onrust en instabiliteit die daarop volgde, begonnen ook weer de overvallen en invasies van de buurlanden, die al in de tijd van de Richteren gebruikelijk waren, totdat binnen 400 jaar Israël en Juda als zelfstandige naties verdwenen waren. Tot aan de stichting van de moderne staat Israël hadden de joden geen zelfstandig thuisland meer.

 

Latere invloed van Salomo's regering

 

In de Arabische en Perzische literatuur zijn nog vele verhalen overgeleverd over de wijsheid, rijkdom en magische krachten die Salomo (Suleiman) bezeten zou hebben. In de archeologie van Israël zijn tot nu toe weinig sporen van Salomo's regering gevonden, wat waarschijnlijk te wijten is aan de vele verwoestingen en wederopbouwperiodes, waarbij oud bouwmateriaal hergebruikt werd, die bijna alle plaatsen en steden in Israël hebben ondergaan in de 3000 jaar sinds Salomo. In Iran zijn verschillende bouwwerken die aan Salomo referen. Bekend is het werelderfgoed De troon van Salomo. In het christendom wordt de regering van Salomo en de voorspoed die er toen was wel gezien als een voorafschaduwing van de regering van de Messias tijdens het 1000-jarige rijk.


Last Updated ( Friday, 02 October 2009 15:04 )
 
<< Start < Prev 1 2 3 Next > End >>

Page 1 of 3

3D Views