Text Size
   

Bloodline "Movie"


Tombe of Jezus







THE ORIGIN OF BRITISH ISRAELISM

An obscure person named Richard Brothers who lived in England between 1757 to 1824 is credited with the origination of this farfetched fantasy. He was true to the form of religious fanatics and his movement was strikingly parallel with Joseph Smith and the Mormons. Richards was as eccentric as Smith was ignorant.

 

 

There is a distinct similarity in the origination of these episodes, a resemblance in the characters of the men, and in the cues to their religious fictions, particularly in the purported saga of the ten tribes of Israel upon which the respective movements were founded. The religious lunacy of these men was about identical in degree, the difference being in the circumstances of Richard Brothers' commitment to an asylum and Joseph Smith to a jail.

Read more...
Hiram Abiff PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 11:53

HIRAM - ABIFF DE BOUWMEESTER

 

Hiram Abiff (alias Saint-Germain) is een karakter die een prominente plaats in derde graad vrijmetselarij. Hiram wordt gepresenteerd als de belangrijkste architect van Koning Salomons Tempel, die is vermoord door drie ruffians tijdens een mislukte poging om hem te onthullen het geheim wachtwoord van de Meester Vrijmetselaar. Hiram (vaak gespeld Huram), een ambachtsman van grote vaardigheid verzonden van Tyre. 2 Kronieken 2:13-14 

 

 

   

In de oorspronkelijke Hebreeuwse versie van 2 Kronieken 2:13, worden de woorden vertaald aangehaald als" Huram mijn meesters "is" ChVUrM 'aby "Hiram Abi.  Merk op dat de vertaling "Hiram mijn meesters" treedt alleen op in de New King James Version.  In andere versies, "ABI" wordt meestal vertaald als "vader", soms "meester" of anders "Hiram Abi 'is onvertaald als een goede naam. Peake's Commentaar op de Bijbel, die verwijzen naar Chronicles II-13 , zegt gewoon "Huram-ABI: correct leest dit als de volledige naam", (Engels Standard Version) geeft dezelfde vertaling "Huram-Abi" in plaats van "Huram mijn meester ..." Flavius Josephus in zijn Oudheden van de Joden (hoofdstuk 3:76) verwijst naar Hiram als een ambachtsman.  Hij was geboren uit de stam van Israël Issachar of Issakar betekent "huurling" ze zijn gekend als de eerste vrijmetselaars Hiram Abiff zou later als de ronddwalende Jood worden genoemd, aangezien hij onsterfelijk werd. Maar voor zijn onsteffelijkheid kende hij het geheimen woord van EN.KI, die de geesten of gevallen engelen kon bedwingen om de tempel te bouwen. Maar eerst zou Hiram vermoord worden.

 

DE DOOD VAN HIRAM ABIFF

 

Uit het vrijmetselaars ritueel “voor de graad van Meester”, leren we het volgende:

 

 

 

“Daarop geeft de Redenaar het eerste deel van de mythe van de meestergraad:” 

 

"Het geschiedde in die dagen, dat Salomo de wens gedacht zijns vaders, Koning David, om een tempel te bouwen, de heer zijnen God waardig; want oorlogen hadden gewoed, vele waren de vijanden geweest, en zo was David gestorven zonder zijn voornemen te mogen volvoeren.  Doch toen Salomo de troon zijns vaders had bestegen, waren de vijanden geweken; de klank der wapenen was verstild, vrede en rust heersten alom; en zo besloot Salomo dat de tijd rijp was voor de bouw. 

En deed hij alle steenhouwers, metselaren, smeden en timmerlieden vóór zich treden - en zij kwamen in grote getale - maar hij bevond geen hunner bekwaam de bouw van de tempel te leiden. Toen zond hij boden naar Hiram, koning van Tyrus, en deed hen zeggen: "Gij die een vriend waart mijns vaders, ontzeg mij uw hulp niet, want ik wil thans doen wat mijn vader niet vermocht, en een tempel bouwen, de Heer mijnen God waardig. Doch daar is niemand onder de mijnen aan wie ik een zo grote arbeid kan toevertrouwen." De boden, gekomen zijnde voor koning Hiram, spraken de woorden die Salomo hun gesproken had en Hiram verheugde zich over de woorden der boden en gaf hun de bekwaamste zijner bouwmeesters mede. Zijn naam was Hiram Abiff, en hij was de zoon ener weduwe. Hiram Abiff nu, gekomen zijnde op de plaats van de bouw, overzag de schare der werklieden, beproefde hen op hun kunde en deelde hen daarnaar in. In drie groepen deelde hij hen in: 

 

die der leerlingen, 

die der gezellen en 

die der meesters. 

 

En van deze drie waren de meesters de bekwaamste, en hun loon was naar gelang hun bekwaamheid. Ook wees hij aan de plaatsen waar de werklieden hun loon zouden ontvangen; deze was voor de leerlingen de kolom J, voor de gezellen de kolom B, maar het loon van de meesters deed hij uitbetalen in de middenkamer.  

 

Hiermee halen ze aan kolon Joachim en kolon Boaz, de twee zuilen van de tempel die later werd overgenomen door de vrijmetselaars.

 

Daar nu de werklieden zó vele in aantal waren dat niemand hen allen van aangezicht zoude kunnen herkennen, zo gaf hij de meesters een woord en een teken, opdat zij zich als zodanig kenbaar zouden kunnen maken; en evenzo deed hij de gezellen en de leerlingen. Aldus werkte ieder hunner in de groep waarin hij was ingedeeld en in de graad waartoe hij bekwaam was, en daar konden geen vreemden zich mengen onder de werklieden van Hiram Abiff. Zo was de regeling die hij trof voor de bouw van de tempel en zij kwam de arbeid ten goede.  Hiram Abiff nu placht wanneer de zon haar hoogste stand aan de hemel had bereikt en het volle middag was geworden, in de tempel te gaan om te bidden. En op een dag, zijn gebed beëindigd hebbende en huiswaarts willende keren om te rusten, wachtte hem een gezel op aan de zuiderpoort, die hem aanhield en zeide: 

 

"Meester, geeft mij het meesterwoord." 

Hiram Abiff antwoordde: "

 

Gij dwaalt, alleen door eigen verdiensten zult gij het meesterwoord deelachtig kunnen worden." De gezel echter, niet tevreden met dit antwoord en zijn toeleg mislukt ziende, naam de 24-delige maatstok, het werktuig dat hij bij zich droeg, en gaf de meester daarmee een slag op de keel. Hiram Abiff week van hem en haastte zich naar de westerpoort. Doch ook daar wachtte hem een gezel op, die hem aanhield en vroeg: "Meester, geef mij het meesterwoord." En de meester antwoordde hem gelijk hij de eerste gezel had geantwoord; doch ook deze gezel, hiermee niet tevreden, nam de winkelhaak, het werktuig dat hij bij zich droeg en gaf de meester daarmee een slag op het hart. Andermaal week Hiram Abiff en snelde naar de oosterpoort, doch ook daar wachtte hem een gezel op, die hem aanhield, zeggende: "Meester, geef mij het meesterwoord." En ten derde male antwoordde hem de meester naar waarheid, gelijk hij de beide anderen had geantwoord. Doch ook deze gezel, niet tevreden met zijn antwoord en zijn toeleg mislukt ziende, nam de hamer, het werktuig dat hij bij zich droeg, en gaf de meester een slag op het voorhoofd, dat hij neerstortte en stierf. De drie gezellen, samengekomen bij het lichaam huns meesters, namen het op, droegen het naar buiten en begroeven het ijlings in alle stilte om hun misdaad te verbergen. 

 

Samengevat komt het op de drie volgende dingen neer:

 

Zuiden; 24-delige maatstok op de keel

Westen; nam de winkelhaak en gaf een slag op het hart

Oosten; nam de hamer en gaf een slap op het voorhoofd

Logisch gedacht , werd hij via het Noorden weggedragen.

 

Op de lage grafheuvel die zij inderhaast opwierpen, plantten zij een acaciatak, opdat het graf huns meesters voor hen drieën herkenbaar zoude zijn, want groot was hun wroeging en scherp de knaging van hun geweten."

 

"Toen de volgende dag bij het opgaan der zon Hiram Abiff niet in de tempel verscheen om de arbeid te leiden en aldaar sporen van bloed werden aangetroffen, beving de meesters een grote vrees om het lot van hun bouwmeester. Zij riepen zijn naam in de tempel en daarbuiten, in de stad en onder het volk, vele malen, maar daar was er geen die antwoordde; en zij vroegen eenieder die nabij was: "Zeg mij, hebt gij de meester gezien?" Maar daar was er wederom geen die antwoordde, en hun verslagenheid was groot.  Toen traden zij voor het aangezicht des konings, zeggende: "Hiram Abiff, , uw bouwmeester, is heden bij het opgaan der zon niet in de tempel gekomen om onze arbeid te leiden. Wij zochten hem in de tempel en daarbuiten, wij riepen zijn naam allerwegen en ondervroegen het volk, maar daar was er geen die antwoordde en niemand die de meester gezien had. En nu is er angst in ons hart om het lot van Hiram Abiff, want bij de zuiderpoort des tempels vonden wij sporen van bloed en bij de westerpoort vonden wij hetzelfde en alzo ook bij de oosterpoort.  En Salomo, gegrepen door een grote ongerustheid om het lot van zijn bouwmeester, zond drie meesters uit om Hiram Abiff te zoeken. De drie meesters togen uit en zochten de meester, maar zij vonden hem niet, en, weergekeerd zijnde, traden zij vóór Salomo en bekenden hem dat zij de meester niet hadden gevonden, waar zij ook hadden gezocht.  Toen zond Salomo vijf meesters uit en, hoewel zij nog langer en nog verder zochten, ook hun zoeken bleef vruchteloos en, wedergekeerd zijnde voor hun koning, bekenden zij, dat het hun insgelijks was vergaan. 

Salomo, in steeds groten ongerustheid om het lot van Hiram Abiff, gelastte ten derde male dat men hem zou zoeken en, negen meesters uitgekozen hebbende, bezwoer hij hen de bouwmeester te vinden. En daar hij nu vreesde dat met Hiram Abiff het geheim van het meesterwoord en het meesterteken verloren was gegaan, gelastte hij dat een ander meesterwoord en een ander meesterteken zou worden aangenomen, zijnde het eerste teken dat gegeven en het eerste woord dat gesproken zou worden wanneer men de meester mocht wedervinden. Deze zouden dan zijn voor alle meesters bouwende aan de tempel het nieuwe meesterteken en het nieuwe meesterwoord." Alzo trokken dan de negen meesters uit om Hiram Abiff te zoeken. Zij zochten in de tempel en daarbuiten; in de straten der stad en op de landwegen, maar de schemering kwam over de velden en de duisternis viel en het werd nacht, zodat zij niet zagen waarheen zij hun schreden zouden richten en eraan wanhoopten 's konings opdracht ooit te kunnen volvoeren.  Doch opeens werden zij een lichtschijnsel gewaar dat allengs in helderheid toenam, en hun schreden daarnaar richtende, herkenden zij het licht van de Vlammende Ster. 

 

Heel merkwaardig is dat ze het lichaam vinden van Hiram door de vlammende ster. Ook wel gekend de Bethelem ster of venus ster of wel heel goed mogelijk Neburu.

 

En haar schijnsel volgende, kwamen zij bij een lage heuvel, waarvan de aarde sinds korte tijd was opgeworpen en waarin een acaciatak was geplant.  De negen meesters, begrijpende dat zij de plaats des meesters hadden gevonden, groeven de aarde op en vonden tenslotte hun verloren meester, hem herkennende in het licht van de Vlammende Ster. En hevig was hun ontroering; en het gebaar dat zij maakten in hun bewogenheid bij het weerzien van de meester, was Aldus

 

“het meesterteken”

 

“Zo werd dit het nieuwe meesterteken en is zulks gebleven tot op de huidige dag.  Toen poogde één der meesters Hiram Abiff op te richten en, zich buigende over het graf, greep hij de hand des meesters op de wijze van de leerling, doch zijn pogen bleef vruchteloos. En een tweede meester, zich buigende over het graf, greep de hand des meesters op de wijze van de gezel, doch ook zijn pogen bleef zonder gevolg. Toen boog een derde meester zich over het graf en, de meester stevig vattende bij de pols, richtte hij hem op, staande hand in hand, voet tegen voet, knie aan knie, schouder aan schouder en de arm om de hals van de herrezen meester; alzo door de vijf punten van het meesterschap. En allen die om het graf stonden zagen dat de meester die zij gestorven waanden, weder was opgestaan, werden zeer bewogen, en in hun ontroering riepen zij uit: "Mac Benac", hetgeen overgezet zijnde, is: "Hij leeft in de zoon". Alzo geschiedde het dat dit woord, het eerst gesproken na het wedervinden van de meester, het nieuwe meesterwoord werd en zulks is gebleven tot op deze dag. 

 

Het is heel merkwaardig dat Hiram (Saint-Germain) weer tot leven werd gebracht. Waarschijnlijk is dat de eerste keer dat hij het elixir werd toegediend. Ik kan met alle zekerheid zeggen dat het elixir van Salomon kwam. Of we kunnen gaan stellen, dat hij niet dood was, en terug levend uit zijn graf kwam. Hoe dan ook, Hiram leefde verder.

 

Het oude meesterwoord is voor de wereld verloren gegaan en de wereld kent het niet, maar Salomo deed het griffen in een driehoek van zuiver goud, en, deze dragende naar het midden van de tempel, plaatste hij het in het Heilige der Heiligen.”

 

KINDEROFFERS VOOR DE TEMPEL

 

“Dat in vroeger tijd de Israëlieten mensen hebben geofferd, kan niet worden ontkent. Ook begrof men wel kinderen en mensen ind e fundamenten der gebouwen, opdat hun geest daarover waken zou”

“Anton Constandse”

 

72 GEVALLEN ENGELEN BOUWEN DE TEMPEL

 

 

 

Salomo had van één van de priesters (Leviëten) het laatste boek van EN.KI gekregen dat aan Adam was gegeven bij zijn vertrek in het Hof van Eden. Het bezat de oude taal van niburu en de taal die de AN.UNNA.KI spreken. Het stond vol spreuken , wijsheden, mystieke elementen die onze aarde bezat en die we konden beïnvloeden. Wie dit boek kende bezat de mogelijkheid om de elementen van de aarde de bezitten, zo had hij invloed op alle levende dingen op aarde. Met inbegrip van alle beesten, vogelen, en reptielen, alsook de demonen en geesten. Zo maakte Salomon het eerste demonen leger. Na de eerste dood van Hiram Abiff maakten de 72 gevallen engelen (AN.UNNA.KI) het werk van de Tempel af. Salomon bezat de kracht om zijn bevelen op te leggen aan de 72 AN.UNNA.KI (gevallen engelen) die allen het geheime woord van EN.KI dragen. De macht over deze AN.UNNA.KI had hij verkregen door de magische ring die bij het boek hoorden. Deze ring was een onderdeel van de Kroon van Lucifer, die hij was verloren bij de val. Deze steen was in het bezig gekomen van Adam die ere en ring liet van maken. Deze ring werd mee bewaard met het boek van EN.KI. Toen het in het bezit kwam van Salomon was hij de derde die het gebruikte. Na de dood van Adam had een kleinzoon van hem het boek en ring gebruikt maar was heel snel overleden door toedoen van de 72 gevallen engelen. Salomon was de derde en laatste die de kunst van de magie beheersten. Zo had hij van de AN.UNNA.KI de mogelijkheid gekregen om in hun adelaars te vliegen.  Vele jaren later na de bouw van de Tempel, kreeg Asmodeus de opdracht van EN.KI op de ring te stelen van Salomon. Salomon zijn wijsheid , kracht en invloed was te groot geworden.

 

ASMODEUS STEELT DE RING

 

Asmodeus had de opdracht gekregen van EN.KI om de ring te gaan stelen van Salomo. Bij de rabbijnen zijn er twee legendes bekend, de ene verteld dat Salomon werd verleid door Asmodeus om zijn ring af te doen, toen dat lukte nam Asmodeus de ring smeet deze in de zee en een vis slokte de ring op. Een andere versie wordt verteld dat Asmodeus de gedaante van Salomon had aangenomen en in de vertrekken van de Koning was gegaan en zo de ring heeft gestolen. Deze ring zou later één van de belangrijkste redenen zijn waarom stammen strijden tegen elkaar om de ring in hun bezit te krijgen. 

 

JEROBOAM & JEZREËL DE NEBURIAANSE 

WACHTERS VAN DE TEMPEL

 

De hoeders (hoeders van de gevallen engelen) van het Nibiruaanse incarnatieproces op Aarde zijn Jeroboam en Jezreël. Zij verschijnen in de gedaante van klassieke Soemerische vogelgoden die op wacht staan bij de ingang van de Hebreeuwse tempel van Salomo - een holografIsche insertie van een Nibiruaanse tempel op Aarde. De wachters houden Soemerische zaadbuideltjes gevuld met maïs vast. Het zijn enorme zuilen en ze brengen een activering teweeg van de engelenvleugel-punten in ons sleutelbeen. De twee zuilen worden magnetisch vibrerende bomen van aquablauw licht. 

 

DE HOEDERS VAN DE ARK

 

Bij de Arabieren stonden ze bekend als Nazrie ha-Brit ('Hoeders van het Verbond'), waarvan de benaming 'Nazarener' is afgeleid. (Anders dan wat algemeen wordt aangenomen had de Nazareense sekte van Jezus niets te maken met Nazareth. Ze woonden aan de Dode Zee en bewaakten de oude geheimen van het Verbond in de traditie van Mozes en Salomo.) 


Last Updated ( Friday, 02 October 2009 15:08 )
 

3D Views