Relates Articles
Laatst toegevoegd
- Rennes-le-Château
- 1788 RITE DE MISRAÏM (FRANKRIJK
- 1783 LES ILLUMINES D'AVIGNON (FRANKRIJK)
- 1780 FRATER LUCIS (ITALIE)
- 1780 HET MARTINISME en LOUIS CLAUDE DE SAINT-MARTIN (FRANKRIJK)
- 1778 CHEVALIERS BIENFAISANTS DE LA CITE SAINTE
- 1776 ORDO ILLUMINATI
- 1772 ORDE VASA (ZWEEDEN)
- 1758 ELUS COHENS (FRANKRIJK)
- 1757 MECHANICS (ENG & VS)
- 1748 ORDE VAN DE POOLSTER (ZWEEDEN)
- 1748 ORDE VAN DE SERAFIJNEN (ZWEDEN)
- 1736 ORDER OF ODD FELLOWS (ENGELAND)
- 1717 DE VRIJMETSELAARS
- 1614 De FAMA FRATERNITATIS en de ORDO ROSAE CRUCIS
- 1606 JEHOVA ORDE (ZWEEDEN)
- 1562 ORDE VAN TUSIN (DUITSLAND)
- 1522 ORDE VAN HET ZWAARD (ZWEEDEN)
- 1440 ORDE VAN DE ZWAAN (DUITSLAND)
- 1430 ORDE VAN DE GULDEN VLIES (FRANKRIJK)
- 1408 ORDE VAN DE DRAKEN (HONGARIJE)
- 1348 ORDE VAN DISTEL (SHOTLAND)
- 1348 ORDE VAN DE KOUSENBAND (ENGELAND)
- 1312 ORDE VAN CHRISTUS (PORTUGAL)
- 1311 ORDE MONTESA (SPANJE)
- 1218 ORDE MERCEDARIËRS (FRANKRIJK)
- 1204 ORDE VAN DE ZWAARDBROEDERS (DUITSLAND)
- 1191 CONSTANTNISCHE ORDE (BYZANTIJNIE)
- 1170 ORDE VAN ST-JACOB VAN HET ZWAARD (SPANJE)
- 1158 ORDE VAN CALATRAVA (SPANJE)
- 1156 ORDE VAN ALCANTARA (SPANJE)
- 1144 ORDE VAN AVIZ (PORTUGAL)
- 1099 ORDE VAN SINT LAZARUS (FRANKRIJK)
Who's Online
We have 8 guests onlineEnglish Menu
Zion Levi
Heilige Boed Der Gevallen Engelen
13 Illuminati

Comte Saint Germain
Galactische Voorouders
Reïncarnatie fotoboek
| Stone of Destiny |
The Stone of Scone, more commonly known as the Stone of Destiny or the Coronation Stone (though the former name sometimes refers to Lia Fáil) is a block of sandstone historically kept at the now-ruined abbey in Scone, near Perth. It is also known as Jacob's Pillow Stone, Jacob's Pillar Stone and as the Tanist Stone. |
| Read more... |
| Ark des Verbonds |
|
|
|
| Written by Administrator |
| Thursday, 01 October 2009 11:40 |
|
DE ARK
Zo liet Mozes in opdracht van EN.KI (Aartsengel Lucifer) een nieuw omhulsel maken of kist waar hij de bestaande ark in kon leggen. Zo ontstaat het verhaal dat de stam van Israël een nieuwe ark maken. Laat van acaciahout een ark maken, een kist van tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog. Overtrek die met zuiver goud, zowel vanbinnen als vanbuiten; aan de bovenkant moet je rondom een gouden sierlijst aanbrengen. Giet vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier poten: twee ringen aan elke kant van de ark. Maak draagbomen van acaciahout, verguld ze en steek ze door de ringen aan weerszijden; zo kan de ark gedragen worden.
(de Ark des Verbonds)
De draagbomen moeten in de ringen blijven, ze mogen er niet uit gehaald worden. In de ark moet je de verbondstekst leggen die ik je zal geven. Je moet ook een verzoeningsplaat maken van zuiver goud, tweeëneenhalve el lang en anderhalve el breed. Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen. Ze moeten tegenover elkaar staan, met het gezicht naar de verzoeningsplaat gekeerd, en hun vleugels moeten gespreid zijn zodat ze zich daar beschermend over uitstrekken. Leg de verzoeningsplaat op de ark; leg de verbondstekst die ik je zal geven in de ark. Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang.Volgens de Oxford Word Library is 'ark' een verouderde vorm van het woord' arc', dat overeenkomt met het Latijnse area: kist of koffer. Iets wat daarin wordt verborgen of opgeborgen heet in het Engels areane -geheimzinnig of geheim. Een 'arcanum' (meervoud: arcana), is een groot mysterie, bijvoorbeeld in de alchemie of de tarot. Een opslagplaats voor documenten is een 'archief' en iets van heel lang geleden wordt , archaïsch' genoemd - vandaar de benaming voor de studie van oude, opgegraven voorwerpen, de ' archeologie'. Als het Oude Testament opnieuw in het Engels moest worden geschreven, zou Are of the Covenant(Ark des Verbonds) correct worden veranderd in Are of Testimony (Ark der Getuigenis) . De maten van de kist zelf zijn in ellen gegeven. Als we uitgaan van ongeveer 45 cm voor een el, moet de Ark circa 113 cm lang, 68 cm breed en 68 cm hoog zijn geweest. Aangezien de standaard voor de el nogal eens wisselt, zou het ook 140 bij 84 bij 84 cm kunnen zijn, of iets daar tussenin. Hoe dan ook, de exacte verhouding van breedte/hoogte tegenover lengte wordt gegeven als 1:1,666. De kist werd gemaakt van acaciahout (volgens het oude Grieks van de Septuagint letterlijk' onvergankelijk hout') dat aan de binnen- en buitenkant met zuiver goud werd bekleed. De bovenkant had een rechthoekige kroonlijst en aan de uiteinden van de lange zijden was een gouden ring bevestigd dus vier ringen in totaal, bestemd voor de draagstokken, die ook waren gemaakt van acaciahout, bedekt met goud. In dit stadium van de beschrijving wordt een 'verzoendeksel' op de Ark geplaatst, met dezelfde verhoudingen als de buitenmaten van de open kist: 2,5 bij 1,5 el, dus 1:1,666. Het deksel werd op zijn plaats gehouden door de kroonlijst van de buitenrand. Het deksel was niet van hout maar van zuiver goud, dat vrij dik moet zijn geweest om te voorkomen dat het doorboog. Het Hebreeuwse woord voor deze plaat, kapporeth, wordt ook in de Septuagint als 'verzoendeksel' vertaald. Aan de twee korte kanten van het deksel waren massief gouden cherubijnen geplaatst, met hun gezichten naar elkaar toe en hun vleugels naar voren uitgestrekt, over het verzoendeksel heen. Ten slotte wordt nog meegedeeld dat God met Mozes zou communiceren vanuit de ruimte boven het deksel, tussen de cherubijnen. (Al deze beschrijvingen worden herhaald in Exodus 37:1-9, waar we lezen hoe de Ark volgens deze specificaties door Besaleël werd gebouwd.) Het voornaamste probleem bij deze voorstelling van de Ark zijn de cherubijnen, omdat de Heer eerder (in Exodus 20:4) het gebod uitvaardigde: 'Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.' Als de cherubijnen engelen moesten voorstellen, zoals bij de meeste artistieke interpretaties uit later tijd, was dat meteen al een overtreding van dit goddelijke gebod. Niet lang voordat de Israëlieten aan het project begonnen had Mozes, overeenkomstig het gebod, zijn broer Aäron nog berispt omdat hij een gouden kalf had gemaakt (Exodus 32:20-21). Het is daarom ondenkbaar dat hij Besaleël zou hebben gevraagd een paar gouden engelen op de Ark te zetten. Voor de beste aanwijzing over de ware aard van de cherubijnen moeten we teruggaan naar het vroegste gebruik van het woord. We komen het in de bijbel voor het eerst tegen in Genesis 3:24, waar cherubijnen die meer aan bewapende krijgers in strijdwagens doen denken dan aan engelen de Boom des Levens beschermen met een vlammend zwaard' dat zich heen en weer wendde'. Geheel los van de bijbel staat een tractaat uit de 3de eeuw, getiteld De Oorsprong en afkomstig uit Alexandrië. Het vertelt het verhaal van de onsterfelijke Sophia, de godin van de wijsheid, de moedergodin ISIS, en koning Saboath, die een grote troon bouwde op een vierzijdige strijdwagen van cherubijnen' . De term “cherub” heeft zich ontwikkeld uit het Semitischekerûb, dat 'rijden' betekent.'Cherub' is een zelfstandig naamwoord dat is voortgekomen uit een werkwoord. De juiste uitspraak luidt kerub. Het is dus niet zonder betekenis dat cherubijnen (in de bijbel of elders) altijd in verband worden gebracht met een mobiele, hemelse troon die kan vliegen. Ze worden niet voorgesteld als afzonderlijke wezens. Hiervan zijn tallozevoorbeelden te vinden in de bijbel. In een verslag over de Heer tijdens een reddingsoperatie melden Samuël 22:11 en Psalmen 18:10: 'Hij reed op een cherub en vloog. We kunnen ervanuit gaan dat we het hier over een vliegendtoestel gaat. Hij verscheen op de vleugels van de wind.' Ook Ezechiël 9:3 verwijst naar God op een cherubijn: '[Hij] had zich opgeheven van de cherub waarop hij rustte en zich begeven naar de dorpel van de tempel.Ook I Kronieken 28:18 associeert de cherubbewakers van de Ark in Salomo's tempel met 'strijdwagens'. Josephus, die wist dat deze cherubijnen niet de engelen uit het spraakgebruik waren, schreef in zijn De oude Gesehiedenis van de Joden uit de lste eeuw: 'Niemand kan vertellen of zelfs maar bedenken hoe deze cherubijnen eruit hebben gezien.'Omstreeks dezelfde tijd schreef de joodse filosoof Philo (30 v.Chr. - 45 n.Chr.) dat de cherubijnen van de Ark, hoe ze er ook hebben uitgezien, vermoedelijk symbolisch waren voor kennis. Volgens de Oxford Word Library is de stam van' cherub' onbekend. Toch moet het iets met transport te maken hebben. Een oud alternatief voor kerûb (rijden) was erûb. Daarin zien we een direct verband met de wisselende vormen Choreb en Horeb - de heilige berg van Mozes. Het was dus de berg Cherub of de 'berg van de Cherubs'. De berg waar de cherubs (vliegende voorwerpen landen ?) Wat de associatie van cherubijnen met tronen betreft meldt de bijbel dat de Heer bij bepaalde gelegenheden op het verzoendeksel van de Ark plaatsnam: 'Hij troont op de cherubs. En ook wordt bevestigd dat hij met Mozes communiceerde vanaf deze troon: 'Hij hoorde een stem die tot hem sprak van boven het verzoendeksel. In dit opzicht laat de tekst er geen twijfel over bestaan dat we ons in de fysieke wereld van El Shaddai bevinden. Maar er was ook het metafysische aspect van het Ark-licht (de waargenomen aanwezigheid van de almachtige God), dat zich permanent tussen de cherubijnen bevond en een' gevaarlijke waarborg' voor de Levieten vormde. Met andere woorden tussen de twee cherubs was een kracht of energie te zien. De joodse filosofie beschouwt de Ark al heel lang als het symbool van een hemelse troon, maar is vooral onder de indruk van de 'buis van vuur' en de 'vonken die van de cherubijnen komen'. Voor de mogelijke inhoud van de Ark bestaat minder belangstelling. In de talmoed wordt echter wel vermeld dat er twee saffieren (sappir-stenen) door Mozes in de Ark waren gelegd, gemaakt van hetzelfde sehethiya-kristal als Mozes' eigen scepter. Deze twee stenen zouden uit Lucifer kroon komen waar Asmodeus op het einde der tijden moet gaan zoeken.
DE KRACHT VAN DE ARK
Ark, de bijbel verklaart ook dat de Ark zelf een dodelijke kracht bezat. Twee van Aärons zonen, Nadab en Abihu, werden gedood door het vuur dat uit de Ark schoot (Leviticus 10:1-1) en dat in de talmoed wordt beschreven als bliksemflitsen, 'zo dun als draden'. En toen Uzza de wagenmaker de Ark in evenwicht wilde houden omdat de wagen begon te schommelen, werd hij gedood zodra hij de Ark aanraakte (I Kronieken 13:10-11). Als de Ark niet op zijn wagen stond, moest hij worden opgetild met behulp van losse draagstokken, die door de vaste ringen werden gestoken. Alleen de Levitische hogepriesters (Aäron, Eleazar en hun opvolgers), die een bepaald soort kleding droegen, konden er in de buurt komen. In die speciale kleding was veel goud verwerkt een gouden borstschild, bevestigd met gouden ringen, kettingen en nog andere voor-zieningen rond het lichaam (Exodus 28:4-38). Bovendien hadden ze instructies om hun schoenen uit te trekken en hun voeten te wassen, 'opdat ze niet zouden sterven' als ze de Ark naderden (Exodus 30:21). Ook degenen die de Ark aan de draagstokken vervoerden moesten op blote voeten lopen. De voorschriften voor de juiste kleding en procedures bij het naderen van de Ark lijken wel heel nauwkeurig, maar zijn in werkelijkheid nogal vaag en verward. Geen wonder, want het Oude Testament werd pas veel later geschreven en de auteurs hadden er zelf geen ervaring mee. Zij schreven vanuit de traditie en verwarden bovendien de hele Sinaï-episode met de religie die zich daarna pas ontwikkelde (aanbidding versus ambacht). Toch hebben we al met al voldoende informatie om vast te stellen dat de geheimzinnige kracht van dekerûbs, zowel op de grond als in de lucht, een vorm van elektrische hoogspanning moet zijn geweest. Als beschermende behuizing werd de Ark der Getuigenis beschouwd als de essentie van licht en energie, een manifestatie van Gods almacht. Maar aangezien het een kunstmatig object was, blijft de vraag waar deze elektrische krachtbron vandaan kwam. We vinden een duidelijke aanwij-zing in het oorspronkelijke gebruik van het Hebreeuwse woord aron, dat (net als area) 'kist' betekende - meer in het bijzonder een verzamelkist. De oudste stam van aron was namelijk een werkwoord met de betekenis 'verzamelen'. In de kist van de Ark was dus een kracht verzameld of geconcentreerd, waarvan de ontzagwekkende ontlading (in de nabijheid van de Urim en Tummim) als het ultieme oordeel werd gezien. Dit was het Licht der Perfectie (het licht van Lucifer), een goddelijke orakelinspiratie van de grote Archon (een oud-Grieks woord dat 'boog' betekende).De Archonten, die hun machtig oordeel gaven, werden beschouwd als de Heersers van het Al. Om de veronderstelde waarde van de inhoud van de Ark in een moderne kerkcultuur te benadrukken wordt vaak onderwezen dat de Ark niet alleen de Tien Geboden, maar ook een pot manna en Aärons bloeiende amandelstaf bevatte. In het Oude Testament wordt echter niets over deze voorwerpen gezegd. In Numeri 27:21 lezen we dat de Urim door de hogepriester werd gebruikt als hij raad zocht bij de Heer en dat de goddelijke wijsheid hem werd geopenbaard tussen de twee gouden cherubijnen die de Ark des Verbonds bekroonden (Exodus 25:22). In Richteren 20:27-28 wordt duide¬lijk dat wie zich voor de Ark opstelde in feite voor Gods aangezicht stond. Aangezien de Urim en de Tummim aanwezig moesten zijn om God te laten spreken door de Ark, is wel geopperd dat het een soort dobbelste¬nen waren die orakeltaal spraken. Maar de belangrijkste eigenschap van de Urim in de nabijheid van de Ark was zijn schitterende licht, en de Bijbel zegt: “God is licht”. Als we daarvan uitgaan was het Ark-licht van de Urim dus een verschijningsvorm van God zelf. Wat was deze Urim-Schamir, waarmee de kracht van de Ark kon worden opgeroepen, dan precies? Inmiddels hebben we vastgesteld dat het een kostbare steen moest zijn: een kristallen edelsteen met het vermo¬gen om in bepaalde omstandigheden een bundel van licht uit te stralen die met precisie dwars door steen kon snijden.
LAPIS ELIXIS - STEEN DER WIJZEN
Hij werd Lapis Elixis ge¬noemd, een variant van Lapis Elixir, de alchemistische Steen der Wijzen. De tekst vervolgt: 'Door de macht van die steen verbrandt de Feniks tot as, maar kan uit die as ook spoedig weer herrijzen. Zo raakt de Feniks (EN.KI) zijn veren kwijt en krijgt hij nieuwe, waarna hij weer net zo glanzend en schitterend is als voorheen.' De sleutel tot de Parzival-allegorie ligt in de oude mythe over de feniks, in Egypte vergeleken met de 'benu-vogel', die tot as verbrandde in de tempel van Heliopolis, maar met zijn as de verlichting bracht. Helio¬polis (oorspronkelijk On genoemd, verwijzend naar het licht van de zonnegod Lucifer) was een centrum van de Grote Witte Broederschap (illuminati), de meester-ambachtslieden van Thoetmozes III (ca. 1450 v.Chr.). De Hoge Raad van Karnak telde 39 leden en de naam van de Broederschap was afgeleid van zijn bemoeienis met een mysterieus wit poeder MKFZT. Nog zo'n steen komt voor in de Iter Alexandri ad Paradisium, een oude parabel over de reis van Alexander de Grote naar liet paradijs (het rijk van Pairi Daize, dat in de oude taal van Avestan een aanduiding was voor het koninkrijk Ahura Mazda, de Perzische god van het licht, Aartsengel Lucifer) . De kabbala-traditie van licht en kennis stamt uit de tijd van Abraham (omstreeks 600 jaar voor Mozes), die het 'testament van een verloren beschaving' zou hebben ontvangen. Dat waren de verwijzingen naar Atlantis. Volgens Genesis werd Abraham geboren in Ur der Çhaldeeën (een oude stad in het Soemerische Mesopo¬tamië), maar kabbalisten associëren hem met de culturele erfenis van de Aur Kasdeems - het 'Licht der Magiërs' het licht van Lucifers Orde. Abrahams steen zou 'alles [hebben,bevat] wat de mens ooit had geweten' en 'alles wat de mens ooit weten zou'. Zou één van die stenen ook in de Ka'ab liggen in Mekka, deze was één van de stenen die van RAHAB kwam na de vernieteging en val van de gevallen engelen (lees meer: Heilige Boek der Gevallen Engelen). Bij deze val zou Lucifer uit zijn kroon twee saffieren hebben verloren. Bij de oude Soemeriërs stond hij bekend als de Steen van het Lot. Hij zou door de goden Enlil en Enki (zonen van de grote Anunnaki¬hemelgod Anu) zijn doorgegeven en werd in pre-bijbelse geschriften over de Babylonische god Mardoek beschreven als iets wat tegen de borst werd gedragen. De kabbalistische traditie identificeert de Steen van het Lot als een saffier, die later door Mozes werd geërfd en ten slotte doorgegeven aan koning Salomo van Juda. Als wede interpretaties van latere kunstenaars buiten beschouwing laten moet de Tafel der Getuigenis uit Exodus geen gewone stenen plaat zijn geweest, maar iets veel kostbaarders. Ondanks de Engelse vertalingen van de kabbala is in de oorspronkelijke oude teksten sprake van een sappir, terwijl in bijbelteksten meestal het word les hem voor' saffier' werd gebruikt. Het belangrijkste werk van de kabbala is de Sefer ha Zohar (het Boek van de Heerlijkheid): een filosofische maar ook praktische tekst van bijna een miljoen woorden, gebaseerd op oude joodse tradities en grotendeels geschreven in een vorm van Aramees. De schethiya-steen van koning Salomo komt niet alleen in de kabba¬listische traditie voor, maar ook in beginselen van de vrijmetselarij van de Royal Arch (Koninklijk Gewelf). De joodse talmoed (een commentaar op filosofische joodse teksten) vermeldt dat de schethiya de 'funderings¬steen' werd genoemd. Blijkbaar fungeerde hij als een levitatie-instrument in het heilige der heiligen (het sanctum sanctorum) van de tempel in Jeru¬zalem, waardoor de Ark des Verbonds geen contact hoefde te maken met de aarde en drie vingers boven de grond bleef zweven. Omdat hij de Ark in die perfecte positie wist te houden werd hij ook wel de 'steen der perfectie' genoemd. Een andere steen die met Salomo wordt geassocieerd is de schamir of 'bliksemsteen' van Lucifer. De talmoed vertelt hoe de koning deze steen gebruikte om de stenen van zijn tempel op maat te maken.De schamir kon' door rots snijden, geluidloos en met grote precisie, dankzij een krachtige speer van licht. Net als de schethiya zou ook de indrukwekkende, licht uitstra¬lende schamir ooit in het bezit van Mozes zijn geweest voordat hij uitein¬delijk door Salomo in zijn ring zou zijn gevat. Uit deze ring gans het verhaal van de ringlords. Nu we de esoterische eigenschappen van de Steen der Perfectie en de Bliksemsteen hebben vastgesteld kunnen we ons weer tot de bijbel wenden, waarin beide stenen enkele malen worden genoemd. Ze verschijnen voor het eerst bij Mozes op de berg Horeb, in het boek Exodus. Daar vinden we een beschrijving van de vervaardiging van een gouden borstschild (de essen) voor Mozes' broer Aäron, die in zijn functie als eerste hogepriester de Ark des Verbonds moest beschermen. In Exodus 28:30 lezen we: 'En gij zult in het borstschild der beslissing de Urim en de Tummim leggen; zij zullen op het hart van Aäron zijn wanneer hij voor het aangezicht des Heren komt.' De woorden Urim en Tummim betekenden Licht en Perfectie. De schamir ('bliksemsteen') en de sche¬thiya ('steen der perfectie') uit de talmoed zijn dus synoniem met de Urim en de Tummim uit Exodus., Er bestaat in het Oude Testament nooit enige twijfel over de aard van de Urim en de Tummim. Er is geen discussie over hun vorm, grootte, kleur of gewicht. Ze worden gewoon geaccepteerd als iets waar Mozes mee bekend was. Toch gaat het om twee magische stenen: een schitterend juweel dat met een bliksemschicht door steen kon snijden en een steen die de macht had om dingen van de grond te verheffen. De kostbare stenen gingen van Aäron over op zijn zoon Eleazar, die hem opvolgde als hogepriester (Numeri 20:28). Ze schenen zoveel energie te bevatten dat ze de aanwezigheid belichaamden van God zelf ¬die in de gezellengraad (tweede graad) van de vrijmetselarij de 'Vlam¬mende Ster' wordt genoemd. De oudtestamentische boeken Ezra (2:63) en Nehemia (7:75) bevestigen dat de stenen het exclusieve bezit bleven van de Levitische hogepriesters, die de stenen en de Ark moesten bewaken op hun reis vanuit de tabernakel in Sinaï naar een permanent verblijf in de tempel van Jeruzalem. Behalve het borstschild (essen) droeg de hogepriester ook nog een mouwloze tuniek met een voorschoot en een gordel, de efod. Later werd dit kledingstuk een symbool van de Levitische bewakers van de Ark, met het voorschoot omlaag gevouwen over de gordel, tot een klein schort.Tegenwoordig, maar nu van wit linnen, behoort dit korte schort tot de symbolische kleding van de vrijmetselarij. In II Samuel 6:13-15 werd koning David 'met een linnen efod omgord' toen hij danste voor de Ark. |
| Last Updated ( Friday, 02 October 2009 23:30 ) |










